Je bekijkt nu Reisverslag: Mijn trip naar Vietnam
  • Laatste wijziging in bericht:17/10/2025
  • Leestijd:8 min. lezen

Reisverslag: Mijn trip naar Vietnam

Dag 1 – Aankomst in Vietnam

Het was een grijze ochtend toen ik op Schiphol aankwam. Vietnam had altijd iets mysterieus voor me gehad – die mengeling van geschiedenis, natuur en levendige cultuur. Na een vlucht van bijna twaalf uur, met een korte tussenstop in Bangkok, landde ik in de avond in Hanoi.

De warmte sloeg als een deken om me heen toen ik het vliegtuig uitstapte. De lucht was vochtig en gevuld met geuren van uitlaatgassen, kruiden en iets onbekends dat ik niet meteen kon plaatsen. In de taxi naar mijn hotel keek ik gefascineerd naar de chaos van scooters, markten en lichtjes. Toen ik mijn hotelkamer bereikte, opende ik het raam en hoorde de stad nog lang gonzen. De reis was begonnen.

Dag 2 – Eerste indrukken van Hanoi

Ik werd vroeg wakker, nog wat verdwaasd door het tijdsverschil, maar vol energie om de stad te verkennen. Hanoi voelde direct intens: scooters scheurden overal tussendoor, straatstalletjes stonden op elke hoek en overal hing de geur van pho, de beroemde Vietnamese noedelsoep.

Ik begon mijn dag met een kom dampende pho bij een klein kraampje in de Oude Wijk. De vrouw die de soep maakte, lachte breed toen ik mijn eerste hap nam. De bouillon was rijk en vol van smaak, de koriander en chili zorgden voor een heerlijke scherpte.

Daarna bezocht ik het Ho Chi Minh Mausoleum, waar de sfeer ineens heel anders was: plechtig en respectvol. Het contrast tussen de drukke stad en deze plek van stilte maakte indruk.

’s Middags dwaalde ik rond bij het Hoan Kiem-meer, waar ouderen Tai Chi deden en kinderen ijs aten. Toen de avond viel, raakte ik verstrikt in de geuren en geluiden van de nachtmarkt. Ik at gebakken loempia’s, dronk verse suikerrietsap en keek naar het oneindige verkeer dat zich een weg baande door het donker.

Dag 3 – Excursie naar Halong Bay

Vandaag stond een van de hoogtepunten van mijn reis op het programma: Halong Bay. Vroeg in de ochtend werd ik opgehaald bij mijn hotel voor een rit van vier uur richting de kust. Toen ik de baai voor het eerst zag, leek het alsof ik in een schilderij was beland. Duizenden kalkstenen eilanden staken uit het turquoise water, deels gehuld in nevel.

We gingen aan boord van een traditionele jonk, waar ik samen met andere reizigers aan dek zat. De boot gleed langzaam door het water, langs grotten en eilanden met namen als “Kissing Rocks” en “Dragon’s Eye.”

We stopten bij een grot waar stalactieten en stalagmieten in bizarre vormen uit de rotsen groeiden. Later zwom ik in het warme water van de baai en voelde me klein te midden van de immense natuur.

’s Avonds, terug in Hanoi, at ik nog een late maaltijd in een klein restaurantje: bun cha, gegrild varkensvlees met rijstnoedels en verse kruiden. Het was eenvoudig, maar perfect.

Dag 4 – Van Hanoi naar Hué

Na het ontbijt nam ik de binnenlandse vlucht naar Hué, de oude keizerlijke hoofdstad van Vietnam. Zodra ik aankwam, voelde ik dat de sfeer hier rustiger was dan in Hanoi. De stad lag aan de Parfumrivier, omringd door oude muren en tempels.

Ik bezocht de Keizerlijke Stad, een complex van paleizen, poorten en tuinen. Veel was verwoest tijdens de oorlog, maar wat overbleef, ademde nog steeds grandeur. Terwijl ik door de verlaten gangen liep, kon ik me levendig voorstellen hoe het hofleven hier ooit moet zijn geweest.

Later maakte ik een boottocht over de Parfumrivier naar de Thien Mu-pagode, die statig boven het water uittorent. De monniken die daar rondliepen straalden een serene rust uit.

’s Avonds at ik in een klein restaurant waar een jonge vrouw me vertelde dat haar familie al drie generaties lang kookte voor reizigers. Ze serveerde me banh khoai, een krokelpannekoek gevuld met garnalen en taugé. Het smaakte naar zorg en traditie.

Dag 5 – Van Hué naar Hoi An via de Hai Van Pass

Vandaag stond een prachtige rit op het programma: van Hué naar Hoi An over de beroemde Hai Van Pass. Ik had besloten met een privéchauffeur te gaan, zodat ik onderweg kon stoppen voor het uitzicht.

De weg slingerde langs de kust, met uitzicht op zee en bergen die in nevel waren gehuld. Op de top van de pas stopten we even; de wind waaide hard, maar het uitzicht was adembenemend.

Onderweg lunchte ik in Da Nang, waar ik de Marble Mountains bezocht – vijf kalksteenheuvels vol grotten en tempels. Daarna reden we verder naar Hoi An, een stad die meteen mijn hart veroverde.

