Dag 1 – Aankomst in Salzburg tussen bergen en muziek
De trein uit Amsterdam kwam aan in de vroege middag. Toen ik het perron van Salzburg Hauptbahnhof opstapte, voelde ik meteen die typische Oostenrijkse helderheid in de lucht — fris, schoon, met een vleugje bergwind. Vanaf het station liep ik richting het centrum, mijn koffer rammelend over de stoepstenen.
Mijn hotel lag aan de rand van de Altstadt, vlak bij de rivier de Salzach. Vanuit mijn kamer zag ik in de verte de Festung Hohensalzburg boven de stad uittorenen — wit, indrukwekkend, bijna sprookjesachtig.
Na het inchecken besloot ik meteen een eerste verkenningstocht te maken. Ik wandelde langs de rivier en stak de Makartsteg-brug over, waar honderden slotjes glinsterden in het zonlicht. De smalle straatjes van de oude stad verwelkomden me met hun geur van versgebakken brood, koffie en straatmuziek.
Ik eindigde mijn eerste dag op een terras aan de Getreidegasse, waar ik een bord Kasnocken at en luisterde naar een violist die onder een poort speelde. De klanken vermengden zich met het geroezemoes van stemmen en het zachte ruisen van de Salzach. Toen de avond viel en de bergen langzaam in schaduw verdwenen, voelde ik me opgenomen in het ritme van de stad.
Dag 2 – De stad van Mozart
Na een stevig ontbijt begon ik mijn dag met een bezoek aan het Mozart Geburtshaus in de Getreidegasse. Het geelgepleisterde gebouw stond vol met toeristen, maar binnen was het stiller. Ik liep door kamers waar zijn piano stond, waar brieven hingen in fragiel handschrift, en waar portretten van de jonge Mozart me aankeken. Het voelde vreemd intiem om zo dicht bij het leven van iemand te komen wiens muziek zo onsterfelijk is.
Daarna wandelde ik door de smalle straatjes van de Altstadt. Ik bezocht de Dom van Salzburg, waarvan het witte interieur en de fresco’s me even deden zwijgen. Het zachte orgelspel vulde de ruimte, en het licht viel door hoge ramen in zilveren stralen.
’s Middags liep ik naar de Mirabellgarten, waar de bloemen in volle bloei stonden. De geometrische vormen, fonteinen en beelden gaven het geheel iets bijna muzikaals. Op de achtergrond klonk een vioolkwartet; toeristen namen foto’s, kinderen renden door de lanen.
’s Avonds at ik in een kleine taverne aan de overkant van de rivier. Een vriendelijke ober raadde me Tafelspitz aan, mals rundvlees met appelmierikswortelsaus. Het smaakte eenvoudig maar verfijnd. Buiten kleurde de hemel zacht oranje, en ik liep nog even langs de rivier voordat ik naar mijn hotel terugkeerde.
Dag 3 – De burcht boven de stad
Vandaag stond de Festung Hohensalzburg op het programma. Ik nam de kabelbaan omhoog, en terwijl ik hoger kwam, ontvouwde de stad zich onder me als een schilderij. De rode daken, de zilveren rivier, de groene heuvels erachter — alles leek bijna te stil te staan.
Boven was het uitzicht adembenemend. Ik liep door de binnenplaatsen, de oude zalen met houten balken, en bezocht het kleine museum met middeleeuwse wapens en muziekinstrumenten. In de kapel klonk zachte koormuziek. Buiten rook het naar dennen en berglucht.
Ik bleef lang op de muur staan, kijkend naar de Alpen in de verte. Wolken trokken over de toppen, als adem over steen.
Terug beneden dronk ik koffie bij Café Tomaselli, het oudste café van de stad. Binnen rook het naar koffiebonen en oud hout. De ober, in wit jasje, bracht een Melange en een stuk Topfenstrudel. Aan de tafel naast me zat een oudere vrouw te lezen; het leek alsof ze hier elke dag kwam.
’s Avonds bezocht ik een klein klassiek concert in een barokzaal bij de Dom. Een kwartet speelde Mozart en Schubert. Het was eenvoudig, zonder groot decor, maar juist daardoor zo puur. Toen ik terugliep naar mijn hotel, voelde de stad alsof ze zelf zachtjes neuriede.
Dag 4 – Langs de Salzach en door de natuur
Vandaag wilde ik even ontsnappen aan de drukte van de stad. Ik huurde een fiets en volgde het pad langs de Salzach. Het water glinsterde in de zon, de lucht was fris, en in de verte hoorde ik kerkklokken.
