Je bekijkt nu Reisverslag: Mijn trip naar Hawaï
  • Laatste wijziging in bericht:15/10/2025
  • Leestijd:7 min. lezen

Reisverslag: Mijn trip naar Hawaï

Dag 1 – Aankomst in Hawaï

De reis naar Hawaï was lang – eerst een vlucht naar Los Angeles, daarna een overstap naar Honolulu op het eiland Oʻahu. Na bijna twintig uur onderweg te zijn geweest, stapte ik eindelijk uit in een warme, vochtige lucht die naar bloemen en zee rook.

De zon was net aan het ondergaan toen ik bij mijn hotel in Waikiki Beach aankwam. Vanuit mijn balkon zag ik de laatste surfers hun golven pakken, met de contouren van Diamond Head op de achtergrond.

Ik dronk een glas ananassap op het terras beneden, luisterde naar een straatmuzikant die “Somewhere Over the Rainbow” speelde op zijn ukelele, en voelde meteen dat ik op een magische plek was aangekomen.

Dag 2 – Eerste verkenning van Waikiki en Honolulu

Na een nacht waarin ik het geluid van de oceaan door mijn open raam hoorde, begon mijn eerste volle dag met een wandeling langs Waikiki Beach. De zon scheen fel, en het water was precies dat onwerkelijke turquoise dat ik alleen van foto’s kende.

Ik huurde een surfboard en nam een les van een lokale instructeur. De golven waren vriendelijk, de instructeur geduldig, en toen ik eindelijk op mijn board stond, voelde ik me even gewichtloos.

’s Middags verkende ik Honolulu. Ik bezocht het Iolani Palace, het enige koninklijke paleis in de Verenigde Staten, en wandelde door Chinatown, waar de geur van wierook en streetfood zich vermengde.

’s Avonds at ik in een restaurant aan het strand verse poke, een Hawaiiaanse salade van rauwe tonijn met sojasaus en sesamolie. Terwijl de lucht oranje kleurde, dacht ik dat geen enkele plek ooit zó ontspannen kon voelen.

Dag 3 – Een klim naar Diamond Head

Vandaag stond ik vroeg op voor een wandeling naar de top van Diamond Head, de vulkaankrater die uitkijkt over Honolulu. De klim was pittig, met trappen en smalle paden, maar het uitzicht boven was overweldigend. De oceaan lag als een eindeloze blauwe vlakte voor me, en de stad leek een oase tussen zee en vulkaan.

Na de afdaling haalde ik een smoothie bij een kraampje met vers fruit – mango, papaja en kokos. De smaken waren puur en intens.

De rest van de dag bracht ik door op het strand, lezend en drijvend in het water. ’s Avonds liep ik naar de boulevard, waar straatmuzikanten speelden en toeristen samen dansten op Hawaiiaanse klanken. De sfeer was licht en vol vreugde.

Dag 4 – Roadtrip naar de North Shore

Vandaag huurde ik een auto om het noordelijke deel van Oʻahu te verkennen, beroemd om zijn surfgolven. De rit voerde langs palmbomen, suikerrietvelden en kustdorpen met felgekleurde huizen.

Mijn eerste stop was bij Waimea Bay, waar ik surfers zag die moeiteloos hoge golven bedwongen. Daarna reed ik naar Shark’s Cove, waar ik snorkelde tussen vissen en koraal.

Voor de lunch stopte ik bij een foodtruck in Haleiwa en at ik een bord garlic shrimp, garnalen met knoflook en limoen – eenvoudig, maar misschien wel de lekkerste maaltijd van de reis.

Op de terugweg zag ik de zon ondergaan boven de kustlijn, terwijl de lucht roze en paars kleurde. Het voelde alsof de tijd even stil stond.

Dag 5 – Naar het eiland Maui

Vandaag verliet ik Oʻahu en vloog ik naar Maui, het eiland van vulkanen en watervallen. De vlucht duurde nog geen uur, maar het landschap was totaal anders. Ik haalde een huurauto op en reed naar mijn hotel in Lahaina, een charmant kustplaatsje aan de westkant van het eiland.

Na het inchecken liep ik naar het strand, waar zeeschildpadden langzaam door het ondiepe water bewogen. Ik bleef een tijd zitten kijken, verwonderd over hun kalmte.

’s Avonds at ik op een terras met uitzicht over de oceaan. De lucht was helder, en ik kon de sterren bijna aanraken. Maui voelde meteen intiemer, rustiger en groener dan Oʻahu.

