Dag 1 – Van Den Haag naar Luxemburg per trein
De reis begon vroeg op zaterdagochtend op station Den Haag Centraal naar Luxemburg. Met een rugzak en een lichte koffer stapte ik op de trein richting Rotterdam, waar ik overstapte op de Thalys naar Brussel. De overgang van de vlakke Hollandse polders naar het glooiende Belgische landschap ging haast ongemerkt, maar het voelde alsof ik langzaam een andere wereld in gleed.
In Brussel stapte ik over op de IC-trein naar Luxemburg. De rit duurde ruim drie uur, maar ik vond het heerlijk: het uitzicht veranderde van stedelijke buitenwijken naar heuvels, bossen en kleine dorpen met stenen huizen en rode daken. Toen de trein het Groothertogdom binnenreed, werd het landschap spectaculairder – diepe dalen, beboste hellingen en kronkelende riviertjes.
Aankomst in Luxemburg-Stad voelde meteen bijzonder. Het station lag in een levendige wijk vol cafés en terrassen. Ik liep naar mijn hotel, een klein familiehotel vlak bij de Pont Adolphe, en checkte in. Na een korte opfrisbeurt maakte ik een eerste wandeling door de stad.
Ik liep naar de Chemin de la Corniche, ook wel het “mooiste balkon van Europa” genoemd. Vanaf hier keek ik uit over de diepe kloof van de Alzette, met daaronder de Grund-wijk, een schilderachtig geheel van stenen huizen, kerktorens en bruggen. De avondzon kleurde alles goud en warm.
’s Avonds at ik in een restaurant in de oude stad. Ik koos voor een traditioneel Luxemburgs gerecht: Judd mat Gaardebounen (gerookt varkensvlees met tuinbonen), stevig maar smaakvol. Met een glas witte wijn uit de Moezelstreek sloot ik de eerste dag tevreden af.
Dag 2 – Ontdekking van Luxemburg-Stad
Na een goed ontbijt begon ik mijn eerste volle dag in Luxemburg met een wandeling door het oude centrum, dat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De combinatie van oude vestingwerken, elegante pleinen en moderne winkels gaf de stad een bijzondere sfeer.
Ik bezocht de Kathedraal Notre-Dame, een gotisch bouwwerk met indrukwekkende glas-in-loodramen en een serene rust vanbinnen. Daarna liep ik door naar het Groussherzogleche Palais, het groothertogelijk paleis. De façade straalde grandeur uit, maar toch had het iets ingetogens.
In de middag daalde ik af naar de wijk Grund, bereikbaar via een lift die van het bovenste stadsdeel naar beneden voert. Daar, tussen de oude huizen en smalle straatjes langs de rivier de Alzette, vond ik een gezellig café waar ik lunchte met quiche Lorraine en salade.
De rest van de middag bracht ik door in het Casemates du Bock, een netwerk van oude ondergrondse verdedigingsgangen. Terwijl ik door de donkere gangen liep, voelde ik me bijna terug in de middeleeuwen.
’s Avonds at ik Italiaans in een klein restaurant bij de Place d’Armes, waar muzikanten op straat speelden. De sfeer was levendig, maar ontspannen.
Dag 3 – Bezoek aan Vianden
Vandaag nam ik de trein en bus naar Vianden, een schilderachtig stadje aan de Our. De rit duurde ongeveer anderhalf uur, en onderweg zag ik steeds meer bergen, riviertjes en bossen.
Bij aankomst in Vianden leek het alsof ik in een ansichtkaart was beland. Het stadje lag tegen een heuvel, met bovenop het imposante Kasteel van Vianden, dat trots uitkeek over de vallei. Ik wandelde omhoog via smalle straatjes en trapjes, en bereikte het kasteel na een half uur klimmen. Het uitzicht onderweg was adembenemend.
Binnen was het kasteel prachtig gerestaureerd, met zalen vol middeleeuwse meubels, tapijten en schilderijen. Vanaf de toren keek ik uit over de rivier en de rode daken van Vianden – een uitzicht dat ik niet snel zou vergeten.
’s Middags lunchte ik op een terras met uitzicht op het kasteel. Ik at een eenvoudige maaltijd van brood, kaas en lokale ham, met een fris biertje uit de streek. Daarna wandelde ik nog een stuk langs de Our, waar het water kalm kabbelde tussen groene oevers.
Aan het eind van de middag nam ik de bus terug naar het station en reisde terug naar Luxemburg-Stad. ’s Avonds dronk ik een glas wijn op het terras van mijn hotel, terwijl de stad langzaam tot rust kwam.
