Dag 1 – Aankomst in Costa Rica
Na weken van voorbereiding was het eindelijk zover: mijn reis naar Costa Rica begon. Op Schiphol nam ik met een mengeling van spanning en enthousiasme afscheid van Nederland. De vlucht duurde lang – bijna twaalf uur – maar de gedachte aan tropische regenwouden, vulkanen en stranden hield me wakker en nieuwsgierig.
Toen ik in San José landde, werd ik meteen verwelkomd door warme, vochtige lucht en het geluid van cicaden. De rit naar mijn hotel in de wijk Escazú was een eerste kennismaking met het chaotische, maar levendige verkeer. ’s Avonds at ik mijn eerste casado, een traditioneel gerecht met rijst, bonen, vlees en gebakken banaan. De vriendelijke ober vroeg meteen of het mijn eerste keer in Costa Rica was. Ik glimlachte breed: “Sí, la primera vez.”
Die nacht sliep ik diep, met het besef dat er een nieuw avontuur voor me lag.
Dag 2 – Verkenning van San José
Na een stevig ontbijt met verse papaja, ananas en sterke koffie besloot ik de hoofdstad te verkennen. Mijn eerste stop was het Teatro Nacional, een elegant gebouw in Europese stijl dat me deed denken aan oude theaters in Wenen of Parijs. Binnen waren prachtige schilderingen en marmeren trappen.
Daarna wandelde ik door het Museo del Oro Precolombino, waar ik leerde over de inheemse geschiedenis van Costa Rica. Het was fascinerend om te zien hoe goud ooit symbool stond voor spiritualiteit, niet voor rijkdom.
’s Middags liep ik door de Mercado Central, een doolhof van geuren en kleuren. Ik proefde er verse empanadas en keek naar de levendige drukte van locals die groenten, kruiden en handwerk verkochten.
’s Avonds dronk ik een biertje op een dakterras met uitzicht over de stad. San José had me verrast: niet door pracht en praal, maar door zijn echtheid.
Dag 3 – Naar La Fortuna en de Arenal-vulkaan
Vandaag begon het echte avontuur. Vroeg in de ochtend vertrok ik met een kleine groep reizigers naar La Fortuna, de stad aan de voet van de indrukwekkende Arenal-vulkaan. De rit duurde ongeveer vier uur, langs groene heuvels en koffieplantages.
Toen we aankwamen, was de vulkaan deels bedekt door wolken, maar af en toe verscheen de top in volle glorie. Ik checkte in bij een lodge met uitzicht op de vulkaan en nam meteen een duik in het warme zwembad.
’s Middags maakte ik een wandeling naar de La Fortuna-waterval. De afdaling door het regenwoud was steil, maar toen ik beneden kwam en de kracht van het vallende water zag, wist ik dat het de moeite waard was. Het koude water voelde verfrissend na de hitte.
’s Avonds dineerde ik bij een klein restaurant met verse vis en rijst. Terwijl ik at, hoorde ik in de verte de brom van kikkers en cicaden – het geluid van de tropen.
Dag 4 – Wandelen rond de Arenal-vulkaan
Vandaag stond een wandeling rond de Arenal-vulkaan op het programma. De ochtend begon bewolkt, maar de lucht trok langzaam open. Onder begeleiding van een gids liepen we door het nationaal park, langs lavavelden en dichtbegroeide bossen. De gids wees ons op brulapen, kleurrijke vogels en zelfs de sporen van een tapir.
Op een open plek kregen we een perfect uitzicht op de vulkaan – majestueus, met een lichte damp die uit de krater leek te komen.
’s Middags bezocht ik de Tabacón-warmwaterbronnen, gevoed door geothermische warmte van de vulkaan. Het was een magische ervaring: liggen in warm water tussen tropische planten terwijl het zacht begon te regenen.
’s Avonds dronk ik een cocktail met andere reizigers. We deelden verhalen over eerdere reizen en lachten om de onverwachte avonturen die de dag had gebracht.
Dag 5 – Naar Monteverde en het nevelwoud
Na het ontbijt vertrok ik richting Monteverde, beroemd om zijn nevelwoud. De reis was een avontuur op zich – eerst met een boot over het Arenal-meer, daarna met een hobbelige rit door de bergen.
Toen we aankwamen, hing er een dichte mist over het gebied, wat alles een mysterieuze sfeer gaf. Mijn lodge lag midden in het bos, met het geluid van vogels en regen op het dak.
