Dag 1 – Aankomst in Curaçao
Na weken van aftellen vertrok ik op een frisse ochtend vanaf Schiphol Airport richting het zonnige Curaçao. De vlucht duurde ongeveer tien uur, maar de gedachte aan tropische warmte en azuurblauwe zee hield me op de been. Toen het vliegtuig begon te dalen en ik het eiland onder me zag liggen – omringd door helder water en koraalriffen – voelde ik direct de opwinding van een nieuw avontuur.
Op Hato International Airport sloeg de warme, vochtige lucht me meteen tegemoet. Een glimlachende medewerker van de autoverhuur overhandigde me de sleutels van een klein wit autootje, mijn vervoermiddel voor de komende tien dagen. De rit naar mijn accommodatie in Willemstad was kort, maar ik reed langzaam om zoveel mogelijk op te nemen: wuivende palmen, gekleurde huisjes en de geur van zout en bloemen.
Mijn appartement lag aan de rand van Pietermaai, een charmante wijk vol gerestaureerde koloniale panden. Na het inchecken liep ik naar de boulevard. De zee kleurde goud in het avondlicht en de wind voelde zacht aan op mijn huid. Ik at die avond bij een klein restaurant aan zee – verse mahi-mahi met kokosrijst – en keek naar de zon die langzaam achter de horizon verdween.
Dag 2 – Eerste verkenning van Willemstad
Na een lange nacht slapen werd ik wakker met het geluid van vogels en het zachte ruisen van de wind. Ik besloot de dag te beginnen met een wandeling door Punda en Otrobanda, de twee historische delen van Willemstad, verbonden door de beroemde Koningin Emmabrug.
De felgekleurde gevels van de Handelskade gaven me meteen het gevoel in een schilderij te lopen. Geel, blauw, roze en groen – elk gebouw leek een eigen karakter te hebben. Ik bezocht wat boetiekjes en kocht een hoed tegen de zon. De lokale mensen groetten me vriendelijk met “Bon dia!”, wat de sfeer nog gezelliger maakte.
’s Middags bezocht ik de Mikvé Israël-Emanuel Synagoge, de oudste nog in gebruik zijnde synagoge van het westelijk halfrond. Daarna liep ik naar de Floating Market, waar Venezolaanse handelaren hun fruit en vis direct vanaf bootjes verkochten. De geuren en kleuren waren overweldigend.
’s Avonds at ik bij The Gouverneur de Rouville, met uitzicht op de verlichte brug en de dansende lichtjes van de stad. De sfeer was ontspannen en het eten heerlijk.
Dag 3 – Ontspannen op Mambo Beach
Vandaag wilde ik niets anders dan de zee voelen. Na het ontbijt reed ik richting Mambo Beach, een van de bekendste stranden van het eiland. De rit ernaartoe ging langs gezellige strandtentjes en wuivende palmen.
Het strand zelf was prachtig: wit zand, helder water en een aangename bries. Ik huurde een ligbed en bracht de dag door met zwemmen, lezen en af en toe een duik in het warme water. Rond de middag haalde ik een smoothie van mango en passievrucht bij een strandbar, waarna ik nog een tijdje bleef luieren.
In de namiddag wandelde ik langs de boulevard van Mambo Beach, vol winkels en eettentjes. De muziek klonk zacht en de sfeer was levendig maar niet druk.
’s Avonds at ik bij Chill Beach Bar & Grill, waar ik mijn voeten in het zand had en genoot van een barbecue en de ondergaande zon.
Dag 4 – Westpunt en de ruige kust van Shete Boka
Vandaag trok ik eropuit richting het ruigere westen van het eiland. De rit naar Westpunt duurde ongeveer een uur, maar onderweg veranderde het landschap van stedelijk naar bijna ongerept. Cactussen, droge struiken en geiten langs de weg gaven het een bijna woestijnachtige sfeer.
Mijn eerste stop was Shete Boka National Park, waar de ruige golven van de oceaan met kracht tegen de rotsen sloegen. Bij Boka Tabla liep ik via een trap een grot in, waar het water met een oorverdovend geluid tegen de muren beukte. Het was indrukwekkend en een tikkeltje angstaanjagend tegelijk.
Daarna reed ik door naar Playa Grandi, beroemd om de zeeschildpadden die er zwemmen. En inderdaad, zodra ik het water in ging, zag ik er één langzaam voorbij glijden, sierlijk en vredig. Ik bleef bijna een uur snorkelen tussen de schildpadden en kleurrijke vissen.
’s Avonds at ik in Jaanchie’s Restaurant in Westpunt, waar de eigenaar persoonlijk aan tafel kwam om het menu uit te leggen. De geit in stoofsaus was verrukkelijk.
