Je bekijkt nu Reisverslag: Een week in Lugano, Zwitserland
  • Laatste wijziging in bericht:12/10/2025
  • Leestijd:7 min. lezen

Reisverslag: Een week in Lugano, Zwitserland

Dag 1 – Met de trein van Amsterdam naar Lugano

De wekker ging vroeg in Amsterdam voor mijn reis naar Lugano. Met een rugzak vol verwachtingen stapte ik op Amsterdam Centraal in de ICE richting Basel. De trein gleed soepel door Nederland en Duitsland; het landschap veranderde langzaam van vlak naar glooiend, van uitgestrekte akkers naar dichtbeboste heuvels. In Basel stapte ik over op de Zwitserse trein naar Lugano, via Luzern en de Gotthard-basistunnel.

Die laatste rit was adembenemend. Na kilometers onder de bergen te hebben gereden, kwam ik plots in een andere wereld terecht: palmbomen, zon en een bijna mediterrane sfeer. Het voelde alsof ik Italië was binnengereden, maar de efficiëntie van Zwitserland behouden bleef.

Aangekomen op het station van Lugano keek ik uit over het meer. De zon spiegelde in het water en achter de palmen doemden de bergen op. Mijn hotel lag vlak bij het centrum, met uitzicht op het meer. Na het inchecken maakte ik meteen een wandeling over de Lungolago, de promenade langs het water. De geur van bloemen en het geluid van klotsend water maakten me meteen rustig.

’s Avonds at ik op een terras aan het meer: risotto met saffraan en een glas lokale witte wijn. De lucht kleurde oranje boven de bergen en ik wist dat deze week iets bijzonders ging worden.

Dag 2 – Eerste verkenning van Lugano

Na een stevig ontbijt op het terras van het hotel begon ik aan mijn eerste volle dag. De stad had nog iets slaperigs in de ochtendzon. Ik wandelde door de Via Nassa, een elegante winkelstraat met arcades vol boetieks, cafés en geurige patisserieën.

Daarna liep ik naar het Piazza della Riforma, het hart van de stad. De gevels in pastelkleuren, de luiken, de terrassen vol cappuccino’s – alles ademde Italiaanse charme. Ik dronk een espresso en keek naar de mensen die langzaam aan hun dag begonnen.

In de middag bezocht ik het Parco Ciani, een prachtig stadspark aan het meer. Oude bomen, bloemperken, fonteinen en zwanen die statig over het water gleden – het voelde als een schilderij. Ik bleef er lang wandelen, en ging uiteindelijk op een bank zitten met uitzicht op de bergen aan de overkant.

’s Avonds at ik bij een klein restaurantje in een zijstraat van het plein. De eigenaar, een oudere man met een zachte stem, vertelde me trots dat hij alle ingrediënten uit de regio haalde. Ik bestelde huisgemaakte gnocchi met salie en boter – eenvoudig, maar vol smaak.

Dag 3 – De berg Monte Brè

Vandaag wilde ik de stad van boven zien. Vanaf de oever van het meer nam ik de funicolare naar de top van Monte Brè, een van de twee bergen die Lugano omringen. De rit was kort, maar het uitzicht werd bij elke meter indrukwekkender.

Boven aangekomen lag Lugano als een miniatuurstad beneden me, omringd door blauw water en groene bergen. Ik maakte een wandeling door het kleine dorpje Brè, met zijn smalle straatjes en kleurrijke huizen. Overal hing de geur van bloemen en versgebakken brood.

Na een lunch op een terras met uitzicht op het meer – polenta met lokale kaas – volgde ik een wandelpad omlaag tot halverwege de berg. Onderweg hoorde ik alleen vogels en af en toe het geluid van koeienbellen in de verte.

Terug in de stad genoot ik van een ijsje aan de promenade. Het was warm, de lucht helderblauw, en er hing een ontspannen vakantiesfeer.

Dag 4 – Dagtrip naar Gandria

Na drie dagen in de stad besloot ik een uitstapje te maken naar Gandria, een klein dorpje aan de oever van het Meer van Lugano. Ik nam de boot vanaf de haven en voer in een half uur langs de beboste oevers en villa’s die uitkeken over het water.

