Dag 1 – Aankomst in Ecuador
Na weken van voorbereiding en het doorspitten van reisgidsen was het eindelijk zover: mijn vlucht van Schiphol naar Quito, de hoofdstad van Ecuador. De reis was lang – met een overstap in Madrid – maar de spanning hield me wakker. Toen het vliegtuig daalde, zag ik Quito als een lint van licht dat zich uitstrekte tussen de bergen. De stad ligt ruim 2800 meter boven zeeniveau, en dat voelde je meteen in de lucht: fris, ijl en koel.
Mijn hotel bevond zich in het historische centrum, een wirwar van smalle straatjes, kerktorens en koloniale gebouwen. Na een korte rustpauze ging ik voorzichtig op pad. Ik bezocht de Plaza Grande, waar muzikanten speelden en families over het plein wandelden. De koloniale architectuur en de achtergrond van de Andestoppen maakten het een magische eerste indruk.
’s Avonds at ik mijn eerste Ecuadoriaanse maaltijd: locro de papa, een romige aardappelsoep met avocado en kaas. De warmte van het gerecht was precies wat ik nodig had na de lange reis.
Dag 2 – Ontdekking van Quito
Na een stevig ontbijt begon ik mijn ontdekkingstocht door Quito. De stad ligt letterlijk op de evenaar, en die mix van geschiedenis en geografie maakt haar uniek. Ik startte met een bezoek aan de Basilica del Voto Nacional, een imposante neogotische kerk. Ik klom tot aan de hoogste toren – een flinke klim op deze hoogte – maar het uitzicht over de stad was adembenemend.
Daarna wandelde ik door het oude centrum, dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De kleurrijke gevels, kleine cafés en koloniale pleinen gaven het gevoel alsof ik door een openluchtmuseum liep.
’s Middags bezocht ik de Mitad del Mundo, het monument dat de evenaar markeert. Daar stond ik letterlijk met één voet op het noordelijk en één op het zuidelijk halfrond. Een toeristische plek, maar ook bijzonder symbolisch: het besef midden op de wereld te staan.
’s Avonds at ik in de wijk La Floresta, een moderne buurt vol kunst en culinaire verrassingen. Ik proefde ceviche de camarones, fris en vol limoen, terwijl straatmuzikanten zacht gitaar speelden.
Dag 3 – Excursie naar Otavalo en het Andesleven
Vandaag maakte ik een dagtocht naar Otavalo, een stadje ten noorden van Quito dat beroemd is om zijn markt en inheemse cultuur. De rit voerde door een landschap van vulkanen, meren en groene valleien.
De markt van Otavalo was een feest voor de zintuigen: kramen vol kleurrijke poncho’s, sieraden, houtsnijwerk en geweven doeken. De geuren van gebakken maïs en kruiden zweefden door de lucht. Ik raakte aan de praat met een vrouw die haar eigen textiel verkocht; ze vertelde trots over de tradities van haar familie.
Na de markt bezocht ik het Cuicocha-meer, een kratermeer op ruim 3000 meter hoogte. De wind was koel, het water diepblauw en het uitzicht bijna buitenaards.
’s Avonds terug in Quito voelde ik een aangename vermoeidheid. De Andes had iets rustgevends, ondanks de ruigheid van het landschap.
Dag 4 – Reis naar Baños: tussen bergen en watervallen
Vandaag verliet ik Quito en reisde ik per bus naar Baños de Agua Santa, een klein stadje dat bekendstaat als de toegangspoort tot het Amazonegebied. De rit duurde ongeveer vier uur en voerde langs spectaculaire bergwegen, diepe kloven en kleine dorpjes.
Baños bleek een charmant stadje, omgeven door watervallen en nevelwoud. Ik huurde een fiets en volgde de route van de Ruta de las Cascadas, een pad langs verschillende watervallen. De indrukwekkendste was de Pailón del Diablo, waar het water met donderend geweld in de diepte stortte.
’s Middags nam ik een warm bad in de natuurlijke thermale bronnen waar het stadje zijn naam aan dankt. Terwijl ik in het warme water zat, keek ik uit op de mistige bergen – een surrealistisch moment van rust.
’s Avonds at ik gegrilde forel met rijst en bananen, en dronk ik een lokaal biertje. De sfeer in Baños was ontspannen, bijna hippieachtig, met reizigers van over de hele wereld.
Dag 5 – Avontuur in de natuur rond Baños
Vandaag stond in het teken van avontuur. In de ochtend maakte ik een rit met een kabelbaan over een diepe kloof – de Tarabita – die een spectaculair uitzicht bood op de watervallen beneden.
Daarna ging ik raften op de rivier Pastaza. Het water was wild, maar de omgeving was prachtig: dichte jungle, steile wanden en vogels die boven ons vlogen. Na afloop zat ik druipnat maar euforisch in de zon te drogen.
