Dag 1 – Aankomst in de Seychellen
Terwijl ik in de trein naar Schiphol zat, dacht ik aan de komende dagen: de Seychellen, een bestemming waar ik al jaren van droomde. De vlucht via Dubai duurde lang, maar het vooruitzicht van witte stranden en turquoise zee hield me wakker en enthousiast.
Toen het vliegtuig op Mahé, het hoofdeiland van de Seychellen, landde, werd ik meteen overweldigd door de hitte en de vochtige, tropische lucht. Buiten het kleine vliegveld stonden vrolijke chauffeurs met bloemenkransen te wachten. De geur van frangipani hing in de lucht.
De rit naar mijn hotel aan de westkust van Mahé voerde langs smalle, bochtige wegen tussen palmen, bananenbomen en uitzichtpunten over de Indische Oceaan. Toen ik mijn kamer betrad, met uitzicht op een rustige baai, voelde ik me even stil. De reis was lang geweest, maar het moment dat ik op het balkon stond met het geluid van de zee op de achtergrond, maakte alles goed.
’s Avonds at ik aan het strand – gegrilde vis met kokosrijst en mango. Terwijl de zon onderging, kleurde de lucht oranje en roze. Ik had het gevoel dat ik in een ansichtkaart was beland.
Dag 2 – Eerste verkenning van Mahé
Na een goede nachtrust begon mijn eerste volledige dag op Mahé. Ik stond vroeg op om de omgeving te verkennen. De ochtendzon scheen al fel toen ik over het strand van Beau Vallon wandelde. De zee was kalm en helder, met vissersboten die langzaam richting de horizon trokken.
Ik huurde een snorkelmasker en zwom tussen scholen kleurrijke vissen bij het rif vlak voor de kust. De rust onder water was bijna hypnotiserend.
’s Middags nam ik de bus naar Victoria, de hoofdstad van de Seychellen. Het is een klein stadje, meer een dorp dan een hoofdstad, met een ontspannen sfeer. Op de markt rook het naar kruiden, vanille en verse vis. Ik kocht kokosbrood en een klein flesje lokale rum.
Terug in Beau Vallon genoot ik van de zonsondergang met een koud drankje in mijn hand. De dag eindigde met het gevoel dat het leven hier simpelweg langzamer en lichter was.
Dag 3 – Bezoek aan het Morne Seychellois National Park
Vandaag trok ik het binnenland in. Een gids nam me mee naar het Morne Seychellois National Park, een dichtbegroeid regenwoud dat het grootste deel van Mahé bedekt. De lucht was vochtig en gevuld met het geluid van vogels en krekels.
We volgden een pad dat steil omhoog liep. Onderweg vertelde de gids over de inheemse planten, waaronder de beroemde jarenpalm, die pas na honderd jaar bloeit. Toen we de top bereikten, lag het eiland als een groene tapijt onder ons, met de oceaan in de verte.
Na de wandeling lunchte ik bij een klein restaurant in de heuvels: curry van aubergine en zoete aardappel, geserveerd op bananenblad. De eenvoud van het eten en de vriendelijkheid van de eigenaar maakten het moment bijzonder.
’s Avonds, terug in het hotel, voelde ik mijn spieren protesteren, maar mijn hoofd was helder. De natuur van Mahé had iets oers en vredigs dat moeilijk te beschrijven is.
Dag 4 – Overtocht naar Praslin
Vandaag verliet ik Mahé voor Praslin, het op één na grootste eiland van de Seychellen. De veerboot vertrok in de ochtend en de overtocht duurde iets meer dan een uur. De zee was rustig, en onderweg zag ik dolfijnen even boven water komen – een kort, magisch moment.
Bij aankomst op Praslin werd ik meteen getroffen door de rust. Alles leek hier nog trager te gaan. Mijn hotel lag aan Anse Volbert, een zacht, wit strand waar het water bijna onwerkelijk blauw was.
’s Middags huurde ik een fiets en verkende de omgeving. De weg kronkelde door kleine dorpen met kleurrijke huizen, waar kinderen speelden en mensen glimlachend zwaaiden.
’s Avonds at ik bij een klein restaurantje aan zee: octopus curry met rijst en een glas witte wijn. De geur van de oceaan mengde zich met die van kruidnagel en kokos. Het was een perfecte afsluiting van mijn eerste dag op Praslin.
Dag 5 – De Vallée de Mai en Anse Lazio
Vandaag bezocht ik het Vallée de Mai Nature Reserve, een UNESCO-werelderfgoed dat bekendstaat om de mysterieuze Coco de Mer-palm. De grote, hartvormige noten hangen hoog in de lucht, en het bos voelt als een oeroude kathedraal van groen. Terwijl ik over het pad liep, hoorde ik alleen het geritsel van bladeren en het zingen van vogels.
