Dag 1 – Aankomst in de stad van zon en sinaasappels
Toen we in Valencia landden, kwam de warme lucht ons meteen tegemoet. De geur van zee en sinaasappels hing in de lucht, en ik voelde me licht en blij. We namen de metro naar het centrum, waar ons appartement lag in de wijk Ruzafa — kleurrijk, creatief en levendig.
De eigenaar, een vriendelijke vrouw genaamd Carmen, gaf ons de sleutel en vertelde enthousiast over haar favoriete tapasbars in de buurt. Ons appartement was klein maar charmant, met balkondeuren die uitkeken op een straat vol sinaasappelbomen.
’s Avonds wandelden we door de buurt. We aten tapas bij Canalla Bistro — patatas bravas, kroketjes en calamari — en dronken sangria terwijl de lucht langzaam roze kleurde. Toen we terugliepen, voelde de stad zinderend aan, vol leven maar ook rust. Ik dacht: dit wordt een bijzondere week.
Dag 2 – Oude stad, nieuwe indrukken
We begonnen de dag met verse churros en chocolade bij een klein café om de hoek. Daarna dwaalden we door het historische centrum, El Carmen. De smalle straatjes, kleurrijke muurschilderingen en oude gebouwen gaven het gevoel dat we door een levend schilderij liepen.
Bij de Kathedraal van Valencia beklommen we de klokkentoren El Miguelete. De trappen waren smal en steil, maar boven werden we beloond met een panoramisch uitzicht over de stad. De daken glinsterden in de zon. Dat moment voelde stil en groots tegelijk.
’s Middags bezochten we de Mercado Central, een enorme overdekte markt vol kleuren en geuren. We proefden jamón, Manchego-kaas en vers geperst sinaasappelsap. De verkopers lachten vriendelijk en riepen dingen in het Spaans die we niet helemaal begrepen, maar het maakte niets uit — we lachten gewoon terug.
Later dronken we koffie op een terras in de schaduw van palmbomen. Ik keek naar de mensen. Alles voelde precies goed.
Dag 3 – Zon, zee en zout haar
Vandaag besloten we een dag naar het strand te gaan: Playa de la Malvarrosa. De lucht was strakblauw, de zee glinsterde als glas. We huurden twee ligstoelen en lagen uren in de zon, luisterend naar het geluid van de golven.
Ik herinner me hoe mijn partner even weg was om drinken te halen, en terugkwam met twee koude cola’s en een brede glimlach. Kleine dingen, maar juist die maken dagen als deze perfect.
’s Middags lunchten we in een strandtent — paella, natuurlijk, want Valencia is de stad van paella. De geur van saffraan, citroen en zee vulde de lucht. We aten langzaam, met zand tussen onze tenen en wind door ons haar.
Later wandelden we langs het water. Toen de zon zakte, bleef ik nog even staren naar de horizon. Ik voelde me vrij, geliefd, en compleet.
Dag 4 – Fietsen door de Turia
Na een ontspannen ontbijt huurden we fietsen en reden door het Turia-park, een drooggelegde rivier die nu een lang groen park is. Het was een van de mooiste plekken die ik ooit had gezien: palmbomen, fonteinen, mensen die picknickten en kinderen die lachten.
We stopten vaak: bij bruggen, bij bloemen, bij straatmuzikanten. Op een bepaald moment gingen we onder een boom zitten en deelden we een broodje dat we onderweg hadden gekocht. De zon scheen door de bladeren en ik dacht aan hoe goed het voelde om samen te zijn, zonder haast of plan.
’s Middags bereikten we de Ciudad de las Artes y las Ciencias, die futuristische witte gebouwen die lijken alsof ze uit een andere wereld komen. We zaten later aan het water, gewoon pratend, lachend, nietsdoend.
’s Avonds aten we pizza in Ruzafa en zaten daarna op het balkon van ons appartement met een fles wijn. De straat was nog vol leven, maar wij zaten daar rustig, pratend over hoe mooi het was om even alles los te laten.
Dag 5 – Kunst, koffie en kleine momenten
Vandaag bezochten we het IVAM (Instituut voor Moderne Kunst). Niet alles begreep ik, maar sommige schilderijen raakten me op een vreemde manier.
Na het museum dwaalden we zonder plan door de stad. We kwamen terecht op een klein plein waar een straatmuzikant gitaar speelde. We gingen zitten op een bankje, bestelden koffie, en luisterden. Het was een van die momenten waarop niets bijzonders gebeurt, maar alles klopt.
’s Avonds kookten we samen in het appartement — simpele pasta met tomaat, wijn erbij, ramen open. Het geluid van de stad vulde de kamer. Ik herinner me dat we lachten tot we buikpijn kregen om iets kleins, iets doms.
Dag 6 – Dagtrip naar Albufera
We maakten een uitstapje naar het natuurgebied Albufera, net buiten Valencia. We namen een boottocht over het meer, omringd door riet en vogels. Het water glansde zilver onder de zon. De gids sprak nauwelijks Engels, maar wees lachend naar de horizon en zei: “Tranquilo.” Rustig. En dat was het precies.
We lunchten in een klein dorpje aan de rand van het meer. De paella daar was eenvoudig maar zó goed — met konijn, kip en artisjok, zoals het hoort in Valencia. We zaten buiten, met uitzicht over de rijstvelden.
Op de terugweg reden we met de bus terwijl de lucht langzaam oranje werd en ik keek naar de zon die zakte over het landschap. Alles voelde precies zoals het moest zijn.
Dag 7 – Laatste dag, laatste wandeling
Onze laatste dag in Valencia. We wilden niet te veel plannen, gewoon nog even genieten. We liepen nog één keer door Ruzafa, langs de markt, dronken koffie bij ons vaste café. Daarna bezochten we nog één keer het Turia-park en gingen zitten op onze favoriete plek.
’s Middags pakten we onze koffers, maar bleven tot de laatste minuut op het balkon zitten. We keken naar de straat beneden — kinderen die speelden, mensen op scooters, de geur van eten uit een restaurant verderop.
Toen we naar het vliegveld reden, voelde ik dat typische mengsel van dankbaarheid en weemoed. Nu wist ik hoe vol die week was geweest: zon, rust, liefde, momenten die blijven hangen.
Conclusie
Valencia was niet alleen een stad, maar een gevoel — warm, levendig, zacht en vol leven. Het was een week waarin we lachten, verdwaalden, aten, droomden en gewoon waren.
Wat ik het meest meeneem? Niet de gebouwen of de foto’s, maar die kleine momenten: Op de boulevard en de geur van zee en sinaasappels, het lachen bij zonsondergang. Valencia blijft in mijn hart als de stad waar de tijd even stilstond.
