Je bekijkt nu Reisverslag: Mijn trip naar Kaapverdië
  • Laatste wijziging in bericht:17/10/2025
  • Leestijd:8 min. lezen

Reisverslag: Mijn trip naar Kaapverdië

Dag 1 – Aankomst in Kaapverdië

De vlucht naar Sal, een van de bekendste eilanden van Kaapverdië, duurde iets meer dan zes uur. Toen het vliegtuig begon te dalen, zag ik door het raam een eiland dat eruitzag als een mengeling van woestijn en oceaan: goudgele zandvlaktes en een eindeloze blauwe zee.

Na de landing kwam de warme, droge lucht me meteen tegemoet. Bij het verlaten van het kleine vliegveld van Espargos voelde ik dat ik echt in een andere wereld was beland. De transfer naar mijn hotel in Santa Maria duurde een halfuur. Onderweg zag ik geiten langs de weg, palmbomen bij kleine dorpjes en de heldere glimlach van mensen die ons voorbij zwaaiden.

Mijn hotel lag direct aan zee. Toen ik mijn kamer inliep, hoorde ik het zachte ruisen van de golven. Ik besloot meteen een wandeling te maken langs het strand. De zon ging langzaam onder, de lucht kleurde roze en oranje, en vissersboten dobberden op het water. Het was een betoverend welkom.

Dag 2 – Eerste indrukken van Santa Maria

Na een lange nacht slaap begon ik de dag met een ontbijt op het terras: vers fruit, brood, en sterke Kaapverdiaanse koffie. Santa Maria bleek een levendig plaatsje met smalle straatjes, felgekleurde huizen en muziek die overal te horen was.

Ik liep richting de pier, waar vissers hun vangst van de ochtend binnenbrachten. De lucht rook naar zee en vis, en kinderen sprongen vanaf de steiger het water in. Een oudere visser liet me trots een tonijn zien die hij net had gevangen.

’s Middags lag ik op het strand, waar de wind zacht door mijn haren waaide. De zee was kalm, en het water had die bijzondere turquoise kleur die je alleen in tropische gebieden ziet. Ik ging zwemmen en bleef lang dobberen, terwijl ik naar het eindeloze blauw keek.

’s Avonds at ik bij een klein restaurant aan de boulevard. De eigenaar, een vriendelijke man genaamd Pedro, raadde me catchupa aan – een traditioneel gerecht van maïs, bonen, groenten en vlees. Het was eenvoudig maar vol smaak. Terwijl ik at, speelde een lokale band zachte morna-muziek. De dag eindigde in een sfeer van rust en tevredenheid.

Dag 3 – Excursie naar Espargos en Palmeira

Vandaag huurde ik samen met een paar andere reizigers een jeep om het eiland te verkennen. Onze chauffeur, João, kende elk pad en elke zandweg. De eerste stop was Espargos, de hoofdstad van Sal. Het stadje was klein en eenvoudig, maar levendig. Op de markt werden mango’s, specerijen en handgemaakte sieraden verkocht.

Daarna reden we naar Palmeira, een charmant vissersdorp aan de westkust. De haven lag vol met kleine, felgekleurde bootjes, en de geur van zout hing in de lucht. We dronken koffie op een terras terwijl de lokale bevolking in het Creools met elkaar kletste.

De laatste stop van de dag was bij de Blue Eye, een natuurlijk watergat bij Buracona. Toen de zon op het juiste moment in het gat scheen, kleurde het water felblauw – bijna magisch.

Terug in Santa Maria genoot ik van een rustige avondwandeling langs het strand. De sterrenhemel was helder en oneindig groot.

Dag 4 – Relaxen aan zee en kennismaking met het eilandritme

Na drie dagen vol indrukken besloot ik vandaag gewoon te ontspannen. De ochtend bracht ik door op het strand met een boek en af en toe een verfrissende duik. De temperatuur was perfect – warm, maar met een constante zeebries die het aangenaam hield.

Tegen de middag wandelde ik naar het centrum van Santa Maria en kocht wat souvenirs bij lokale winkeltjes: handgeweven armbandjes en een fles lokale rum, grogue. De verkopers waren vriendelijk en niet opdringerig; iedereen had tijd voor een praatje.

’s Middags raakte ik aan de praat met een strandwacht die me vertelde over het leven op Sal. Hij zei lachend: “Hier haasten we niet, we leven met de zon.” Die uitspraak bleef me bij, want hij beschreef precies wat ik voelde: de tijd leek hier trager te gaan.

’s Avonds keek ik naar de zonsondergang met mijn voeten in het zand, terwijl een jongeman gitaar speelde. Het geluid van de golven mengde zich met zijn zachte stem – een eenvoudig, maar onvergetelijk moment.