Mijn hotel lag vlak bij de oude stad, met zijn smalle straatjes, lantaarns en koloniale gebouwen. Toen de avond viel, kleurde alles goudgeel en rood door de lichten van honderden lampions. Ik at aan de rivier, keek naar de bootjes die voorbijgleden, en dacht: dit is precies het soort magie dat ik van Vietnam had gehoopt.

Dag 6 – Verkenning van Hoi An

Hoi An voelde als een stap terug in de tijd. Ik stond vroeg op om de stad te zien voordat de toeristen kwamen. De ochtendzon scheen zacht over de oude koopmanshuizen en markten.

Ik bezocht de Japanse Brug, een van de symbolen van de stad, en liep daarna door de smalle straatjes vol ateliers en kleine winkeltjes. Overal werd ik begroet met glimlachen.

’s Middags huurde ik een fiets en reed ik naar het nabijgelegen An Bang-strand. De rit voerde langs rijstvelden waar boeren met buffels aan het werk waren. Op het strand dronk ik kokoswater en keek naar de kalme zee.

’s Avonds volgde ik een kookworkshop waar ik leerde cao lau maken – een lokale specialiteit met noedels, varkensvlees en verse kruiden. Terwijl we aan tafel zaten, vertelde de kok over de geschiedenis van Hoi An als handelsstad, waar eeuwenlang mensen uit alle windstreken samenkwamen.

Dag 7 – Van Hoi An naar Ho Chi Minh City

Vandaag vloog ik van Da Nang naar Ho Chi Minh City, het vroegere Saigon. De overgang kon haast niet groter zijn: waar Hoi An vredig was, was Saigon een bruisende metropool.

Na aankomst liep ik door District 1, het hart van de stad. Het verkeer was duizelingwekkend, maar ik begon al snel de logica te begrijpen van hoe scooters zich als een zwerm door de straten bewegen.

Ik bezocht het Oorlogsmuseum, waar de foto’s en verhalen me diep raakten. De littekens van het verleden zijn nog voelbaar, maar ook de veerkracht van de mensen is indrukwekkend.

’s Avonds genoot ik van street food bij de Ben Thanh-markt: gefrituurde garnalen, verse loempia’s en zoete mango met kleefrijst. De smaken waren intens, net als de stad zelf.

Dag 8 – De Cu Chi-tunnels

Vandaag ging ik op excursie naar de Cu Chi-tunnels, een netwerk van ondergrondse gangen dat tijdens de oorlog werd gebruikt. De rit erheen duurde twee uur, maar de verhalen van de gids maakten het meer dan de moeite waard.

Toen ik zelf een stuk van de tunnel inging, voelde ik pas echt hoe benauwd en claustrofobisch het moet zijn geweest. Het was indrukwekkend en beklemmend tegelijk.

Na de excursie stopten we bij een kleine boerderij waar ik kokosnootwater dronk en even kon bijkomen. De mensen lachten vriendelijk en waren trots dat bezoekers hun geschiedenis wilden begrijpen.

’s Avonds liep ik door de verlichte straten van Saigon. Ik belandde op een dakterras met uitzicht over de stad, bestelde een cocktail en keek naar het eindeloze verkeer beneden. De energie van deze stad leek nooit op te houden.

Dag 9 – De Mekongdelta

Vandaag stond een tocht naar de Mekongdelta op het programma. Na een paar uur rijden stapte ik op een boot die langzaam door de brede rivier gleed. Aan de oevers zag ik palmbomen, kleine huisjes op palen en mensen die met bootjes hun waren verkochten.

We bezochten een drijvende markt waar handelaren fruit, vis en bloemen verkochten. Het was een bonte chaos, maar met een charme die je alleen in Azië vindt.

’s Middags lunchten we bij een lokale familie op een eilandje. Ze serveerden verse vis, rijst en papajasalade. Terwijl ik at, keek ik naar kinderen die in het water speelden.

Toen ik terugkeerde naar Saigon, voelde ik dat mijn reis langzaam ten einde liep. Er zat iets weemoedigs in dat besef – alsof ik nog maar net begon te begrijpen wat Vietnam echt was.

Dag 10 – Terug naar Nederland

Mijn laatste ochtend in Vietnam begon met een wandeling door het park bij mijn hotel. Mensen deden ochtendgymnastiek, jongeren lachten, en de stad ontwaakte langzaam.

Tijdens het ontbijt keek ik nog één keer uit over de skyline van Ho Chi Minh City. Tien dagen waren voorbijgevlogen, maar de indrukken leken van een hele maand. Vietnam had me geraakt met zijn tegenstellingen: de stilte van het regenwoud tegenover het lawaai van de stad, het verleden dat nog steeds voelbaar is en de toekomst die hier elke dag vorm krijgt.

In het vliegtuig terug naar Nederland dacht ik aan de mensen die ik had ontmoet, de geuren van de markten, de smaken van het eten en de landschappen die telkens weer veranderden. Vietnam was niet alleen een bestemming geweest, maar een ervaring die in mijn geheugen gegrift bleef – rauw, warm, en vol leven.