Je bekijkt nu Reisverslag: Een week op Santorini, Griekenland
  • Laatste wijziging in bericht:13/10/2025
  • Leestijd:8 min. lezen

Reisverslag: Een week op Santorini, Griekenland

Dag 1 – Vlucht vanaf Brussel en aankomst op Santorini

Mijn reis naar Santorini begon vroeg op Brussels Airport. De lucht was fris en grijs boven België, maar ik wist dat me aan de andere kant van Europa een volledig ander landschap wachtte. De vlucht naar Santorini verliep rechtstreeks en duurde iets meer dan drie uur. Toen het vliegtuig begon te dalen, zag ik het eiland al liggen als een halve maan in de Egeïsche Zee, met witte dorpjes die als sneeuwvlokken tegen de donkere rotsen plakten.

Na de landing op de kleine luchthaven van Santorini rook ik meteen de warme, zoute lucht. Een korte taxirit bracht me naar mijn hotel net buiten Fira, de hoofdstad van het eiland. Mijn kamer had een klein balkon met uitzicht op de caldera – de reusachtige vulkaankrater die Santorini zijn unieke vorm geeft. Het voelde onwerkelijk om daar te staan, kijkend naar de steile kliffen die uit de zee oprijzen.

Die avond wandelde ik door Fira. De smalle straatjes waren gevuld met boetiekjes, restaurants en kleine kerkjes met blauwe koepels. Toen de zon begon te zakken, kleurde de lucht oranje, roze en paars. Ik at mijn eerste Griekse maaltijd – gegrilde octopus met citroen en olijfolie – op een terras met uitzicht over de caldera. De avond eindigde met een glas lokale witte wijn, Assyrtiko, waarvan de frisse smaak perfect paste bij het uitzicht.

Dag 2 – Verkenning van Fira en de eerste indrukken van het eiland

Na een nacht waarin ik het zachte ruisen van de zee hoorde, begon ik de dag met een wandeling door Fira. De stad is levendig maar niet overweldigend; overal ruik je koffie, gebakken brood en bloemen. Ik bezocht het Archeologisch Museum van Thera, waar keramiek en beelden uit de Minoïsche tijd worden tentoongesteld. Het gaf me een idee van hoe oud de geschiedenis van dit eiland is, lang voordat de vulkaan uitbarstte die Santorini zijn huidige vorm gaf.

’s Middags wandelde ik langs het pad dat de dorpen Fira en Imerovigli verbindt. Het pad slingert langs de rand van de caldera, met aan de ene kant de zee en aan de andere kant de witgekalkte huizen. Het was warm, maar de wind hield het draaglijk. Onderweg stopte ik bij een klein café met uitzicht op de vulkaan. De eigenaar serveerde zelfgemaakte citroenlimonade en vertelde dat zijn familie al generaties lang op Santorini woont.

’s Avonds at ik in een taverne in Fira: verse tomatenballetjes, fava (een romige puree van spliterwten) en een stukje vis. Terwijl ik daar zat, besefte ik dat ik zelden ergens geweest was waar licht zo’n grote rol speelde. De zonsondergang leek de hele wereld even stil te zetten.

Dag 3 – Oia en de beroemdste zonsondergang van Griekenland

Vandaag nam ik de bus naar Oia, het dorp dat symbool staat voor Santorini. De rit duurde een half uur, en bij aankomst begreep ik meteen waarom dit dorp zo geliefd is. Oia is een doolhof van witte huizen, smalle trappen en blauwe koepels, allemaal tegen de achtergrond van de diepblauwe zee.

Ik wandelde urenlang door de straatjes, ontdekte kleine kunstgalerijen en belandde op een terras met uitzicht op de haven van Ammoudi beneden. Ik daalde de trappen af naar die haven, waar vissersboten dobberden in helder water. Daar at ik lunch aan zee – vers gevangen vis, geroosterde groenten en brood gedoopt in olijfolie.

Later op de middag keerde ik terug naar het centrum van Oia, waar mensen zich al begonnen te verzamelen voor de zonsondergang. Ik vond een rustig plekje op de ruïnes van het oude kasteel en keek toe hoe de zon langzaam in zee zakte. De lucht veranderde in goud, dan oranje, dan paars. Mensen klapten spontaan toen de zon onder was. Het was toeristisch, ja, maar ook magisch. Ik bleef nog even zitten toen het donker werd, luisterend naar het zachte geroezemoes en het ruisen van de zee beneden.

Dag 4 – Boottocht naar de vulkaan en de warmwaterbronnen

Vandaag stond iets bijzonders op het programma: een boottocht naar de vulkaan. Vroeg in de ochtend liep ik naar de oude haven van Fira, via de zigzaggende trappen die naar beneden leiden. Daar stapte ik aan boord van een houten zeilschip dat vol zat met reizigers van overal.