Dag 5 – Cultuur en geschiedenis in Landhuis Chobolobo
Na een paar dagen strand en zee besloot ik vandaag wat meer te leren over het eiland. Ik bezocht Landhuis Chobolobo, waar de beroemde Blue Curaçao-likeur wordt gemaakt. De rondleiding was interessant: ik leerde over de geschiedenis van de likeur en proefde verschillende smaken – sinaasappel, koffie en tamarinde.
Daarna reed ik naar Fort Amsterdam en de kerk van Willemstad, waar ik wat tijd doorbracht om de koloniale architectuur te bewonderen. De hitte was intens, dus ik zocht in de middag verkoeling aan Playa Kalki, een rustig strand met fantastisch helder water.
’s Avonds at ik terug in Pietermaai bij Fishalicious, een modern visrestaurant waar ik genoot van tonijncarpaccio en een glas witte wijn.
Dag 6 – Klein Curaçao: een dag op een onbewoond eiland
Vandaag stond een hoogtepunt op het programma: een boottocht naar Klein Curaçao, een onbewoond eiland ten zuidoosten van Curaçao. Vroeg in de ochtend vertrok ik vanuit de haven. De boottocht duurde ongeveer twee uur en de zee was kalm.
Toen het eiland in zicht kwam, leek het een ansichtkaart: een lange strook wit zand, helderblauw water en een oude vuurtoren in de verte. Ik bracht de dag door met snorkelen, zonnen en wandelen over het strand. Het rif rondom het eiland zat vol leven – ik zag zelfs een groep dolfijnen in de verte.
’s Middags werd er op de boot gegrild: kip, vis en salade. De terugtocht was rustig, en ik zat op het dek met de wind in mijn haar terwijl de zon langzaam begon te zakken.
Dag 7 – Snorkelen bij Tugboat Beach
Vandaag ging ik snorkelen bij Tugboat Beach, een van de bekendste duikplekken van Curaçao. Vlak voor de kust ligt een oud gezonken sleepbootje, begroeid met koraal en omringd door honderden vissen. Het was fascinerend om rond te zwemmen tussen de kleurrijke scholen.
Na het snorkelen klom ik op de rotsen bij Fort Beekenburg, waar ik een prachtig uitzicht had over de baai. De wind waaide stevig, maar het panorama was het waard.
’s Middags dronk ik een koude kokosnoot bij het strand en praatte met een paar lokale duikers die me vertelden dat ze hier elke dag kwamen, gewoon voor de rust.
’s Avonds dineerde ik in Mood Beach Club, waar de tafels direct aan het water stonden. De combinatie van goed eten, zacht licht en muziek maakte het een perfecte avond.
Dag 8 – Wandelen en natuur in Christoffelpark
Vandaag stond het Christoffel National Park op het programma. Ik vertrok vroeg, want het werd snel heet. De wandeling naar de top van de Christoffelberg was pittig, maar de uitzichten waren fenomenaal. Vanaf de top zag ik het hele eiland, van de ruige noordkust tot de blauwe zee in het zuiden.
Na de afdaling bezocht ik het nabijgelegen Savonet Museum, dat een interessant beeld gaf van het koloniale verleden van Curaçao.
’s Middags reed ik naar Playa Lagun, een idyllisch baaitje tussen twee rotswanden. Ik snorkelde nog wat en zag weer schildpadden.
’s Avonds at ik een eenvoudige maar heerlijke maaltijd bij een strandbar: gegrilde vis met rijst en koude Polar-bier.
Dag 9 – Laatste dag vol ontspanning
De voorlaatste dag besloot ik niets te plannen. Ik bracht de ochtend door aan Jan Thiel Beach, waar ik langzaam door het water liep, luisterend naar het zachte ruisen van de golven.
’s Middags bezocht ik nog wat winkels en kocht souvenirs: een fles Blue Curaçao, een handgemaakt schilderijtje en een paar schelpen.
’s Avonds dineerde ik in BijBlauw, een sfeervol restaurant in Pietermaai met uitzicht op de zee. Terwijl ik mijn laatste tropische diner at, voelde ik een mengeling van tevredenheid en weemoed.
Dag 10 – Afscheid van het eiland
De ochtend van vertrek voelde vreemd. Ik liep nog één keer door de straatjes van Pietermaai, langs de felgekleurde gevels en de geur van versgebakken pastechi. De zee kabbelde rustig, alsof ze me gedag zei.
Op de terugweg naar het vliegveld dacht ik aan alles wat ik had meegemaakt: de duiken, de mensen, het eten, de rust. Curaçao had een bijzondere combinatie van tropische schoonheid en warme menselijkheid.
Toen het vliegtuig steeg en het eiland kleiner werd onder me, wist ik dat dit geen afscheid voor altijd was. Curaçao had iets in me achtergelaten – een herinnering aan zon, vrijheid en het zachte ritme van het eiland.
