Dag 1 – Aankomst in de stad aan de Douro
De vlucht van Amsterdam naar Porto duurde nauwelijks tweeënhalf uur, maar toen ik uit het vliegtuig stapte, voelde het alsof ik in een andere wereld was. De lucht was zachter, het licht warmer. De taxirit van de luchthaven naar het centrum voerde door heuvelachtige straten met kleurrijke huizen, oude trams en straatjes waar de was tussen de gebouwen hing te drogen. Mijn hotel lag in de wijk Ribeira, vlak bij de rivier de Douro. Toen ik mijn koffer op bed zette, hoorde ik door het open raam het geroezemoes van de stad en het geluid van een gitaar ergens in de verte.
Na een korte rustpauze ging ik naar buiten. De eerste indruk van Porto was overweldigend: de geplaveide straatjes, de hoge trappen, de geur van versgebakken brood en koffie. Ik wandelde langs de rivier, waar de oude rabelo-boten zacht wiegden op het water. Aan de overkant zag ik de stad Vila Nova de Gaia, waar de beroemde porthuizen liggen. De zon ging langzaam onder en kleurde de brug van Dom Luís I goud.
’s Avonds at ik in een klein restaurantje aan de waterkant. Ik bestelde francesinha, het iconische gerecht van Porto – een soort tosti gevuld met vlees, worst en kaas, overgoten met een pittige saus. Het was machtig, maar perfect na een reisdag. Met een glas rode wijn erbij keek ik naar het water en voelde ik me meteen thuis.
Dag 2 – De oude stad en eerste verkenning
Ik werd vroeg wakker van het geluid van kerkklokken en besloot direct op pad te gaan. De lucht was fris en helder. Ik begon de dag met een stevige koffie in een café waar oude mannen luid discussiërden over voetbal. Daarna liep ik richting de Clérigos-toren, een van de symbolen van Porto. De klim omhoog was steil, maar het uitzicht adembenemend: rode daken zover het oog reikte, de Douro glinsterend in de zon, en de zilveren brug die de twee oevers verbindt.
Daarna wandelde ik door naar de Livraria Lello, de beroemde boekhandel met zijn houten trap en glas-in-loodramen. Het was druk, maar de magie bleef. De geur van oud papier en hout gaf me het gevoel even in een andere tijd te zijn.
’s Middags at ik bacalhau com natas – kabeljauw met roomsaus – in een klein restaurantje in de wijk Cedofeita. Daarna liep ik richting de kathedraal, de Sé do Porto, die op een heuvel boven de stad uittorent. De binnenplaats was stil, de stenen muren koel. Buiten speelde een straatmuzikant zacht gitaar.
Tegen de avond daalde ik af naar Ribeira, waar de sfeer levendig was. Mensen dronken wijn op de terrassen, kinderen speelden langs de kade. Ik dronk een glas witte port en keek naar de lichten die aan weerszijden van de rivier begonnen te fonkelen.
Dag 3 – Portproeverij in Vila Nova de Gaia
Vandaag besloot ik de rivier over te steken naar Vila Nova de Gaia, de thuisbasis van de porthuizen. Ik stak de Dom Luís I-brug over, eerst via het bovenste voetpad, waar het uitzicht spectaculair was. De Douro lag diep onder me, met de stad aan beide oevers als een schilderij.
Aan de overkant bezocht ik de kelders van Graham’s, een van de oudste porthuizen. De rondleiding was boeiend: donkere kelders vol eiken vaten, de geur van hout en wijn, het koele klimaat waarin de port langzaam rijpt. De gids vertelde over de verschillende soorten port – ruby, tawny, vintage – en hoe het allemaal begint in de Dourovallei. De proeverij aan het eind was het hoogtepunt. De smaken waren complex, vol en warm. Mijn favoriet was de tawny, met tonen van karamel en noten.
’s Middags at ik op een terras met uitzicht op de rivier. Ik bestelde polvo à lagareiro – octopus met olijfolie en aardappelen – en genoot van de zon en de bedrijvigheid om me heen. Later wandelde ik terug naar de stad via het lagere deel van de brug. In de avond dwaalde ik door de smalle straatjes van Ribeira, waar de lantaarns hun gele licht op de keien wierpen. De stad leek te ademen.
Dag 4 – De markten en het moderne Porto
Na drie dagen oude wijken en steile straatjes besloot ik vandaag het modernere deel van de stad te verkennen. Ik begon in de Mercado do Bolhão, een overdekte markt vol geur en kleur. Er lagen bergen tomaten, olijven, gedroogde vis, en vrouwen riepen luid hun waren aan. Ik kocht wat verse aardbeien en sprak kort met een verkoper die vertelde dat de markt na jaren renovatie eindelijk weer open was.
