Dag 1 – Aankomst op Mauritius
Mijn koffer zat vol lichte kleding, zonnebrandcrème en snorkelspullen – alles wat je nodig hebt voor een reis naar het tropische Mauritius.
De vlucht, met een overstap in Parijs, duurde lang. Tegen de tijd dat we de Indische Oceaan overvlogen, zag ik uit het raam een glinsterend eiland liggen, omringd door turquoise water en een koraalrif dat als een witte ring de kust beschermde.
Bij aankomst voelde ik meteen de vochtige warmte. De lucht rook naar zout en bloemen. De douaneformaliteiten gingen soepel, en buiten stond een chauffeur klaar met een bordje met mijn naam. Tijdens de rit naar mijn hotel aan de westkust reed ik langs suikerrietvelden, kleine dorpjes en markten waar mensen fruit verkochten.
Toen ik eindelijk bij mijn hotel in Flic-en-Flac aankwam, was de zon al onder. Ik liep meteen naar het strand. De lucht was paars en oranje, en de golven spoelden zacht tegen het zand. Na een lichte maaltijd van vis en rijst viel ik in slaap met het geluid van de oceaan op de achtergrond.
Dag 2 – Eerste indrukken en verkenning van Flic-en-Flac
Ik werd vroeg wakker door het geluid van vogels. Na een tropisch ontbijt – verse ananas, papaja en brood met guavaconfituur – liep ik naar het strand. Flic-en-Flac bleek een levendig maar niet drukke badplaats. De zee was helderblauw en kalm, ideaal om te zwemmen.
Ik huurde een snorkelmasker en bracht uren door in het water. Tussen het koraal zwommen papegaaivissen, blauw-gele doktersvissen en zelfs een kleine rog. Het voelde alsof ik in een aquarium dreef.
’s Middags bezocht ik het dorp, waar kleine winkeltjes lokale producten verkochten: vanille, rum en handgemaakte armbanden. De mensen waren vriendelijk en nieuwsgierig – iedereen wilde weten waar ik vandaan kwam.
’s Avonds at ik in een klein restaurantje aan zee. Ik proefde voor het eerst Creoolse curry met kip, kokosmelk en kaneel. De smaken waren intens maar verfijnd. Met mijn voeten in het zand keek ik naar de ondergaande zon.
Dag 3 – Bezoek aan de hoofdstad Port Louis
Vandaag besloot ik naar Port Louis, de hoofdstad van Mauritius, te gaan. De busrit duurde iets meer dan een uur, en onderweg zag ik het binnenland van het eiland: suikerriet zover het oog reikt, afgewisseld met groene heuvels en kleine tempels.
Port Louis was een drukke, levendige stad vol contrasten. Op de Central Market liep ik tussen kramen met kruiden, groenten en kleurrijke doeken. De geur van kerrie, gedroogde vis en bloemen mengde zich in de warme lucht.
Daarna bezocht ik het Blue Penny Museum, waar de beroemde postzegels van Mauritius worden bewaard. Een klein detail, maar voor filatelisten heilig.
’s Middags wandelde ik langs de Caudan Waterfront, waar moderne winkels en cafés uitzicht bieden op de haven. Ik at daar een verse tonijnsalade met limoensap, terwijl vissersboten voorbij trokken.
Terug in Flic-en-Flac voelde ik me moe maar voldaan. De dag had me het levendige hart van het eiland laten zien, vol geuren, geluiden en kleuren.
Dag 4 – Chamarel en de Zevenkleurige Aarde
Vandaag stond een excursie gepland naar het zuiden van het eiland. De gids, een vrolijke man genaamd Raj, vertelde onderweg honderduit over de geschiedenis van Mauritius – van koloniale tijden tot de mix van culturen die het eiland nu kenmerkt.
Onze eerste stop was de Chamarel-waterval, die indrukwekkend naar beneden stort tussen het groen. De lucht was fris en vochtig. Daarna bezochten we de beroemde Zevenkleurige Aarde, een uniek natuurverschijnsel waar de grond in tinten rood, oranje, paars en blauw gloeit. Het was bijna surrealistisch.
We lunchten in een lokaal restaurantje met uitzicht over de vallei. Ik at geitenstoofpot met rijst en dronk versgeperst suikerrietsap.
Op de terugweg stopten we bij een rumdistilleerderij, waar we verschillende soorten rum mochten proeven. De vanillesmaak was mijn favoriet. ’s Avonds terug in het hotel voelde ik me loom maar gelukkig.
Dag 5 – Dagtocht naar Île aux Cerfs
Vanochtend vertrok ik vroeg voor een boottocht naar Île aux Cerfs, een klein eiland aan de oostkust. De speedboot gleed over het helderblauwe water, en onderweg zagen we vliegende vissen die boven de golven sprongen.
