Je bekijkt nu Reisverslag: Een week in Bern, Zwitserland
  • Laatste wijziging in bericht:12/10/2025
  • Leestijd:8 min. lezen

Reisverslag: Een week in Bern, Zwitserland

Dag 1 – Met de trein van Amsterdam naar Bern

De ochtend begon vroeg voor mijn reis naar Bern, nog in het halfdonker van een rustige Amsterdamse zaterdagochtend. Op Amsterdam Centraal stond de ICE naar Basel al klaar. Met een koffie in de hand en een gevoel van opwinding nam ik plaats bij het raam. De rit voerde me via Utrecht en Arnhem Duitsland in, en langzaam veranderde het vlakke landschap in iets heuvelachtigs.

De overstap in Basel verliep soepel – de Zwitserse punctualiteit stelde niet teleur. In iets meer dan een uur bracht de SBB-trein me naar Bern, het politieke hart van Zwitserland. Toen ik het station uitliep, werd ik meteen getroffen door de sfeer: rustig, overzichtelijk, en met een elegantie die nergens opdringerig aanvoelde.

Mijn hotel lag aan de rand van de Altstadt, de oude stad die zich in een lus van de rivier de Aare nestelt. Na het inchecken maakte ik een eerste wandeling. De stad had iets tijdloos – de zandkleurige arcades, de klokkentorens, de trage stroming van de rivier beneden.

Ik liep naar de Zytglogge, de beroemde kloktoren uit de middeleeuwen. Net op tijd zag ik het uurwerk in beweging komen, met figuurtjes die op muziek ronddraaiden. ’s Avonds at ik in een klein restaurant vlak bij de Bundesplatz: rösti met kaas en een glas lokale wijn. Een eenvoudig, maar heerlijk welkom in Zwitserland.

Dag 2 – Eerste verkenning van de Altstadt

De dag begon met een stevig ontbijt in het hotel, met brood, Zwitserse kaas en honing uit de regio. Daarna trok ik eropuit om de stad echt te verkennen.

De Altstadt van Bern is compact, maar rijk aan details. Ik wandelde onder de lange arcades door, langs winkels, antiekzaken en cafés. De zandstenen gebouwen gaven de stad een warme gloed, zelfs op deze bewolkte ochtend. Bij de Bundeshaus, het parlementsgebouw, bleef ik even staan; het uitzicht over de rivier en de Alpen in de verte was indrukwekkend.

Ik bezocht ook de Münster van Bern, de gotische kathedraal met haar imposante toren. Binnen was het koel en stil, maar het uitzicht vanaf de top was overweldigend – de rode daken van de stad, de blauwe kronkel van de Aare en, in de verte, de besneeuwde toppen van de Alpen.

’s Middags lunchte ik in een café aan de Kramgasse, waar Einstein ooit woonde. Ik besloot het Einstein-Haus te bezoeken: een klein appartement waar de beroemde wetenschapper woonde toen hij in Bern werkte. Het was fascinerend om te zien hoe eenvoudig hij leefde terwijl hij zijn revolutionaire ideeën uitwerkte.

’s Avonds wandelde ik naar de Rosengarten, een park op een heuvel aan de overkant van de rivier. Vanaf daar had ik een prachtig uitzicht over de oude stad in het avondlicht. De lucht kleurde langzaam roze boven de Alpen, en ik bleef lang zitten, gewoon genietend van het moment.

Dag 3 – Langs de Aare en het berenpark

Na een rustige ochtend besloot ik de rivier de Aare te volgen. Het pad langs het water was groen en vredig, met af en toe joggers en fietsers die voorbijgingen. Het was verbazend hoe snel je, op een paar minuten lopen van het centrum, in de natuur stond.

Mijn eerste stop was het Bärenpark, waar een paar bruine beren in een ruime, natuurlijke omgeving leefden – een moderne versie van de eeuwenoude traditie van Bern om beren te houden, het symbool van de stad. Vanaf het uitzichtpunt zag ik een beer rustig baden in de rivier, terwijl toeristen zachtjes lachten en foto’s maakten.

Daarna liep ik verder naar de Nydeggbrücke, waar ik even stilstond om de stad van beneden te bekijken. De arcades leken bijna te zweven boven de rivier, en de zachte kleur van de stenen gaf alles iets schilderachtigs.

’s Middags at ik een lichte lunch – een salade met geitenkaas – in een café met uitzicht op de Aare. De middag bracht ik door met slenteren, zonder plan. Ik liep binnen bij een boekwinkel, dronk koffie op een terras en genoot van het trage ritme van de stad.

