Dag 1 – Aankomst in Panama City
De vlucht naar Panama duurde lang – ruim elf uur – maar het vooruitzicht van zon, natuur en avontuur hield me wakker. Bij aankomst op Tocumen International Airport in Panama City voelde ik direct de tropische warmte. Het was avond, maar de lucht was nog zwaar en vochtig. Na de douane nam ik een taxi naar mijn hotel in het centrum. Onderweg zag ik de skyline van de stad: moderne wolkenkrabbers, verlicht tegen de donkere hemel, afgewisseld met kleine, koloniale huisjes.
Eenmaal ingecheckt op mijn kamer dronk ik een koud biertje op het balkon en keek uit over de stad. De geluiden van verkeer, muziek en stemmen vermengden zich tot een energieke symfonie. Ik was ver van huis, maar voelde me onmiddellijk levend.
Dag 2 – Eerste kennismaking met Panama City
Na een stevig ontbijt trok ik de stad in. Mijn eerste stop was Casco Viejo, het oude koloniale hart van Panama City. De smalle straatjes, kleurrijke gevels en kerken ademde geschiedenis. Ik dwaalde uren rond, nam foto’s van oude houten balkons en genoot van de geur van versgebakken empanadas.
Bij een klein café dronk ik Panamese koffie – sterk en kruidig – en raakte aan de praat met een lokale barista die me vertelde dat de beste bonen uit Boquete komen, in het westen van het land. Dat zette meteen een idee in mijn hoofd voor later deze reis.
’s Middags wandelde ik langs de Cinta Costera, de boulevard langs de oceaan. Joggers, families en straatverkopers vulden de promenade, terwijl de zon langzaam zakte achter de skyline. Die avond at ik verse ceviche in de vismarkt Mercado de Mariscos, waar vissers hun vangst van de dag verkochten. De sfeer was levendig en authentiek – precies zoals ik het had gehoopt.
Dag 3 – Het Panamakanaal en de Miraflores Locks
Vandaag stond een absolute must-see op het programma: het Panamakanaal. Met een georganiseerde tour reed ik naar de Miraflores Locks, waar enorme containerschepen zich een weg baanden door het kanaal.
Het was fascinerend om te zien hoe deze gigantische machines door de sluizen bewogen, geholpen door kleine locomotieven aan de zijkanten. De gids vertelde gepassioneerd over de geschiedenis van het kanaal – van de Franse mislukking tot de Amerikaanse overname en de uiteindelijke terugkeer naar Panama in 1999.
Na het bezoek aan het bezoekerscentrum lunchte ik met uitzicht op het kanaal. Terwijl ik daar zat, voelde ik een vreemd soort ontzag voor de menselijke vindingrijkheid. Zoiets groots bouwen in een land dat grotendeels uit jungle bestaat – het was bijna niet te bevatten.
’s Avonds wandelde ik opnieuw door Casco Viejo, waar de straten verlicht waren met lampjes. Ik vond een klein restaurantje met live muziek, at ropa vieja (stoofvlees met rijst en bonen) en genoot van de relaxte sfeer.
Dag 4 – Dagtrip naar het regenwoud van Gamboa
Vandaag verliet ik de stad en trok de natuur in. Een gids haalde me vroeg op voor een excursie naar het regenwoud van Gamboa, aan de oevers van het Gatún-meer. De rit duurde niet lang, maar de overgang was enorm – van drukke stad naar stille jungle.
We voeren met een bootje over het meer en kwamen al snel dieren tegen: brulapen in de bomen, luiaards die langzaam bewogen, en zelfs krokodillen die in de zon lagen te dommelen. De gids wees op een groep kapucijnapen die nieuwsgierig dichterbij kwam – één sprong zelfs op de boot, tot grote hilariteit van iedereen.
Na de boottocht maakten we een wandeling door het bos. De lucht was vochtig en vol geluiden van insecten en vogels. Ik voelde me klein en nederig tussen die immense bomen.
Terug in Panama City nam ik een duik in het zwembad van het hotel en dacht aan hoe bijzonder het was dat zulke pure natuur op slechts een uurtje van de hoofdstad lag.
Dag 5 – Van stad naar bergen: reis naar Boquete
Vandaag vertrok ik met een binnenlandse vlucht naar David, in het westen van Panama. Vanuit daar ging ik met een busje omhoog de bergen in, naar het dorp Boquete, beroemd om zijn koffie en zijn koele klimaat.
De rit was prachtig – kronkelende wegen, watervallen langs de bergwanden en eindeloze groene valleien. In Boquete verbleef ik in een kleine lodge aan de rand van de jungle. De geur van bloemen en koffie hing overal in de lucht.