’s Middags wandelde ik naar het bekende uitzichtpunt bij Casa del Árbol, waar de beroemde schommel over de afgrond hangt. Toen ik zelf de sprong waagde, voelde ik even pure vrijheid – alsof ik boven de wereld zweefde.
’s Avonds dronk ik warme chocolademelk met kaneel in een klein café. De energie van de dag gonsde nog door me heen.
Dag 6 – Richting de Amazone: Tena
Vandaag vertrok ik verder oostwaarts, richting de Amazone. De bus bracht me in ongeveer drie uur naar Tena, een stad aan de rand van het regenwoud. De lucht werd steeds warmer en vochtiger, en het landschap veranderde van bergachtig naar tropisch groen.
Ik verbleef in een ecolodge aan de oever van een rivier. De geluiden van de jungle – krekels, vogels, stromend water – vormden een constant achtergrondkoor. In de middag maakte ik een korte boottocht en zag ik apen, kleurrijke vlinders en papegaaien.
’s Avonds aten we gezamenlijk met andere reizigers. De maaltijd bestond uit vis in bananenblad, rijst en tropisch fruit. De gids vertelde verhalen over de inheemse gemeenschappen die nog steeds in het woud leven.
Die nacht viel ik in slaap met het geluid van de regen op het dak en het gezang van kikkers.
Dag 7 – Dag in de Amazone
Vandaag trok ik met een lokale gids de jungle in. We liepen urenlang over modderige paden, langs lianen en reusachtige bomen. De lucht was zwaar van vocht en geur – aarde, planten en leven.
De gids liet ons zien hoe planten worden gebruikt voor geneeskunde en voeding. We proefden vruchten rechtstreeks van de bomen en dronken water uit een bamboestok.
’s Middags bezochten we een klein inheems dorp. Kinderen speelden aan de rivier, vrouwen weefden manden en de mannen lieten zien hoe ze met blaaspijlen jaagden. Het was fascinerend om te zien hoe diep hun band met de natuur is.
’s Avonds bij het kampvuur luisterden we naar het geluid van de jungle. De sterren waren nauwelijks te zien door de dichte bladerkroon, maar de magie van de plek was onmiskenbaar.
Dag 8 – Terug naar de Andes: Riobamba
Vandaag verliet ik de warmte van de jungle en reisde ik per bus naar Riobamba, terug in de bergen. De rit was lang, maar het landschap veranderde continu – van tropisch groen naar droge hooglanden.
Riobamba zelf was rustig, met koloniale architectuur en uitzicht op de besneeuwde top van de Chimborazo, de hoogste vulkaan van Ecuador.
’s Middags bezocht ik een lokale markt waar alles te koop was: van fruit tot aardewerk. Ik at hornado, geroosterd varkensvlees met mais, en praatte met een vriendelijke verkoper die trots vertelde over zijn stad.
’s Avonds ging ik vroeg naar bed, want de volgende dag stond een bijzondere treinrit op het programma.
Dag 9 – De Duivelsneus en doorreis naar Guayaquil
Vandaag maakte ik een rit met de beroemde Nariz del Diablo-trein. De spoorlijn kronkelt langs steile bergwanden en daalt zigzaggend af – een technisch wonder uit de 20e eeuw. Het uitzicht over de valleien was spectaculair.
Na de treinrit reisde ik verder naar Guayaquil, de grootste stad van Ecuador, aan de kust. De overgang van de koele Andes naar het warme kustklimaat was groot: de lucht was vochtig en zilt.
’s Avonds wandelde ik over de Malecón 2000, een moderne boulevard langs de rivier. De stad voelde levendig en kosmopolitisch, met fonteinen, restaurants en muziek op straat. Ik at verse zeevruchten en keek hoe de zon onderging boven de rivier Guayas.
Dag 10 – Afscheid van Ecuador
De laatste ochtend van mijn reis brak aan. Ik wandelde nog een keer door de wijk Las Peñas, het oudste deel van Guayaquil, met zijn kleurrijke huizen en steile trappen. Vanaf het uitkijkpunt Cerro Santa Ana keek ik uit over de hele stad – een waardige afsluiting van een indrukwekkende reis.
Op het vliegveld, wachtend op mijn terugvlucht naar Nederland, dacht ik terug aan de afgelopen tien dagen: de koloniale charme van Quito, de watervallen van Baños, de stilte van de Amazone, de kracht van de Andes. Ecuador bleek een land van contrasten – klein in oppervlakte, maar groots in beleving.
Toen het vliegtuig opsteeg en de kust onder me verdween, voelde ik een mengeling van weemoed en dankbaarheid. Ecuador had me geraakt – in zijn natuur, zijn mensen en zijn hart.