Na een half uur fietsen kwam ik bij Hellbrunn, het zomerpaleis van de aartsbisschoppen. De tuinen waren uitgestrekt en vol fonteinen. Ik deed mee aan een rondleiding door de Wasserspiele — de beroemde waterspelen — en werd, net als iedereen, onverwachts natgespoten door verborgen fonteinen. Er werd gelachen, en het voelde als een zomerse kinderlijkheid die me goed deed.
Ik lunchte op een bankje in het park: brood, kaas en appels die ik onderweg had gekocht. De stilte werd alleen doorbroken door het ritselen van bladeren en vogelgezang.
Terug in de stad stopte ik bij een klein wijnbarretje, waar ik een glas lokale witte wijn dronk. De eigenaar, een man met een forse snor, vertelde enthousiast over de wijnstreek bij de Wachau. “Alles in Oostenrijk heeft muziek,” zei hij. “Zelfs onze wijn.”
Die avond voelde ik me loom van zon en buitenlucht. Ik at vroeg, een bord Knödel mit Pilzen, en liep daarna nog even door de verlichte straten. De lucht rook naar regen, en de stad leek te fluisteren in de nacht.
Dag 5 – Op de sporen van The Sound of Music
Hoewel toeristisch, kon ik het niet laten: vandaag deed ik de Sound of Music-tour. De bus bracht ons langs de bekende filmlocaties — het Schloss Leopoldskron, de Mirabelltrap, en het Gazebo van “Sixteen Going on Seventeen.” Normaal gesproken houd ik niet van georganiseerde tours, maar deze was verrassend charmant. De gids zong onderweg enthousiast mee met de liedjes, en de hele bus lachte mee.
Het mooiste moment kwam toen we stopten bij het Meer van Mondsee, waar de kerk ligt waar Maria trouwde in de film. De lucht was helderblauw, het meer glinsterde, en de bergen erachter gaven het geheel iets mythisch. Ik zat even alleen aan het water, luisterend naar de stilte.
Terug in Salzburg liep ik nog een keer door de Altstadt. In een klein winkeltje kocht ik een doosje Mozartkugeln voor thuis, al wist ik dat ik ze waarschijnlijk zelf zou opeten voor vertrek.
’s Avonds at ik op een terras bij de rivier. Het water weerspiegelde de lichtjes van de stad, en ergens in de verte speelde een straatmuzikant op zijn viool. Ik voelde me voldaan en licht melancholisch tegelijk — dat gevoel dat je weet dat je ergens op het juiste moment bent geweest.
Dag 6 – Regen en rust
Vanochtend regende het zacht. De lucht hing laag over de bergen, en de stad leek stiller dan anders. Ik besloot er een rustige dag van te maken.
Ik bracht de ochtend door in het Museum der Moderne, hoog op de Mönchsberg. Binnen was het droog en stil, buiten regende het tegen de ramen. Ik liep langs foto’s, schilderijen en installaties die allemaal, op hun eigen manier, iets van tijd probeerden vast te leggen.
Na het museum daalde ik af naar de stad en schuilde in een café. Ik bestelde een warme chocolademelk en keek naar de regen die op de stenen straatjes viel. Er zat iets troostends in de stilte van zo’n middag. Geen haast, geen plan. Alleen het zachte tikken van druppels tegen het raam.
’s Avonds klaarde het op, en ik liep nog een keer naar de rivier. De lucht was fris en rook naar nat gras. De bergen aan de horizon glansden in het laatste licht. Ik voelde me rustig, bijna gewichtloos.
Dag 7 – Afscheid van de stad
Mijn laatste ochtend begon vroeg. De stad lag nog half in slaap toen ik over de Getreidegasse liep. De luiken van de winkels waren gesloten, de lucht koel en helder. In de verte hoorde ik de eerste kerkklokken.
Ik dronk koffie bij Café Bazar, een klassiek etablissement aan de rivier. De serveerster bracht een Einspänner in een hoog glas, met slagroom erop. Ik keek uit over het water, dat langzaam goud kleurde in de opkomende zon.
Daar, met uitzicht op de stad, dacht ik aan de week die achter me lag — de muziek, de bergen, de stilte, de smaken. Salzburg had me iets gegeven dat moeilijk in woorden te vatten is: rust, maar ook een gevoel van verbondenheid met schoonheid die niet overdreven wil zijn.
Toen ik de trein instapte en de stad langzaam kleiner werd, voelde ik iets van weemoed, maar ook dankbaarheid. Salzburg was niet zomaar mooi; het was een stad die zingt, zacht maar aanhoudend. En die melodie bleef nog lang in me hangen.
