Dag 1 – Aankomst in Beieren
De trein gleed in de vroege middag München binnen. Na uren door glooiende landschappen en dorpjes met rode daken te hebben gereisd, voelde het aankomen in deze stad als het betreden van een ander ritme: groot, bruisend, maar toch overzichtelijk. Het Hauptbahnhof was druk, maar ordelijk — een typische Duitse efficiëntie waar ik stiekem bewondering voor heb.
Ik liep naar mijn hotel, vlak bij de Karlsplatz. De lucht was fris, met die lichte, kruidige geur van herfst. Na het inchecken besloot ik meteen een wandeling te maken om de stad te verkennen. De eerste indruk was indrukwekkend: brede boulevards, statige gebouwen en overal fietsen.
Aan het eind van de middag belandde ik op het Marienplatz, het hart van München. De Neues Rathaus torende boven me uit, met zijn gotische gevel vol details. Precies op dat moment sloeg de klok vijf uur, en het beroemde Glockenspiel begon zijn melodie te spelen. Toeristen stonden stil, telefoons omhoog, maar ik liet het geluid gewoon over me heen komen.
’s Avonds at ik mijn eerste echte Beierse maaltijd in een Brauhaus niet ver van het plein. Schweinshaxe met Sauerkraut en een glas donker bier. Zwaar, maar heerlijk. Aan de lange houten tafels zat ik tussen vreemden die al snel niet meer vreemd voelden. Er werd gelachen, gezongen en geproost. München voelde meteen gastvrij.
Dag 2 – Door de Altstadt en langs de Isar
Na een stevig ontbijt besloot ik de stad te voet te verkennen. De lucht was helderblauw, een van die zeldzame dagen waarop alles scherper lijkt. Ik begon bij de Viktualienmarkt, een markt vol kleuren en geuren. Kraampjes met kazen, worsten, bloemen en vers brood. Ik kocht een stuk Obazda (een romige kaasdip) met een pretzel en at het op een bankje in de zon.
Daarna liep ik richting de Frauenkirche met haar karakteristieke koepels. Binnen was het koel en stil, een aangenaam contrast met de levendigheid buiten. Ik bleef even zitten, gewoon om het gevoel van rust te laten bezinken.
In de middag wandelde ik langs de Isar, de rivier die door München stroomt. Mensen lagen op het gras, sommigen picknickten, anderen lazen of zaten gewoon in stilte. Ik liep over de brug naar de andere oever, waar het pad door parken en langs oude bomen liep.
’s Avonds vond ik een klein Italiaans restaurant in de wijk Glockenbach. De eigenaar, een spraakzame Napolitaan, serveerde pasta met truffel en een glas witte wijn. Toen ik terugliep naar het hotel, was de stad verlicht — een warme gloed over de pleinen en gevels.
Dag 3 – Kunst en geschiedenis
Vandaag stond in het teken van kunst. Ik begon in de Alte Pinakothek, een museum met meesterwerken van oude meesters. Ik liep urenlang door zalen vol Rubens, Rembrandt en Dürer. De stilte in de zalen had iets troostends, bijna meditatief.
Daarna bezocht ik de Neue Pinakothek en de Pinakothek der Moderne. Wat me het meest trof, was het contrast tussen de eeuwenoude religieuze schilderijen en de moderne abstracte werken. Het voelde alsof je in één dag door de tijd reisde.
In de namiddag dronk ik koffie bij een café in de Maxvorstadt, omringd door studenten en kunstenaars. Er hing een ontspannen sfeer. Ik raakte in gesprek met een jonge fotografe die me vertelde dat München, ondanks zijn keurige imago, ook een stad is van creativiteit en verzet.
’s Avonds at ik in een biergarten onder kastanjebomen. Het was koel geworden, maar de sfeer was warm. Muzikanten speelden zachtjes, en ik keek naar families, vrienden en toeristen die samen genoten. De Beierse gezelligheid is niet gespeeld — het zit echt in hun aard.
Dag 4 – Dagtrip naar Nymphenburg en de Englishe Garten
De vierde dag begon met een tramrit naar het Slot Nymphenburg, het zomerpaleis van vroegere koningen. De lange oprijlaan, de vijver vol zwanen, de symmetrie van het park — het had iets vorstelijks, maar ook kalms.
