Je bekijkt nu Reisverslag: Een week in Marseille, Frankrijk
  • Laatste wijziging in bericht:11/10/2025
  • Leestijd:8 min. lezen

Reisverslag: Een week in Marseille, Frankrijk

Dag 1 – Aankomst aan de Middellandse Zee

De trein vanuit Parijs arriveerde iets na de middag. Zodra ik het station Saint-Charles in Marseille uitliep en bovenaan de trappen stond, zag ik de stad voor me uitgestrekt liggen. Beneden glinsterde de zee in de verte, en ik voelde meteen dat dit een andere wereld was – ruiger, warmer, levendiger. Marseille had een geur die ik niet kende: een mengeling van zout, kruiden, asfalt en vis.

Mijn hotel lag vlak bij de Vieux-Port, de oude haven die het hart van de stad vormt. De kamer was eenvoudig, maar vanaf het balkon kon ik de masten van de boten zien en de stemmen horen van mensen op de kade. Ik besloot meteen op verkenning te gaan.

Langs de haven wandelde ik tussen marktkramen vol schelpen, krabben en glanzende vis. De verkopers riepen luid, hun handen vol zeewater en ijs. Aan de overkant zat ik op een terras met een glas pastis – die typische anijsdrank die hier bij alles hoort – en keek hoe de zon langzaam lager zakte. De lucht werd goud en de stad leek te ademen.

’s Avonds at ik bouillabaisse in een klein restaurantje in de Rue Sainte. De soep was dik en vol van smaak, met saffraan, vis en olijfolie. Naast me zat een oudere man die me vertelde dat hij al zijn hele leven in Marseille woonde. “Ici, la mer fait partie de nous,” zei hij glimlachend. Hier maakt de zee deel van ons uit.

Dag 2 – De Vieux-Port en Le Panier

Ik werd wakker met het geluid van zeemeeuwen. Na een espresso en een croissant op het balkon liep ik opnieuw richting de haven. ’s Ochtends is het daar nog rustig, de lucht fris, de boten zacht schommelend. Daarna ging ik op ontdekking in Le Panier, de oudste wijk van de stad.

De straten daar zijn smal en steil, met gevels in pastelkleuren en muren vol graffiti. Op sommige plekken hing wasgoed tussen de huizen. Ik liep zonder kaart, gewoon waar mijn voeten me brachten. In een klein atelier raakte ik aan de praat met een jonge keramiste die vertelde dat Le Panier vroeger een ruige buurt was, maar dat het de laatste jaren opnieuw tot leven kwam door kunstenaars en studenten.

Ik bezocht het Musée des Civilisations de l’Europe et de la Méditerranée (MuCEM), een modern gebouw aan de waterkant met metalen gaas dat schittert in de zon. Binnen was het koel en stil. De tentoonstellingen vertelden over de mediterrane cultuur – van scheepvaart tot religie. Toen ik op het dakterras stond, waaide de wind hard en rook ik de zee.

’s Avonds at ik bij een klein restaurant in Le Panier, waar vooral locals kwamen. Er werd gelachen, geroepen, en af en toe zong iemand een lied. Ik voelde me op dat moment geen toerist, maar deelnemer aan het ritme van de stad.

Dag 3 – Notre-Dame de la Garde en uitzicht over de stad

Vandaag stond ik vroeg op om de Notre-Dame de la Garde te bezoeken, de iconische basiliek die hoog boven Marseille uittorent. Ik besloot te voet te gaan, wat achteraf een hele klim bleek. De weg kronkelde omhoog, soms steil, maar telkens bood hij nieuwe uitzichten over de stad.

Boven aangekomen waaide een frisse zeebries. De basiliek zelf was indrukwekkend, met mozaïeken, kaarsen en een serene stilte. Buiten stond ik lang bij de rand van het plateau. Vanaf hier leek de hele stad zich uit te spreiden: de haven, de eilanden, de zee tot aan de horizon. De klokken luidden en even voelde het alsof alles stilviel.

Op de terugweg stopte ik bij een klein café voor een salade met tonijn en olijven, typisch Provençaals. In de middag wandelde ik door de wijk Cours Julien, vol straatkunst, vintagewinkels en muziek. De muren waren bedekt met kleurrijke muurschilderingen – sommige grappig, andere politiek. Ik dronk er een koffie op een terras tussen studenten en muzikanten.

’s Avonds ging ik terug naar de haven. Het licht was zachtroze en de boten lagen spiegelglad in het water. Ik dacht aan hoe anders Marseille is dan de rest van Frankrijk – niet verfijnd of rustig, maar vol tegenstellingen, leven en ruwheid.