Op het eiland leek de tijd stil te staan. Het strand was wit, het water glashelder, en de bomen gaven schaduw. Ik zwom, snorkelde en lag in de zon met een kokosnootdrankje in mijn hand.
Tijdens de lunch op het strand at ik gegrilde vis, klaargemaakt door de bemanning. Daarna maakten we een korte tocht naar een waterval in de buurt, waar we konden zwemmen in het verkoelende water.
De terugvaart naar het vasteland was rustig. De zon zakte langzaam achter de bergen en kleurde het water goud. Het voelde alsof ik even deel uitmaakte van een ansichtkaart.
Dag 6 – Een rustige dag aan zee
Na alle excursies besloot ik vandaag niets te doen. Ik bleef in de buurt van het hotel en genoot van het eenvoudige ritme van de dag.
’s Ochtends las ik op het strand, af en toe afgewisseld met een duik in zee. Rond het middaguur wandelde ik naar een kleine strandbar waar ze verse fruitshakes maakten. De eigenaar, een oudere man met een vriendelijke lach, vertelde me over het leven op het eiland – rustig, maar niet altijd makkelijk.
’s Middags maakte ik een wandeling langs de kust en vond een verlaten stuk strand waar ik uren bleef. De stilte was bijna tastbaar.
’s Avonds at ik op het terras van het hotel, waar een kleine band live muziek speelde. De combinatie van zee, muziek en warme avondlucht maakte het een perfecte dag.
Dag 7 – Excursie naar de botanische tuin van Pamplemousses
Vandaag bezocht ik de beroemde Sir Seewoosagur Ramgoolam Botanical Garden in Pamplemousses, een van de oudste botanische tuinen ter wereld. De enorme waterlelies waren indrukwekkend, net als de bomen met hangende wortels en de geurige kruiden.
De gids vertelde met trots over de geschiedenis van de tuin, die ooit werd aangelegd door de Fransen. De combinatie van tropische planten en koloniale charme maakte het een bijzondere plek.
’s Middags reed ik door naar het nabijgelegen L’Aventure du Sucre, een oud suikerfabriekmuseum waar ik veel leerde over de geschiedenis van de suikerproductie op Mauritius. De proeverij aan het einde – rum, suiker en honing – was een heerlijk extraatje.
’s Avonds terug in Flic-en-Flac voelde ik me vol nieuwe indrukken. Dit eiland was meer dan alleen stranden; het was een mozaïek van natuur, geschiedenis en cultuur.
Dag 8 – In de bergen van Black River Gorges
Vandaag trok ik de natuur in: het Black River Gorges National Park, een uitgestrekt bergachtig gebied met tropisch regenwoud. De wandeling was intens, maar de uitzichten waren onvergetelijk.
Onderweg hoorde ik vogels die nergens anders ter wereld voorkomen, zoals de roze duif. De lucht was koel en fris, een verademing na dagen aan zee.
We stopten bij een uitkijkpunt waar de rivier door een diepe vallei kronkelde, omringd door een tapijt van bomen. Ik voelde me klein, maar op een mooie manier – onderdeel van iets groters.
’s Avonds, terug in het hotel, voelde ik spierpijn maar ook een diepe tevredenheid. Dit was het ruige, ongerepte gezicht van Mauritius dat ik niet had verwacht.
Dag 9 – Laatste dag op het strand
De voorlaatste dag bracht ik volledig aan zee door. Ik wilde nog één keer alles in me opnemen: het geluid van de golven, de geur van zonnebrand, de warmte van het zand.
Ik snorkelde nog één keer bij het rif en zag een schildpad langzaam voorbij glijden. Dat moment – gewichtloos in het water naast dat majestueuze dier – was misschien wel het hoogtepunt van de hele reis.
Later die middag wandelde ik naar het dorp om wat souvenirs te kopen: vanille, een fles lokale rum en een kleine houten dodo, het symbool van Mauritius.
’s Avonds dineerde ik aan het strand. De zon ging onder in een zee van kleuren, en ik voelde een zachte melancholie – het besef dat het einde nabij was.
Dag 10 – Terug naar Nederland
Mijn laatste ochtend begon vroeg. Terwijl ik mijn spullen inpakte, keek ik nog één keer uit over de oceaan. De lucht was helderblauw, de zee kalm.
De rit naar het vliegveld was stil. Ik keek uit het raam naar de suikerrietvelden die zacht bewogen in de wind. In het vliegtuig, terwijl we opstegen, zag ik het eiland langzaam kleiner worden tot het verdween in de wolken.
Terug naar het koude Nederland, maar met een hart vol warmte. Mauritius had me geraakt – niet alleen met zijn stranden en zee, maar met zijn mensen, zijn geur, zijn ritme. Het was een reis vol schoonheid en rust, een herinnering die me nog lang zal vergezellen.