’s Avonds at ik bij een lokaal restaurant in de buurt van de Marktgasse. De ober raadde me een traditioneel gerecht aan: Älplermagronen, Zwitserse pasta met kaas, uien en appelmoes. Verrassend lekker en perfect na een dag vol wandelen.

Dag 4 – Een dag in de natuur: uitstapje naar Thun

Vandaag wilde ik even buiten Bern kijken. Ik nam de trein naar Thun, een klein stadje aan de rand van het Thunermeer, slechts een half uur verderop.

De rit was kort maar schitterend: weilanden, bergen aan de horizon en dorpjes met houten chalets. In Thun wandelde ik door de oude stad, met haar geplaveide straten en kleurrijke gevels. De Schloss Thun torende boven alles uit. Vanaf de toren had ik uitzicht over het meer en de besneeuwde toppen van de Berner Alpen.

Na de klim lunchte ik aan het meer. Ik at een forelfilet met citroen en een salade, terwijl ik keek naar zeilbootjes die zachtjes over het water gleden.

’s Middags nam ik de boot naar Spiez, een tocht van ongeveer een uur over het meer. De stilte, het geluid van het kabbelende water en de berglucht maakten het een bijna meditatieve ervaring. In Spiez wandelde ik kort langs de haven en nam daarna de trein terug naar Bern.

’s Avonds, terug in de stad, besloot ik niet meer ver weg te gaan. Ik haalde een broodje en zat op een bankje aan de Aare, terwijl de lichten van de stad zich weerspiegelden in het water.

Dag 5 – Cultuur en musea

Vandaag stond in het teken van cultuur. Ik begon met een bezoek aan het Kunstmuseum Bern, het oudste kunstmuseum van Zwitserland. De collectie was indrukwekkend – van klassieke meesters tot moderne Zwitserse kunst. Vooral de werken van Paul Klee maakten indruk.

Daarna liep ik door naar het Zentrum Paul Klee, net buiten de stad. Het gebouw zelf, ontworpen door Renzo Piano, leek met zijn golvende daklijn bijna onderdeel van het landschap. Binnen was het stil; de kleurrijke, dromerige werken van Klee hingen in ruim opgezette zalen. Het voelde alsof ik door iemands gedachten wandelde.

Na de lunch in het museumcafé wandelde ik terug naar de stad. Ik bracht de rest van de middag door in de Botanische Tuin van de universiteit, een oase van rust midden in Bern.

’s Avonds dineerde ik aan de Bundesplatz, waar de fonteinen op het plein verlicht werden en kinderen door het water renden. Ik at een lichte maaltijd – risotto met groenten – en keek naar het dagelijkse ritueel van mensen die na hun werkdag nog even bleven hangen.

Dag 6 – Wandelen en ontspannen

Na een week vol indrukken besloot ik het vandaag rustig aan te doen. Ik wandelde langs de Kleine Schanze, een park met uitzicht over de Alpen en het parlementsgebouw. Ik kocht koffie bij een kiosk en ging op een bankje zitten, gewoon kijkend naar het leven om me heen.

In de middag wandelde ik nogmaals door de oude stad, dit keer zonder camera of plan. Ik liep door straatjes die ik eerder had overgeslagen, ontdekte een klein winkeltje dat handgemaakte chocolade verkocht en raakte in gesprek met de eigenaresse, die me enthousiast vertelde over haar familiebedrijf.

’s Middags bezocht ik nog één keer de Rosengarten. De zon stond laag, de geur van bloemen hing in de lucht, en de stad lag er vredig bij. Ik bestelde een glas wijn op het terras en bleef lang zitten, mijmerend over de afgelopen dagen.

’s Avonds at ik mijn laatste diner in Bern in een klein restaurant waar ik eerder was langs gelopen. Ik koos voor een Zwitserse kaasfondue – een warme, gezellige afsluiting van mijn verblijf.

Dag 7 – Terug naar Amsterdam

De ochtend van vertrek was stil. Ik stond vroeg op, pakte mijn spullen en liep nog één keer door de lege straten van Bern. De stad was gehuld in zachte mist; de torens staken als silhouetten boven de daken uit.

Op het station kocht ik een koffie en een broodje, en even later vertrok de trein richting Basel. Terwijl het landschap voorbijgleed – groene weiden, chalets, bergen in de verte – voelde ik een lichte weemoed.

De reis terug naar Amsterdam verliep vlot. Tegen de avond rolde ik weer het station binnen, moe maar voldaan.

Bern had me geraakt. Niet door grootsheid, maar door zijn rust, schoonheid en menselijke schaal. Een stad waar de tijd traag lijkt te lopen, waar water en steen in harmonie samenleven, en waar elke dag eindigt met het gevoel dat je precies op de juiste plek bent.