Dag 4 – Boottocht naar de Calanques

Vandaag maakte ik een uitstap naar de Calanques, de beroemde rotspartijen en baaien tussen Marseille en Cassis. Ik nam een boot vanaf de haven. Zodra we de stad verlieten, veranderde het landschap. De kust werd grillig en wit, het water steeds blauwer.

We voeren langs kliffen die steil uit de zee rezen, met kleine inhammen waar mensen zwommen of op de rotsen lagen. Bij de Calanque d’En-Vau stopte de boot en mochten we het water in. Het was ijskoud, maar helder als glas. Ik zwom tussen de rotsen en voelde me even helemaal vrij, alsof de wereld was teruggebracht tot zon, zee en stilte.

Terug aan boord droeg de wind de geur van zout en pijnbomen. De schipper vertelde verhalen over piraten en vissers die hier vroeger schuilden. Toen we weer aanlegden in de haven van Marseille, voelde ik me rozig van zon en zee.

’s Avonds at ik op een terras aan het water, simpel: gegrilde sardines en een glas witte wijn. De lucht kleurde oranje en de stad leek langzaam tot rust te komen.

Dag 5 – De eilanden van If en Frioul

Ik besloot vandaag opnieuw het water op te gaan, dit keer naar de eilanden voor de kust. De boottocht naar het Île d’If duurde maar twintig minuten. Daar bezocht ik het beroemde Château d’If, bekend uit De Graaf van Monte Cristo. De cellen waren koel en donker; vanaf de muren kon ik de stad in de verte zien liggen.

Daarna voer ik verder naar de Îles du Frioul, een groep kale, witte eilanden met smalle paden en baaien. Ik wandelde er uren rond. De zon brandde fel, en de lucht trilde van de hitte. In een kleine baai vond ik een bijna verlaten strand. Ik ging zwemmen en liet me daarna drogen op de rotsen. Alleen het geluid van de zee en de wind was te horen.

Tegen de avond keerde ik terug naar de stad. Marseille leek vanaf het water nog mooier, met de lichtjes die langzaam aangingen. Die avond at ik in de wijk Noailles, waar de markten en geuren van Noord-Afrika voelbaar waren – munt, komijn, gegrild vlees. Ik bestelde couscous met lamsvlees en at tussen families die luid praatten en lachten.

Dag 6 – De markten en de mediterrane sfeer

De ochtend bracht ik door op de markt van Noailles, vlak bij de haven. Het was een chaos van geluiden, kleuren en geuren: stapels kruiden, bergen groenten, verkopers die schreeuwden, kinderen die tussen de kramen renden. Ik kocht wat olijven, vijgen en een klein zakje lavendel om mee naar huis te nemen.

Daarna bezocht ik het Palais Longchamp, met zijn fonteinen en tuinen. Het contrast met het rumoer van de stad was groot: hier was alles rustig, statig. Ik zat een tijdlang op een bankje in de schaduw en keek naar spelende kinderen bij de fonteinen.

In de middag liep ik langs de Corniche, de lange kustweg met uitzicht op zee. De wind waaide hard, en de golven sloegen tegen de rotsen. Af en toe stopte ik om gewoon te kijken, te ademen. Marseille voelde die dag als een levend wezen – ruw, luid, maar vol hart.

’s Avonds dronk ik wijn met een paar mensen die ik de dag ervoor had ontmoet. Ze vertelden me over het leven in de stad, over hoe iedereen hier zijn eigen ritme heeft. “Marseille is niet mooi op de klassieke manier,” zei een van hen, “maar ze is echt.”

Dag 7 – Afscheid van Marseille

Mijn laatste ochtend brak aan met zonlicht door de gordijnen en het geluid van de haven die ontwaakte. Ik liep nog één keer naar de kade. De vissers waren al bezig, de lucht rook naar zout en diesel. Ik dronk koffie bij een klein stalletje en keek naar de boten die uitvaren.

Daarna dwaalde ik nog wat door de straten van Le Panier. Het voelde vreemd om te weten dat ik morgen niet meer door deze steegjes zou lopen. Ik kocht nog een stukje zeep van Marseille en stak het in mijn tas – een kleine herinnering aan de geur van deze stad.

Toen ik in de middag in de trein zat en de zee langzaam uit het zicht verdween, dacht ik aan alles wat ik had gezien en gevoeld. Marseille had me geraakt. Niet door perfectie, maar door eerlijkheid. Het is een stad die leeft, die ademt, die je niet probeert te behagen, maar die je uitnodigt om haar te begrijpen. En ergens wist ik: ik kom terug.