Je bekijkt nu Reisverslag: Een week in Nice, Frankrijk
  • Laatste wijziging in bericht:11/10/2025
  • Leestijd:7 min. lezen

Reisverslag: Een week in Nice, Frankrijk

Dag 1 – Aankomst aan de Côte d’Azur

De lucht boven de Middellandse Zee had een blauw dat ik nergens anders ooit had gezien toen het vliegtuig daalde richting Nice. Vanuit het raampje zag ik de stad zich uitstrekken langs het water, met oranje daken, palmbomen en een fonkelende kustlijn. De landing ging soepel en zodra ik buiten stond, voelde ik die typische Zuid-Franse warmte: zacht, zoutig en doordrongen van zon.

Mijn hotel lag aan de rand van de oude stad, niet ver van de Promenade des Anglais. Ik liep ernaartoe met mijn koffer over de boulevard. De zee glinsterde, joggers liepen voorbij, en op de banken zaten oudere mannen die in de zon praatten alsof de tijd er niet toe deed. Mijn kamer was klein, maar vanaf het balkon kon ik het water zien.

Die avond liep ik naar de oude stad, Vieux Nice, een doolhof van smalle straatjes, terracotta gevels en luiken die half open stonden. De geuren van pizza, vis en lavendel vermengden zich met de muziek van straatartiesten. Ik at in een klein restaurant een salade niçoise en dronk een glas rosé. Toen ik later terugliep over de Promenade, kleurde de lucht roze en oranje. Het was mijn eerste avond aan de Côte d’Azur, en alles voelde licht en tijdloos.

Dag 2 – De oude stad ontdekken

Ik begon de dag vroeg met een espresso aan de bar van een café op de hoek. Lokale bewoners kwamen binnen, riepen “bonjour” tegen de barman en dronken hun koffie staand. Daarna liep ik richting Cours Saleya, de beroemde markt van Nice. De geur van bloemen, kruiden en fruit vulde de lucht. Ik kocht een klein bakje aardbeien en een stuk socca – een pannenkoek van kikkererwtenmeel, knapperig aan de buitenkant en zacht vanbinnen.

Na de markt dwaalde ik door de steegjes van Vieux Nice. De straten waren koel en schaduwrijk, met was die boven mijn hoofd hing. Ik bezocht kleine boetieks, at een bolletje citroenijs en kwam uiteindelijk uit bij de Colline du Château, de heuvel die boven de stad uittorent. De klim was steil, maar het uitzicht boven was onvergetelijk: de baai, de stad, de eindeloze zee.

’s Middags zat ik op het strand. De kiezels waren heet onder mijn voeten en het water verrassend koel. Ik ging zwemmen en liet me daarna opdrogen in de zon. De zee glinsterde, en ik dacht: dit is precies zoals ik me Zuid-Frankrijk had voorgesteld.

Die avond at ik op een terras in de Rue Rossetti. Er speelde een gitarist, de lucht was zacht, en ik voelde me voor het eerst in lange tijd echt rustig.

Dag 3 – Kunst en kleur

Vandaag wilde ik de artistieke kant van Nice ontdekken. De stad heeft iets dat altijd kunstenaars heeft aangetrokken: het licht, de kleuren, de zee. Ik begon in het Musée Matisse, gelegen op een heuvel in de wijk Cimiez. De wandeling ernaartoe was prachtig – langs olijfbomen en oude villa’s. Binnen hingen de werken van Matisse in kamers vol daglicht. Zijn gebruik van kleur voelde hier, in deze omgeving, volkomen logisch.

Daarna bezocht ik het Musée Marc Chagall, iets verderop. De grote, kleurrijke doeken met bijbelse taferelen hingen in een stille ruimte waar het licht gefilterd binnenviel. Ik bleef lang kijken, alsof de schilderijen iets wilden vertellen dat alleen hier te begrijpen was.

’s Middags wandelde ik door de Jardin Albert Ier, een park dat grenst aan de zee. Kinderen speelden bij de fonteinen, toeristen lagen in het gras, en ik at een sandwich met geitenkaas en honing, gekocht bij een kleine bakkerij.

In de avond liep ik opnieuw over de Promenade des Anglais. De lucht kleurde langzaam violet, de zee spiegelde het laatste licht. Ik ging zitten met een glas wijn en keek hoe de stad langzaam veranderde in een zee van lampen.