Gandria bleek een juweeltje: smalle steegjes, trappen die tussen de huizen omhoog en omlaag kronkelden, en overal bloemen die over balkons hingen. Ik wandelde door het dorp, dronk koffie op een piepklein terras en luisterde naar het zachte klotsen van het meer tegen de kade.

Na de lunch – een bord spaghetti alle vongole met uitzicht op het water – besloot ik terug te wandelen naar Lugano via het Sentiero di Gandria, een voetpad dat langs de rotsen en het meer loopt. Het pad was smal, maar bood spectaculaire uitzichten.

Terug in de stad voelde ik me voldaan. De rest van de middag bracht ik door aan het meer, zittend op een bank, kijkend naar bootjes en mensen die in het water sprongen om af te koelen.

Dag 5 – Cultuur en kunst

Vandaag stond in het teken van cultuur. Ik bezocht het Museo d’Arte della Svizzera Italiana (MASI), gevestigd in het moderne gebouw van het LAC (Lugano Arte e Cultura). De collectie was verrassend gevarieerd – van klassieke Italiaanse schilders tot hedendaagse installaties.

Daarna liep ik door naar het Cattedrale di San Lorenzo, boven op een heuvel met uitzicht over de stad. De fresco’s binnen waren prachtig, maar vooral het uitzicht bij het verlaten van de kerk was onvergetelijk. Lugano lag aan mijn voeten, badend in zonlicht.

’s Middags wandelde ik door de bovenstad en vond een klein café waar ik verse citroenlimonade dronk. De temperatuur liep inmiddels op tot dertig graden, dus ik besloot de middag rustig door te brengen. Ik vond verkoeling aan het meer, met mijn voeten in het water en een boek in mijn hand.

’s Avonds at ik pizza met prosciutto en rucola op een terras vol locals. Er speelde zachtjes muziek, kinderen renden over het plein, en het voelde alsof ik midden in Italië zat.

Dag 6 – Monte San Salvatore en ontspanning

Vandaag beklom ik de tweede grote berg van Lugano: Monte San Salvatore. Ook hier bracht een kabelspoor me naar boven. Het uitzicht was ronduit spectaculair – het meer lag als een glinsterende slang tussen de bergen, en in de verte kon ik zelfs de Italiaanse grens zien.

Ik besloot een deel van de route naar beneden te wandelen. Het pad kronkelde door het bos, en onderweg hoorde ik het gezoem van insecten, het geritsel van bladeren en af en toe het geklingel van kerkklokken in de vallei.

Terug beneden trakteerde ik mezelf op een late lunch in Paradiso, de wijk aan de voet van de berg. Ik bestelde een salade caprese met buffelmozzarella en keek uit over het meer. De rest van de middag bracht ik door in het Parco Ciani, onder een grote boom, genietend van de rust.

Die avond maakte ik een avondwandeling langs de Lungolago. De lucht kleurde diepblauw, de lichten van de stad weerspiegelden in het water, en de bergen stonden als donkere silhouetten op de achtergrond.

Dag 7 – Terug naar Amsterdam

De laatste ochtend in Lugano begon vroeg. Ik dronk nog een koffie op het terras van het hotel, keek uit over het meer en luisterde naar de geluiden van de stad die langzaam ontwaakte. Het was moeilijk om afscheid te nemen.

De treinreis terug bracht me weer door de Gotthard-tunnel, langs Luzern en Basel. Ik keek uit het raam en zag hoe het mediterrane landschap langzaam plaatsmaakte voor de alpenweiden en uiteindelijk de vlaktes van Duitsland en Nederland.

Aan het einde van de avond rolde ik Amsterdam weer binnen. De hectiek van de stad voelde even vreemd na de rust van Lugano. Toch droeg ik iets van die sereniteit met me mee – de geur van bloemen, het geluid van water tegen de kade, het beeld van de zon die ondergaat achter de bergen.

Lugano had me verrast: het was Zwitserland met een Italiaans hart. Een plek waar cultuur, natuur en ontspanning samenkomen in een ritme dat je onwillekeurig langzamer laat lopen. Een week was te kort – maar precies genoeg om verliefd te worden op dit bijzondere stukje Zwitserland.