Dag 5 – Bezoek aan de zoutvlaktes van Pedra de Lume

Vandaag stond een bijzondere excursie op het programma: de zoutvlaktes van Pedra de Lume. Deze liggen in een oude vulkaankrater, en je kunt er zwemmen in het zoute water dat bijna net zo drijft als in de Dode Zee.

Toen ik erin stapte, voelde ik hoe het water me omhoog duwde – het was onmogelijk om te zinken. De witte zoutkorsten rond de randen glinsterden in de zon, en het geheel leek haast buitenaards.

Na het bad nam ik een douche bij de ingang en kocht wat zakjes Kaapverdiaans zeezout als souvenir. Op de terugweg stopten we bij een klein lokaal restaurant, waar ik gebakken tonijn en rijst at met een glas grogue.

’s Avonds in Santa Maria voelde ik me loom maar tevreden. Mijn huid was warm van de zon en zout van de zee – het soort vermoeidheid dat alleen vakantie kan brengen.

Dag 6 – Boottocht en snorkelen

Vandaag ging ik mee op een boottocht langs de zuidkust van Sal. Het water was kalm, en de boot deinde zacht op de golven. Onderweg zagen we vliegende vissen en zelfs een paar dolfijnen in de verte.

We stopten bij een plek met helderblauw water om te snorkelen. Onder het oppervlak zag ik kleurrijke vissen en stukjes koraal. De stilte van de onderwaterwereld was adembenemend.

Na het snorkelen ankerden we bij een verlaten strand waar de bemanning een barbecue had voorbereid. We aten gegrilde kip, vis en tropisch fruit, met de wind in ons haar en de geur van zee om ons heen.

De middag brachten we door in de zon. Ik voelde me vrij en licht, alsof de zee alle zorgen had weggespoeld.

Dag 7 – Een dag in de duinen en ontmoeting met locals

Vandaag maakte ik een tocht naar het noorden van het eiland, waar zandduinen overgaan in ruige kustlijn. Het landschap was bijna woestijnachtig: goudgeel zand dat overging in zwart vulkanisch gesteente.

In een klein dorp ontmoette ik een groep kinderen die nieuwsgierig naar mij keken. Al snel zaten we samen op een muurtje, ijsjes etend. Het was een eenvoudig maar hartverwarmend moment.

’s Middags bezocht ik een kleine kunstgalerie in Santa Maria, waar lokale kunstenaars schilderijen verkochten die het eilandleven weergaven – vrouwen met manden op hun hoofd, vissersboten, zonsondergangen. Ik kocht een klein doek als herinnering.

’s Avonds dineerde ik in een restaurant waar live muziek werd gespeeld. De zangeres had een stem vol emotie, en haar morna-melodieën raakten iets in me aan.

Dag 8 – Dagtrip naar Boa Vista

Vandaag vloog ik in de vroege ochtend naar het nabijgelegen eiland Boa Vista, slechts twintig minuten vliegen. Het landschap was nog droger dan Sal, met eindeloze zandvlaktes en kleine oases.

We bezochten het stadje Sal Rei, waar de tijd leek stil te staan. Daarna reden we met een jeep naar Praia de Santa Monica, een van de mooiste stranden die ik ooit heb gezien. Kilometers wit zand, geen mens in zicht, en de oceaan in alle tinten blauw.

Na een picknick op het strand keerden we terug naar het vliegveld. Terug op Sal voelde ik me alsof ik twee eilanden had leren kennen – elk met zijn eigen karakter.

Dag 9 – Laatste volledige dag op Sal

De laatste dag wilde ik helemaal niets plannen. Ik bracht de ochtend door in een hangmat met uitzicht op zee, luisterend naar de wind en de muziek van verre stemmen.

’s Middags liep ik nog één keer naar de pier van Santa Maria. De vissers waren er weer, de kinderen sprongen in het water, en toeristen wandelden langs het strand. Alles was hetzelfde, maar het voelde nu vertrouwd – alsof ik een stukje van het eiland was geworden.

’s Avonds dineerde ik bij Pedro’s restaurant, waar hij me herkende en een glas rum inschonk “voor afscheid”. De zon ging onder in het water, en ik dacht aan hoe snel deze tien dagen voorbij waren gegaan.

Dag 10 – Terug naar Nederland

De ochtend van vertrek was stil. Ik liep nog één keer langs het strand voordat de transfer naar het vliegveld vertrok. De lucht was helderblauw, en het water kabbelde zacht tegen het zand.

In het vliegtuig keek ik uit het raam naar het eiland dat steeds kleiner werd. Ik dacht aan de gezichten die ik had ontmoet, de geuren van zee en kruiden, de muziek die nog in mijn hoofd bleef klinken.

Kaapverdië had me betoverd met zijn eenvoud, zijn warmte en zijn ritme. Ik wist dat ik ooit zou terugkeren – niet alleen om de zon en de zee, maar om het gevoel van rust dat ik daar had gevonden, tussen het zand, de wind en de zee.