’s Middags ging ik naar Anse Lazio, dat vaak wordt genoemd als een van de mooiste stranden ter wereld. En terecht: het witte zand, het turquoise water en de granieten rotsblokken vormden een adembenemend geheel.
Ik zwom lang in de baai en liet me daarna op het strand drogen door de zon. Een paar lokale jongens speelden voetbal, en een oudere vrouw verkocht kokosnoten – vers geopend met een machete.
Die avond zat ik met vermoeide, zanderige voeten op mijn balkon. De lucht rook naar zee en bloemen. Ik had het gevoel dat ik langzaam onderdeel werd van het eiland.
Dag 6 – Dagtocht naar La Digue
Vanochtend vertrok ik met de boot naar La Digue, een klein eiland dat nog authentieker aanvoelt. Er zijn nauwelijks auto’s; de meeste mensen verplaatsen zich per fiets of ossenkar. Ik huurde zelf ook een fiets en reed langs smalle paadjes vol palmen en bloemen.
Mijn eerste stop was Anse Source d’Argent, misschien wel het meest gefotografeerde strand ter wereld. En terecht – het was adembenemend mooi. Granieten rotsen in zachte vormen, ondiep helder water en het geluid van de golven die bijna fluisterend over het zand spoelen.
Ik bracht uren door met zwemmen, maar vooral met gewoon kijken. De kleuren waren zo intens dat ze bijna onwerkelijk leken.
’s Middags lunchte ik in een klein hutje aan het strand met gebakken vis en rijst. Daarna bezocht ik een oude kokosplantage en sprak met een man die me verhalen vertelde over het leven op La Digue – eenvoudig, rustig, zonder haast.
’s Avonds keerde ik terug naar Praslin, moe maar gelukkig. Het was een dag die ik nooit zou vergeten.
Dag 7 – Een dag van rust aan zee
Vandaag besloot ik even niets te plannen. Na het ontbijt lag ik uren op het strand bij mijn hotel. De zee kabbelde zachtjes, en ik las eindelijk in het boek dat al dagen in mijn tas zat.
Tegen de middag ging ik snorkelen vlak bij het rif. Ik zag papegaaivissen, koraalvlinders en zelfs een kleine murene die tussen de stenen gluurde.
’s Avonds genoot ik van een barbecue aan het strand, georganiseerd door het hotel. Er werd gitaar gespeeld, mensen dansten, en er hing een sfeer van vriendschap. Ik voelde me gelukkig, oprecht gelukkig, zonder iets te hoeven doen.
Dag 8 – Terug naar Mahé en de zuidkust ontdekken
Vandaag nam ik de veerboot terug naar Mahé. Ik had besloten mijn laatste dagen op een ander deel van het eiland door te brengen, aan de zuidkust bij Anse Takamaka. Dit deel van Mahé is stiller, groener en ruiger.
De lodge waar ik verbleef lag tussen palmbomen, met uitzicht op een kleine baai waar de golven zacht breken op de rotsen. ’s Middags wandelde ik langs de kust, waar bijna niemand te zien was. Ik vond kleine schelpen en keek hoe krabben schichtig over het zand renden.
’s Avonds at ik in een restaurant waar ze de vis van de dag serveerden. De kok kwam even bij mijn tafel zitten en vertelde trots dat hij diezelfde vis die ochtend had gevangen.
Dag 9 – Laatste volle dag: boottocht en afscheid van de oceaan
Vandaag maakte ik een laatste excursie: een boottocht langs de zuidkust van Mahé. We voeren langs verborgen baaien en snorkelden in een afgelegen lagune. Het water was zo helder dat ik de schaduwen van de vissen op de bodem kon zien.
De kapitein serveerde een eenvoudige lunch van brood, fruit en verse kokos. We ankerden vlak bij een klein eiland, en ik zwom ernaartoe. Op het strand lagen alleen schelpen en vogelsporen.
’s Avonds, terug bij mijn lodge, keek ik naar de zonsondergang. De lucht kleurde goud, de zee werd kalm, en ik voelde een zachte weemoed. Morgen zou ik vertrekken, maar iets van dit eiland zou ik altijd bij me houden.
Dag 10 – Terug naar huis
Mijn laatste ochtend begon vroeg. De lucht was nog koel en de zee glinsterde in het eerste licht. Terwijl ik mijn spullen inpakte, voelde ik een mengeling van dankbaarheid en melancholie.
De vlucht naar Nederland was lang, maar mijn hoofd was vol beelden: het blauw van de lagune, het groen van de jungle, de geur van kokos en de glimlach van de mensen.
De Seychellen hadden me niet alleen betoverd door hun schoonheid, maar ook door hun rust. Hier leerde ik opnieuw hoe eenvoudig geluk kan zijn – zon, zee, stilte en een open hart. Toen het vliegtuig boven de wolken steeg, keek ik nog één keer naar beneden en wist ik: dit was een reis die ik nooit zou vergeten.