De eerste stop was Nea Kameni, het vulkaaneiland midden in de caldera. We wandelden in de hitte over zwart lavagesteente, en de gids wees ons op plekken waar nog warme dampen uit de aarde kwamen. Het voelde bijna buitenaards – een landschap van as en steen, met op de achtergrond het witte lint van Santorini tegen de lucht.

Daarna voeren we naar de warmwaterbronnen van Palea Kameni, waar het water een roodbruine kleur heeft door het ijzer. Ik sprong in het water en voelde meteen het temperatuurverschil: de zee was koel, maar de bron warm. De geur van zwavel hing in de lucht, maar het was een unieke ervaring om te zwemmen in het hart van een oude vulkaan.

’s Middags voeren we naar het eiland Thirassia, waar ik lunchte in een eenvoudige taverne boven de haven. Een bord gegrilde sardientjes, salade, en een glas witte wijn. Alles smaakte beter door de zeelucht. Terug op Santorini wandelde ik in de avond nog even door Fira. Mijn benen voelden zwaar, maar mijn hoofd zat vol beelden van zee, steen en licht.

Dag 5 – Akrotiri en de rode stranden

Vandaag besloot ik de zuidkant van het eiland te verkennen. Met een huurauto reed ik naar Akrotiri, de plek waar een oude Minoïsche stad onder vulkanische as is bewaard gebleven. De site is indrukwekkend – loopbruggen leiden over de ruïnes, en je kunt de huizen, potten en zelfs straten nog zien zoals ze drieduizend jaar geleden waren. Het voelde alsof ik door een bevroren moment in de tijd liep.

Na het bezoek reed ik door naar het Rode Strand, beroemd om zijn roestkleurige kliffen en donkere zand. De wandeling naar het strand was kort maar steil, en het uitzicht vanaf boven was spectaculair: rood gesteente, blauw water, en de witte schuimranden van de golven. Ik bracht de middag door met zwemmen en lezen, af en toe naar de zee kijkend.

’s Avonds at ik in een klein restaurant in het dorp Akrotiri, waar ik Santorini-salade bestelde met kappertjes, tomaten en geitenkaas. De eigenaresse kwam even naast me zitten en vroeg waar ik vandaan kwam. Ze vertelde dat de bewoners van Santorini gewend zijn aan reizigers, maar dat ze nog altijd trots zijn op hun eiland. Haar oprechtheid raakte me.

Dag 6 – Imerovigli en rust boven de caldera

Na een paar intensieve dagen besloot ik het vandaag rustig aan te doen. Ik wandelde vanuit Fira naar Imerovigli, een dorp dat bekendstaat als een van de stilste plekken aan de caldera. De wandeling duurde ongeveer een half uur en bood opnieuw adembenemende uitzichten.

In Imerovigli vond ik een café met een klein terras dat leek te zweven boven de zee. Ik dronk koffie, schreef in mijn dagboek en keek hoe de wolken als schaduwen over het water gleden. ’s Middags bezocht ik de rots van Skaros, een oud uitkijkpunt waar ooit een vesting stond. De klim was pittig, maar het uitzicht maakte alles goed: de vulkaan recht voor me, de zee glinsterend tot aan de horizon.

Die avond at ik in een klein restaurant met slechts vijf tafels. De eigenaar kookte zelf en serveerde lam met citroen en oregano, gevolgd door een dessert van honing en yoghurt. Terwijl ik daar zat, met uitzicht op het langzaam donker wordende water, voelde ik me volledig vredig.

Dag 7 – Laatste ochtend en terugvlucht

Mijn laatste ochtend op Santorini begon vroeg. Ik stond op het balkon met een kop koffie in de hand en keek hoe de zon opkwam achter de bergen. De lucht kleurde van zachtroze naar blauw, en de zee lag stil als glas.

Na het ontbijt wandelde ik nog één keer door Fira. De winkels openden langzaam hun deuren, katten sliepen op de stoep, en de geur van vers brood vulde de lucht. Ik kocht een klein flesje Assyrtiko-wijn om mee naar huis te nemen, een herinnering aan de avonden op de kliffen.

De rit naar de luchthaven was kort, maar ik keek de hele tijd naar buiten. Het landschap van Santorini, met zijn witte huizen en zwarte aarde, leek nog intenser nu ik wist dat ik het moest achterlaten.

In het vliegtuig, terwijl het eiland onder me kleiner werd, dacht ik aan de week die voorbij was. Santorini had me niet alleen haar schoonheid laten zien, maar ook haar stilte, haar geuren, haar mensen. Het was een plek waar natuur en geschiedenis elkaar raken, waar licht alles vormgeeft, en waar je elke dag even vergeet wat tijd betekent.

Ik wist dat dit geen afscheid voor altijd zou zijn. Santorini had zich in mijn geheugen gegrift – als een zonsondergang die blijft nazinderen, lang nadat de zon is verdwenen.