Binnen was het rijk versierd: spiegels, plafondschilderingen, vergulde details. Maar het waren vooral de tuinen die indruk maakten. Ik wandelde er uren, langs fonteinen en kleine paviljoens. De geur van nat gras en bloemen hing in de lucht.
’s Middags fietste ik naar de Englische Garten, een van de grootste stadsparken van Europa. Overal lagen mensen in het gras, en bij de Eisbachwelle stonden surfers te wachten op hun beurt — midden in de stad! Ik bleef even kijken, gefascineerd door het idee dat stedelingen hier tussen twee vergaderingen door kunnen surfen.
Later zat ik in de Chinesischer Turm Biergarten, met een liter bier (want kleiner is er niet) en een Brezn. De zon zakte langzaam en het park vulde zich met gelach, gitaarmuziek en de geur van geroosterd vlees.
Dag 5 – Dachau: een dag van stilte
Vandaag maakte ik een uitstapje dat ik niet lichtzinnig nam: een bezoek aan het concentratiekamp Dachau, op ongeveer een half uur van München. De lucht was grijs, passend bij de plek.
Het terrein was uitgestrekt, kaal en stil. Ik liep over de grindpaden tussen barakken, zag de wachttorens, de hekken. In het museum las ik persoonlijke brieven van gevangenen. Het was beklemmend, maar ook noodzakelijk om te zien.
Wat me het meest trof, was de stilte — een bijna tastbare stilte. Niemand sprak hardop. Alleen voetstappen op grind en het geritsel van bladeren.
Toen ik later terugkeerde naar München, voelde de stad anders. Levendiger, ja, maar ook kwetsbaarder. Ik liep die avond doelloos rond door de stad, dronk een bier op een rustig terras en liet de indrukken bezinken. Reizen is niet alleen genieten; het is ook leren, herinneren, beseffen.
Dag 6 – Markten, muziek en ontmoeting
Na de zware dag van gisteren wilde ik vandaag lichtheid opzoeken. Ik begon weer op de Viktualienmarkt, waar ik vers fruit en bloemen kocht. Daarna bezocht ik een kleine platenwinkel in de wijk Schwabing, waar ik met de eigenaar een lang gesprek had over jazz en klassieke muziek. Hij draaide een plaat van Chet Baker en zei glimlachend: “München is niet alleen bier en bratwurst, hoor.”
’s Middags liep ik door Schwabing, ooit de wijk van kunstenaars en schrijvers. De sfeer was ontspannen, boetieks en cafés met boeken aan de muren. Ik lunchte op een terras met een salade en een glas witte wijn.
In de avond ging ik naar een klein concert in een kelderbar. Een lokale band speelde melancholische folkrock, en het publiek luisterde aandachtig. De sfeer was warm en intiem. Ik raakte in gesprek met een jonge vrouw die kunstgeschiedenis studeerde; we praatten over reizen, muziek en het gevoel van thuiskomen in een vreemde stad. Toen ik later terugliep naar het hotel, voelde München niet meer als een plek die ik bezocht, maar als een stad die me iets had gegeven.
Dag 7 – Laatste ochtend in de stad
De laatste dag begon rustig. Ik dronk mijn koffie in een klein café vlak bij de Marienplatz en keek hoe de stad ontwaakte. Mensen haastten zich naar hun werk, de zon scheen op de daken, en het geluid van trams vulde de lucht.
Ik liep nog één keer door de oude stad, langs de winkels, door de poorten en pleinen die inmiddels vertrouwd aanvoelden. In de Englische Garten zat ik een tijdje aan de oever van de Isar en luisterde naar het water.
Toen ik uiteindelijk naar het station liep, voelde ik een lichte weemoed. München had me verrast — met zijn elegantie, zijn warmte, zijn mengeling van orde en levenslust. Ik had de stad leren kennen niet als toerist, maar als gast.
In de trein naar huis keek ik nog lang uit het raam, terwijl het Beierse landschap langzaam verdween. En ik dacht: sommige steden laten geen diepe indruk achter omdat ze groots of luidruchtig zijn, maar omdat ze stilletjes onder je huid kruipen. München is er zo één.