’s Middags maakte ik een korte wandeling door het dorp. Boquete had een ontspannen sfeer, met kleine cafés en marktkraampjes. Ik proefde verse passievrucht en kocht handgemaakte sieraden van een lokale vrouw die vertelde dat ze van de Ngäbe-Buglé-stam kwam.
’s Avonds, bij het haardvuur van de lodge, voelde het bijna koel – een verademing na de hitte van Panama City.
Dag 6 – Koffietour in de bergen
Vandaag volgde ik een koffietour bij een lokale plantage. De gids, een oudere man met zichtbaar liefde voor zijn vak, vertelde met trots over de Geisha-koffie, de duurste koffiesoort ter wereld, die hier in de bergen wordt geteeld.
We wandelden langs de koffiestruiken, zagen hoe de bessen werden geplukt, gewassen en gedroogd. De geur van vers gebrande bonen was onweerstaanbaar. Aan het eind mochten we natuurlijk proeven: het was inderdaad een unieke smaak – zacht, bloemig en verrassend complex.
’s Middags maakte ik een wandeling door de omgeving van Boquete. De bergen waren gehuld in mist, wat het landschap iets magisch gaf. Onderweg kwam ik een groep lokale jongeren tegen die me uitnodigden om mee te doen aan een potje voetbal. Ik deed mee – en hoewel ik niet bepaald uitblonk, was het een leuke spontane ontmoeting.
Dag 7 – Wandeling in het nevelwoud
Vandaag stond een wandeling door het nevelwoud van Boquete op het programma. Samen met een gids liep ik het Sendero Los Quetzales, een pad dat bekendstaat om de kans om de zeldzame quetzal-vogel te zien.
Het pad voerde over hangbruggen, langs watervallen en door dichte begroeiing. De lucht was fris en vol zuurstof. En toen gebeurde het: we zagen een mannetje quetzal, met zijn felgroene veren en lange staart. Een magisch moment – de gids glunderde alsof hij het voor het eerst zag.
Na vier uur wandelen kwamen we terug bij het beginpunt. Ik was moe maar voldaan. ’s Avonds dronk ik warme chocolade in het dorp, luisterde naar het geluid van krekels en dacht aan hoe divers dit land was – van stad tot jungle tot bergen.
Dag 8 – Naar de eilanden van Bocas del Toro
Vandaag was het tijd om weer richting zee te gaan. Met een bus en boot reisde ik naar Bocas del Toro, een eilandengroep aan de Caribische kust. De overgang van koel bergklimaat naar tropische warmte was meteen voelbaar.
Mijn hotel lag aan het water, met een houten steiger en hangmatten boven het turquoise water. Het dorp Bocas Town was levendig, vol backpackers, reggae-muziek en vrolijke kleuren.
’s Middags maakte ik een korte boottocht naar een nabijgelegen eiland, waar ik voor het eerst in Panama echt ging zwemmen in zee. Het water was warm en helder, en overal zwommen vissen tussen het koraal. De zonsondergang vanaf de steiger was ronduit spectaculair.
Dag 9 – Eilandhoppen en dolfijnen spotten
Vandaag ging ik op een boottocht langs verschillende eilanden. We voeren eerst naar Dolphin Bay, waar al snel een paar dolfijnen naast de boot opdoken. Ze sprongen speels door de golven, alsof ze ons begroetten.
Daarna gingen we snorkelen bij Coral Cay, waar het onderwaterleven een kleurenexplosie was. Vervolgens lunchten we op een klein eilandje met houten hutjes, waar ik verse kreeft at met kokosrijst.
De dag eindigde op Red Frog Beach, een breed strand met fijn zand en – inderdaad – kleine rode kikkertjes die overal opdoken. Ik bleef er tot laat in de middag, gewoon kijkend naar de zee en genietend van het moment.
’s Avonds terug in Bocas Town liep ik door de hoofdstraat, waar muziek klonk en mensen op terrassen zaten. Ik dronk een lokaal biertje met een paar reizigers die ik onderweg had ontmoet – het voelde als een perfecte afsluiting van mijn eilanddagen.
Dag 10 – Terug naar Panama City en vertrek naar Nederland
De laatste dag begon vroeg met de boot terug naar het vasteland, gevolgd door een binnenlandse vlucht naar Panama City. Vanaf daar vloog ik terug naar Nederland.
In het vliegtuig, terwijl ik uit het raam keek naar de wolken onder me, dacht ik aan hoe divers Panama was: moderne steden, mystiek regenwoud, bergen vol koffie en eilanden met wit zand en turquoise zee.
Tien dagen leken te kort om alles te bevatten, maar precies lang genoeg om verliefd te worden op dit kleine, veelzijdige land. Toen we landden op Schiphol voelde ik me dankbaar – vermoeid, maar rijk aan herinneringen die ik niet snel zal vergeten.