Dag 6 – De Road to Hana

Vandaag stond een van de bekendste routes van Hawaï op het programma: de Road to Hana. Deze kronkelende kustweg telt meer dan zeshonderd bochten en talloze watervallen. Ik vertrok vroeg, met een thermos koffie en mijn camera.

De rit was adembenemend. Elke bocht bracht een nieuw uitzicht: kliffen die in zee stortten, bamboebossen, bloemen in felle kleuren. Ik stopte bij de Twin Falls, waar ik in het koele water zwom, en later bij een uitkijkpunt over de Ke‘anae Peninsula, waar de golven tegen de zwarte lavakust sloegen.

’s Middags bereikte ik het kleine dorpje Hana, waar ik verse kokos dronk en praatte met een vrouw die zelfgemaakte bananenbrood verkocht. Ze vertelde dat ze al haar hele leven hier woonde en nooit meer weg wilde – en ik begreep haar volledig.

De terugweg reed ik langzaam, met de ramen open en Hawaïaanse muziek op de radio. Het was een dag die ik niet snel zou vergeten.

Dag 7 – De zonsopgang op Haleakalā

Om drie uur ’s ochtends ging mijn wekker. Ik wilde de zonsopgang zien vanaf de top van de vulkaan Haleakalā, die meer dan drieduizend meter hoog is. De rit omhoog was lang en donker, maar toen ik boven aankwam, kleurde de lucht langzaam van diepblauw naar goud.

De zon kwam op boven een zee van wolken, en het voelde alsof ik op een andere planeet stond. De stilte was totaal, en iedereen keek ademloos toe.

Na de afdaling ontbeet ik in Upcountry Maui, waar ik koffie dronk van lokaal verbouwde bonen. De rest van de dag bracht ik ontspannen door in Lahaina, met een wandeling door de oude straten vol kunstgalerijen en kleine cafés.

Dag 8 – Naar het eiland Big Island

Vandaag vloog ik naar het grootste eiland van de archipel, Hawai‘i Island, beter bekend als het Big Island. Al vanuit het vliegtuig zag ik het contrast tussen zwarte lavavelden en groene heuvels.

Na aankomst in Kona reed ik naar mijn lodge aan de zuidkust. De lucht rook naar zwavel – een teken dat ik dicht bij actieve vulkanen was.

’s Middags bezocht ik Punaluʻu Beach, beroemd om zijn zwarte zand. Het voelde vreemd aan mijn voeten, warm en korrelig, en tussen de lavastenen lagen zeeschildpadden te zonnebaden.

’s Avonds at ik lokaal gevangen mahi-mahi (vis) met ananassalsa. De lucht vulde zich met sterren, en ik voelde me klein en gelukkig tegelijk.

Dag 9 – Het Hawaiʻi Volcanoes National Park

Vandaag bezocht ik een van de hoogtepunten van de reis: het Hawai‘i Volcanoes National Park. Ik wandelde over oude lavavelden waar de aarde nog warm was onder mijn voeten. Bij de Kīlauea-krater zag ik stoom opstijgen uit de aarde – het was alsof de planeet hier ademde.

Ik liep een stuk van de Devastation Trail, waar de grond zwart was en alleen nog enkele varens groeiden. De kracht van de natuur was hier overal voelbaar.

’s Middags reed ik naar het uitzichtpunt over de Halemaʻumaʻu-krater. Toen de avond viel, zag ik de gloed van rood magma onder de rook. Het was angstaanjagend en fascinerend tegelijk – pure, levende aarde.

’s Avonds, terug in mijn lodge, bleef ik lang wakker luisteren naar het geluid van krekels en de verre echo van de zee.

Dag 10 – Laatste dag en terugvlucht naar Nederland

Mijn laatste ochtend in Hawaï begon met koffie op mijn veranda, terwijl de zon langzaam boven de oceaan rees. De lucht was helder, en ik voelde een mengeling van dankbaarheid en weemoed.

Ik bracht nog een paar uur door aan het strand, zwom een laatste keer in het warme water en liet het zout op mijn huid drogen. Daarna was het tijd om terug te rijden naar het vliegveld van Kona.

De reis terug naar Nederland was lang, via Los Angeles, maar ik voelde me kalm. Hawaï had iets in me veranderd – een diep gevoel van verbondenheid met de natuur, en een herinnering aan hoe klein en kwetsbaar de mens eigenlijk is in een wereld die zó prachtig kan zijn.

Toen ik na vele uren weer voet zette op Nederlandse bodem, hoorde ik in mijn hoofd nog steeds de oceaan ruisen – het geluid van Hawaï, dat me waarschijnlijk nooit meer los zal laten.