’s Middags bezocht ik het Monteverde Cloud Forest Reserve. Het was alsof ik in een andere wereld terechtkwam: hoge bomen bedekt met mos, hangende lianen, en overal het druppelen van water. Ik zag kolibries flitsen tussen de bloemen en hoorde de roep van onbekende vogels.
’s Avonds, tijdens het diner in de lodge, viel de stroom even uit – iets wat hier vaak gebeurde. In het kaarslicht voelde ik me volledig los van de wereld.
Dag 6 – Hangbruggen en kolibries
Vandaag maakte ik een wandeling over de beroemde hangbruggen van Monteverde. Ze hangen hoog boven de grond, tussen de boomtoppen, en geven een ongelooflijk uitzicht op het nevelwoud. De lucht was fris, en de geur van nat hout en aarde was intens.
Na de wandeling bezocht ik een kolibrie-tuin, waar tientallen kleine vogels in de lucht dansten, hun vleugels zo snel dat ze nauwelijks zichtbaar waren. Het was betoverend om ze van zo dichtbij te zien.
In de middag regende het zacht, dus besloot ik een boek te lezen op het terras van mijn lodge met een kop koffie van lokale bonen – sterk en aromatisch.
’s Avonds at ik verse pasta met champignons, geplukt in de bossen rondom Monteverde. Het voelde alsof de natuur hier alles gaf wat je nodig had.
Dag 7 – Reis naar Manuel Antonio
Vandaag stond een lange rit naar de kust op het programma. De weg naar Manuel Antonio aan de Pacifische kust was lang, maar het landschap veranderde constant: van bergen en bossen naar palmbomen en zeezicht.
Toen ik aankwam en de oceaan zag, voelde ik een golf van geluk. Mijn hotel lag vlak bij het strand, en ik liep meteen naar het water. De zon was fel, de golven kalm, en de lucht rook naar zout en kokosolie.
’s Avonds at ik in een klein restaurant met uitzicht op zee. De verse ceviche smaakte heerlijk, en ik bleef lang zitten om te kijken hoe de zon onderging achter de horizon.
Dag 8 – Nationaal Park Manuel Antonio
Vandaag bezocht ik het Nationaal Park Manuel Antonio, een van de mooiste plekken van Costa Rica. Al vroeg liep ik het park in om de dieren te zien. Ik spotte luiaards die langzaam door de bomen bewogen, kapucijnaapjes die nieuwsgierig naar bezoekers keken, en zelfs een paar felblauwe vlinders.
Na de wandeling kwam ik uit bij een klein strand verscholen tussen de bomen. Het water was helderblauw, en ik ging zwemmen terwijl pelikanen over me heen vlogen.
’s Middags lag ik op het strand met een vers kokosnootdrankje en keek ik naar de zee. Het was een dag die voelde als pure rust.
Dag 9 – Vrije dag aan de kust
Vandaag besloot ik het rustig aan te doen. Na een ontbijt met verse mango’s en pannenkoeken wandelde ik langs het strand richting het dorpje Quepos. Onderweg sprak ik met een lokale visser die me vertelde over het leven aan de kust en hoe het toerisme zowel zegen als uitdaging was geworden.
’s Middags boekte ik een korte boottocht langs de kustlijn. We zagen dolfijnen die even meezwommen en een schildpad die boven water kwam. De zon scheen fel, en ik voelde me vrij en vol dankbaarheid.
’s Avonds at ik mijn laatste diner aan zee: gegrilde garnalen met rijst en limoen. Terwijl ik luisterde naar het ruisen van de golven, dacht ik aan de dagen die achter me lagen – vol natuur, warmte en onvergetelijke ontmoetingen.
Dag 10 – Terug naar San José en vlucht naar Nederland
Vandaag was het tijd om afscheid te nemen. De rit terug naar San José duurde uren, maar ik genoot van het uitzicht: palmbomen, bergen in de verte, en de geur van regen op warme grond.
Op het vliegveld dronk ik nog een laatste Costa Ricaanse koffie. Toen het vliegtuig opsteeg, keek ik uit het raampje en zag het land langzaam verdwijnen onder een deken van wolken.
Costa Rica had me meer gegeven dan ik had verwacht – rust, avontuur, verwondering. De geluiden van de jungle, de geur van natte aarde, de glimlach van de mensen: het zou allemaal nog lang in mijn herinnering blijven hangen.
Toen ik op Schiphol landde, voelde ik de koele Hollandse lucht op mijn gezicht. Mijn hoofd zat vol beelden van watervallen, vulkanen en regenwoud. En diep vanbinnen wist ik: dit was geen reis die je zomaar vergeet.