Van daaruit liep ik naar de Avenida dos Aliados, de brede boulevard met statige gebouwen. Porto voelde hier heel anders – minder oud, maar nog steeds authentiek. Ik bezocht het Casa da Música, een modern concertgebouw met een opvallende architectuur. Binnen kreeg ik een rondleiding, en ik vond het fascinerend hoe deze stad, die zo doordrenkt is van traditie, ook ruimte maakt voor vernieuwing.
’s Middags nam ik de metro naar de kust, naar Foz do Douro, waar de rivier uitmondt in de Atlantische Oceaan. De lucht was ziltig en de wind fris. Ik wandelde langs de promenade en keek naar de golven die tegen de stenen pier sloegen. Aan de rand van het strand dronk ik koffie in een klein café. Het voelde goed om even weg te zijn van de drukte van het centrum.
’s Avonds at ik eenvoudig – een bord soep en brood – in een klein restaurant in de buurt van mijn hotel. De eigenaar herkende me van de eerste avond en bracht me zonder te vragen een glas port toe. “Voor het slapen,” zei hij met een knipoog.
Dag 5 – Dagtocht naar de Dourovallei
Vandaag maakte ik een dagtocht naar de Dourovallei, het wijngebied waar de port vandaan komt. De trein vertrok vroeg van São Bento, een station dat op zichzelf al een bezienswaardigheid is, met zijn muren vol blauwe tegels die de geschiedenis van Portugal uitbeelden. De rit naar Peso da Régua duurde bijna twee uur, maar was prachtig: de rails volgden de rivier, tussen groene heuvels vol wijngaarden.
In Régua werd ik opgehaald door een kleine groepstour. We bezochten een quinta, een wijndomein, waar ik tussen de wijnranken stond met uitzicht op de kronkelende Douro. De gids legde uit hoe de druiven met de hand worden geplukt en hoe de wijn vervolgens per boot of vrachtwagen naar Gaia wordt gebracht om daar te rijpen.
De lunch was eenvoudig maar heerlijk – stoofvlees, rijst, brood en uiteraard wijn van het huis. Daarna voer ik met een boot terug over de Douro, langzaam, in stilte. De heuvels weerspiegelden in het water, en de zon zakte langzaam achter de bergen. Het was een van die momenten die je niet snel vergeet.
’s Avonds terug in Porto voelde ik me voldaan, maar ook een beetje weemoedig. De stilte van de vallei contrasteerde met het levendige ritme van de stad.
Dag 6 – Sfeer, geluiden en onverwachte ontmoetingen
Vandaag had ik geen plan. Ik wilde gewoon ronddwalen. Ik liep zonder doel door de straten van Ribeira, nam kleine straatjes die ik nog niet kende, en kwam uit bij een plein waar een markt gaande was. Een oudere vrouw verkocht handgemaakte sieraden en vertelde me dat ze elke zaterdag hier staat. We praatten even over de stad, over hoe Porto de laatste jaren drukker is geworden, maar volgens haar “altijd zijn ziel heeft behouden”.
Ik bezocht later de Igreja de São Francisco, een kerk die van buiten sober lijkt, maar van binnen schittert van goud. De rijkdom en het vakmanschap waren overweldigend. Daarna liep ik naar de kade om nog één keer de brug te zien in het namiddaglicht.
’s Avonds at ik in een klein restaurant boven in de wijk Miragaia. Er waren maar vijf tafels. De kok serveerde zelf, met trots. Ik bestelde arroz de pato, eend met rijst, en hij schonk me een glas lokale wijn in. We raakten aan de praat, en hij vertelde over zijn jeugd in de Dourovallei. “De wijn zit in mijn bloed,” zei hij lachend.
Toen ik later terugliep naar mijn hotel, hoorde ik weer muziek in de verte. Een straatmuzikant speelde gitaar aan de oever van de Douro, en mensen bleven even staan luisteren. De lucht was zacht, de rivier spiegelde het licht van de stad.
Dag 7 – Afscheid van Porto
Mijn laatste ochtend begon rustig. Ik dronk koffie bij hetzelfde café als op de eerste dag, waar de eigenaar me inmiddels herkende. De stad ontwaakte langzaam: het geluid van trams, stemmen, het rammelen van servies.
Ik liep nog één keer langs de rivier, keek naar de boten, en probeerde het beeld in me op te slaan. Porto had me geraakt – niet alleen door de schoonheid, maar door zijn karakter. De stad is rauw, eerlijk en vol hart.
Toen ik later in de taxi zat op weg naar de luchthaven, keek ik nog één keer om. De zon scheen op de rode daken, de brug glinsterde in het licht. Ik wist dat ik hier ooit zou terugkeren – misschien niet morgen, misschien niet volgend jaar, maar ooit. Porto heeft iets wat onder je huid kruipt en daar blijft.
