Dag 1 – Vlucht vanaf Schiphol naar Murcia
Vroeg in de ochtend vertrok ik vanaf Schiphol Airport richting Murcia, met een directe vlucht naar Alicante. De lucht was nog kil boven Nederland, maar ik wist dat me een warm welkom wachtte in het zuidoosten van Spanje. Vanaf Alicante was het nog een uurtje rijden naar Murcia, een rit door een droog maar prachtig landschap vol citrusbomen, olijfgaarden en stoffige heuvels.
Toen ik de stad binnenreed, voelde ik meteen dat dit geen drukke toeristische bestemming was, maar een echte Spaanse stad – levendig, charmant en authentiek. Mijn hotel lag vlak bij de Plaza del Cardenal Belluga, met uitzicht op de imposante kathedraal van Murcia. Na het inchecken liep ik meteen naar buiten, nieuwsgierig om de stad te verkennen.
De middag bracht ik door met dwalen door de smalle straatjes van het centrum. Overal stonden sinaasappelbomen in bloei, en cafés zaten vol met locals die aan hun eerste caña van de dag nipten. Ik at mijn eerste tapas in een kleine bar: krokante calamares, tortilla en een glas koude witte wijn.
’s Avonds zat ik op het plein tegenover de kathedraal. De klokken luidden, de lucht kleurde zacht oranje, en ik voelde een diepe rust over me heen komen. Murcia was precies wat ik hoopte: warm, gemoedelijk en ongedwongen Spaans.
Dag 2 – De kathedraal en de sfeer van de stad
Na een stevig ontbijt begon ik de dag met een bezoek aan de kathedraal van Murcia. Van buiten was het bouwwerk al indrukwekkend, met zijn barokke gevel vol beelden en versieringen, maar binnen was het pas echt bijzonder. De hoge gewelven, de altaren van goud en marmer, en vooral de serene stilte maakten indruk. Ik klom ook naar de klokkentoren, vanwaar ik een prachtig uitzicht had over de stad en de omliggende bergen.
Daarna wandelde ik naar de Plaza de las Flores, een van de gezelligste plekken van Murcia. De geur van bloemen en gebakken vis hing in de lucht, en overal stonden mensen aan hoge tafeltjes te eten en te praten. Ik bestelde een bord marinera, een typisch gerecht uit Murcia: een soort toast met tonijnsalade en ansjovis erbovenop. Simpel, maar heerlijk.
’s Middags bezocht ik het Museo Salzillo, gewijd aan Francisco Salzillo, een beroemde beeldhouwer uit Murcia. Zijn religieuze beelden waren zo levensecht dat ze bijna ademden. Het museum gaf me een inkijkje in de artistieke ziel van de stad.
De avond bracht ik door aan de Río Segura, waar de verlichte bruggen weerspiegelden in het water. Kinderen speelden op de oever, koppels wandelden hand in hand, en ik dronk een glas rode wijn op een terras terwijl de temperatuur langzaam daalde. Murcia had een kalme, menselijke energie die me beviel.
Dag 3 – Een dag vol kunst, pleinen en markten
Vandaag wilde ik meer van het lokale leven proeven. Ik begon bij de Mercado de Verónicas, de overdekte markt van de stad. Binnen rook het naar vers fruit, kruiden en gebakken brood. De kramen lagen vol kleurrijke groenten en fruit, en de verkopers riepen hun waar luid aan. Ik kocht wat verse aardbeien en een klein stukje lokale kaas – zacht en zoutig van smaak.
Na de markt wandelde ik door de Jardín del Malecón, een park dat zich uitstrekt langs de rivier. De geur van jasmijn hing in de lucht, en het zachte ruisen van de wind in de palmen maakte het tot een ideale plek om even te lezen.
’s Middags bezocht ik het Museo de Bellas Artes, waar schilderijen uit de barok en renaissance hingen, maar ook moderne werken van Spaanse kunstenaars. Het was er rustig en koel, een fijne afwisseling na de warme zon buiten.
Tegen de avond keerde ik terug naar de Plaza de las Flores, waar ik tapas at met een paar glazen wijn. De sfeer op het plein was uitgelaten – families, studenten, toeristen, allemaal door elkaar. Ik raakte in gesprek met een oudere man die me vertelde dat Murcia in de lente op zijn mooist is, wanneer de sinaasappelbloesem de hele stad parfumeert. Zijn woorden klonken als poëzie, en terwijl ik naar het zachte geroezemoes om me heen luisterde, begreep ik precies wat hij bedoelde.