Dag 4 – Een dagtrip naar Èze

Ik nam de bus naar Èze, een middeleeuws dorp op een heuvel hoog boven de zee. De rit was kort, maar bij elke bocht werd het uitzicht indrukwekkender. In Èze liep ik over geplaveide straatjes, omringd door stenen huizen met klimop en bloemen. De lucht rook naar lavendel en zeelucht tegelijk.

Ik bezocht de Jardin Exotique, waar cactussen tussen de rotsen groeiden en sculpturen uitkeken over de Middellandse Zee. Vanaf het hoogste punt leek het alsof ik boven de wereld stond.

’s Middags at ik op een klein terras een omelet met kruiden en keek naar de glinsterende kustlijn beneden. Daarna bezocht ik de parfumfabriek Fragonard, waar de geur van bloemen bijna bedwelmend was.

Terug in Nice, in de late namiddag, liep ik nog even langs het strand. De zon stond laag, het water was kalm, en ik voelde een soort tevredenheid die alleen op reis mogelijk is – het besef dat je ergens bent waar je niets hoeft te doen behalve kijken, ademen en zijn.

Dag 5 – Villefranche-sur-Mer

Vandaag besloot ik de trein te nemen naar Villefranche-sur-Mer, een dorpje slechts een paar minuten van Nice. Zodra ik het station uitstapte, lag de zee voor me: diepblauw en helder, met kleine bootjes die zacht dobberden. De huizen hadden kleuren als abrikoos en oudroze, en de straatjes waren stil.

Ik wandelde langs de haven en at een salade met verse tonijn in een klein restaurant aan het water. Daarna bracht ik de middag door op het strand. Het water was zó helder dat ik de stenen op de bodem kon zien.

Later liep ik omhoog naar het fort, waar het uitzicht over de baai adembenemend was. De lucht rook naar dennen en zout. Toen ik terugkeerde naar Nice, was de lucht gevuld met avondlicht, en ik voelde dat ik steeds meer verbonden raakte met deze kust.

Die avond at ik pizza met ansjovis en kappertjes in de oude stad, dronk een koud glas rosé en luisterde naar straatmuziek. Het leven leek hier trager, eenvoudiger, maar voller.

Dag 6 – Langs de Promenade en in de sfeer van de stad

Na een week voelde Nice al vertrouwd aan. Ik besloot de dag rustig door te brengen, zonder plan. Na het ontbijt wandelde ik langzaam over de Promenade des Anglais, van de haven tot aan het westelijke einde. De lucht was helder, het geluid van de zee constant aanwezig.

Ik stopte bij het strand, zwom nog eens in het koele water en las wat op een handdoek. De middag bracht ik door in cafés. In één ervan raakte ik aan de praat met een oudere vrouw die haar hele leven in Nice had gewoond. Ze vertelde over hoe de stad in de winter rustig is, maar dat ze de zomerdrukte juist mooi vindt: “Dan leeft de zee weer,” zei ze glimlachend.

’s Avonds at ik bij een restaurant met uitzicht op het water. De lucht was warm en vol beweging. Ik dacht aan hoe de dagen hier in elkaar overvloeiden – zon, zee, eten, wandelen, kijken. Alles leek eenvoudig, maar tegelijk rijk.

Dag 7 – Laatste ochtend in de zon

Mijn laatste ochtend brak aan met een zacht briesje en het geluid van meeuwen. Ik pakte mijn koffer, maar besloot nog één keer de boulevard af te lopen. De stad ontwaakte langzaam: marktlui die hun kramen opzetten, fietsers, de geur van versgebakken brood.

Ik ging zitten met een koffie en keek naar de zee. De zon schitterde op het water zoals op de eerste dag. Nice had iets van een belofte: schoonheid zonder opsmuk, rust zonder stilte. Ik voelde een lichte weemoed, zoals altijd bij vertrek, maar ook dankbaarheid.

Toen het vliegtuig later die middag opsteeg en ik de kustlijn onder me zag verdwijnen, wist ik dat ik hier ooit terug zou komen. De kleuren, het licht, de geur van zout en lavendel – ze bleven hangen, alsof een stukje van de Côte d’Azur met me meereisde.