Dag 4 – De Luxemburgse geschiedenis
De dag begon met een bezoek aan het Musée national d’histoire et d’art in de bovenstad. De collectie was verrassend veelzijdig – van Romeinse mozaïeken en middeleeuwse kunst tot moderne schilderijen. Vooral de afdeling over de Gallo-Romeinse periode sprak me aan.
Na de lunch liep ik naar het Monument du Souvenir, met de beroemde Gëlle Fra, een gouden beeld dat hoog boven de stad uittorent. Het monument bood ook een prachtig uitzicht op de Pont Adolphe en het dal daaronder.
’s Middags bezocht ik het Mudam, het Museum voor Moderne Kunst. Het gebouw zelf, ontworpen door I.M. Pei, was al een kunstwerk op zich. Binnen vond ik een interessante mix van hedendaagse kunst en installaties die me soms aan het denken zetten, soms gewoon verbaasden.
’s Avonds dineerde ik in een klein restaurant in de wijk Grund. Het was er rustig, bijna dromerig. De lichten weerspiegelden in het water van de Alzette en ik voelde me helemaal opgenomen in de charme van de stad.
Dag 5 – Dagtrip naar Echternach
Vandaag stond Echternach op het programma, het oudste stadje van Luxemburg. De trein bracht me eerst naar Wasserbillig, waarna ik met de bus verder ging. Het landschap onderweg was groen en heuvelachtig, met wijngaarden langs de Moezel.
Echternach bleek een charmant stadje vol geschiedenis. Ik bezocht de Abdij van Echternach, gesticht door de heilige Willibrord, een naam die ik nog kende uit de geschiedenislessen. In de basiliek heerste een plechtige stilte, en ik bleef een tijdje zitten om de rust op me te laten inwerken.
Na de lunch – een heerlijke Flammkuchen met spek en ui – wandelde ik langs het meer van Echternach, waar gezinnen picknickten en wandelaars langs het water slenterden. De natuur hier was betoverend, met het zachte ruisen van de wind door de bomen en het glinsteren van het water in de zon.
Terug in Luxemburg-Stad dineerde ik licht, want de dag had me vermoeid. Toch voelde ik me voldaan; dit was precies waarom ik van reizen hield – kleine steden, rustige momenten, onverwachte schoonheid.
Dag 6 – Een dag voor rust en stadse flair
Na zoveel uitstapjes besloot ik vandaag in de stad te blijven. Ik begon met een koffie op een terras aan de Place Guillaume II, waar het marktplein gonste van de activiteit. Lokale boeren verkochten kaas, bloemen en honing. Ik raakte in gesprek met een vriendelijke verkoper die trots vertelde over zijn bijenkorven in het zuiden van het land.
Daarna bezocht ik het Pétrusse-dal, een parkachtig gebied dat zich uitstrekt onder de stad. Ik wandelde langs de rivier, over bruggen en tussen groene hellingen. Ondanks dat ik midden in de hoofdstad was, voelde het alsof ik in een bos liep.
’s Middags bracht ik door in de winkelstraten van Luxemburg, maar meer om te kijken dan om te kopen. De stad was schoon, elegant en rustig – een zeldzame combinatie.
’s Avonds at ik in een modern restaurant aan de rand van het centrum, waar Luxemburgse gerechten een moderne twist kregen. Ik koos voor hert met rodewijnsaus, en het smaakte verrukkelijk.
Dag 7 – Terug naar Den Haag
De laatste ochtend brak aan met een lichtgrijze lucht boven de stad. Ik pakte mijn spullen en liep nog eenmaal naar de Chemin de la Corniche, waar ik afscheid nam van het uitzicht dat me die week zo had betoverd.
Op station Luxemburg kocht ik nog een broodje en een koffie voor onderweg. De trein vertrok stipt op tijd, en langzaam gleed het Groothertogdom voorbij. Ik keek uit het raam, over de valleien en bossen, en voelde een lichte weemoed.
De overstappen in Brussel en Rotterdam verliepen soepel. Tegen de avond rolde de trein Den Haag binnen. De stad voelde vertrouwd, maar ik merkte dat ik nog met mijn gedachten in Luxemburg zat – bij de kastelen, de heuvels, de rust en de elegantie.
Luxemburg had me verrast. Het was geen groot land, maar het had alles: natuur, geschiedenis, gastronomie en een bijzondere kalmte. Een week was te kort om alles te zien, maar precies genoeg om verliefd te worden op de eenvoud en de schoonheid van dit kleine groothertogdom.