Dag 4 – Dagtrip naar Cartagena
Vandaag nam ik de trein naar Cartagena, een kuststad op slechts drie kwartier van Murcia. De rit voerde door droge heuvels en uitgestrekte sinaasappelgaarden. Cartagena bleek een stad vol geschiedenis: een mengeling van Romeinse ruïnes, art-nouveaugebouwen en een levendige haven.
Ik bezocht het Romeinse theater, dat pas in de jaren negentig werd ontdekt en prachtig gerestaureerd is. Terwijl ik daar zat op de oude stenen tribunes, kon ik me voorstellen hoe de voorstellingen hier eeuwen geleden moeten hebben geklonken. Daarna wandelde ik door de smalle straatjes van de oude stad, langs cafés en winkels met keramiek en olijven.
’s Middags lunchte ik aan de haven: verse vis met citroen, vergezeld van een glas koele Albariño. De zeelucht, het zachte geroffel van masten tegen boten – het was een heerlijke afwisseling na de warme binnenstad van Murcia.
Terug in Murcia in de vroege avond dronk ik koffie op een plein vlak bij mijn hotel. De stad voelde alweer vertrouwd, alsof ik er langer was dan drie dagen.
Dag 5 – De bergen in: Sierra Espuña
Na enkele dagen in de stad besloot ik de natuur op te zoeken. Met een huurauto reed ik naar het natuurpark Sierra Espuña, een uurtje rijden van Murcia. De weg slingerde door droge heuvels, die langzaam plaatsmaakten voor bossen van dennen en cipressen.
Ik maakte een wandeling van een paar uur door de bergen, langs geurende kruiden en rotsachtige paden. Het uitzicht was adembenemend – ver beneden zag ik olijfgaarden en kleine dorpen liggen. De stilte was intens; alleen het geluid van krekels en het geritsel van de wind.
Na de wandeling at ik in een klein restaurant in het dorpje Alhama de Murcia, waar de serveerster me een stoofpot van konijn en aardappelen aanraadde. Het was eenvoudig maar vol smaak, zoals het eten in deze streek meestal is.
Terug in de stad voelde ik de vermoeidheid in mijn benen, maar ook de voldoening van een dag vol natuur en rust. Ik ging vroeg naar bed, met de geur van dennen nog in mijn neus.
Dag 6 – Fietsen langs de Río Segura en avondleven
Vandaag bleef ik in Murcia en huurde ik een fiets om de omgeving langs de Río Segura te verkennen. Er loopt een prachtig fietspad langs de rivier, door een landschap van sinaasappelboomgaarden en kleine dorpjes. Ik stopte onderweg bij een terras waar een oude man me een glas versgeperste sinaasappelsap bracht – de beste die ik ooit heb gedronken.
Terug in de stad bracht ik de middag door in het Casino de Murcia, een gebouw dat meer wegheeft van een paleis dan van een casino. De marmeren trappen, Moorse zalen en glinsterende spiegels waren adembenemend. Daarna liep ik naar de universiteitswijk, waar jonge mensen op terrassen zaten te praten en gitaar te spelen.
’s Avonds ging ik uit eten in een restaurant dat gespecialiseerd was in lokale gerechten. Ik bestelde arroz caldero, een rijstgerecht met vis dat wat doet denken aan paella, maar romiger en kruidiger. Daarna liep ik door de verlichte straten naar de Plaza del Cardenal Belluga, waar muzikanten speelden en kinderen renden. Het voelde alsof de hele stad buiten leefde.
Dag 7 – Laatste ochtend en afscheid van Murcia
Mijn laatste ochtend in Murcia begon rustig. Ik haalde koffie en een croissant bij een klein café naast mijn hotel en wandelde nog een keer door het centrum. De stad ontwaakte langzaam: marktkramen werden opgebouwd, de geur van vers brood vulde de lucht, en de zon stond al hoog aan de hemel.
Ik ging nog even zitten aan de rivier, op mijn favoriete bankje van de week. De lucht was strakblauw, en het water kabbelde zacht. Het was een eenvoudig moment, maar precies daardoor mooi.
Op weg naar het station, voor de trein terug naar Alicante en de vlucht naar Schiphol, keek ik nog één keer om naar de stad. Murcia had me verrast. Geen grote toeristische trekpleisters, geen haast – maar een stad met hart, met warmte, met echt leven.
In het vliegtuig dacht ik terug aan de geur van sinaasappelbloesem, de smaak van wijn in de avondlucht, de lach van mensen op de pleinen. Murcia was misschien niet de bekendste plek van Spanje, maar voor mij was het er een van de meest onvergetelijke.
