Dag 1 – Aankomst in de Dominicaanse Republiek
Terwijl de mist nog over de landingsbanen hing, checkte ik in voor mijn vlucht naar Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek. Het was een lange vlucht, maar de gedachte aan zon, palmen en Caribische muziek hield me wakker en opgetogen. Toen we na negen uur vliegen daalden, zag ik de kustlijn onder me glinsteren: wit zand, turquoise water en een eindeloze horizon.
Na de landing werd ik meteen overvallen door de warmte – een vochtige, tropische omhelzing. De rit naar mijn hotel in de Zona Colonial duurde ongeveer een halfuur. Onderweg zag ik drukke straten, felle kleuren, oude auto’s en overal mensen die lachten en muziek draaiden. Mijn eerste indruk: levendig, chaotisch, maar hartelijk.
’s Avonds liep ik naar een pleintje vlak bij mijn hotel en at mijn eerste lokale maaltijd: kip met rijst, bonen en gebakken bakbananen. De smaken waren eenvoudig maar vol karakter. Terwijl ik luisterde naar de klanken van merengue in de verte, voelde ik hoe de reis echt begon.
Dag 2 – Verkenning van de Zona Colonial
De ochtend begon met een wandeling door de Zona Colonial, het hart van oud-Santo Domingo. De straten zijn geplaveid en omringd door gebouwen uit de vijftiende en zestiende eeuw. Ik bezocht de Catedral Primada de América, de oudste kathedraal van het Amerikaanse continent, en liet me verrassen door de sereniteit binnen.
Verderop liep ik naar het Alcázar de Colón, het voormalige paleis van Diego Columbus, de zoon van Christoffel. Vanaf het balkon keek ik uit over de rivier de Ozama, waar vroeger schepen uit Spanje aanlegden. De geschiedenis is hier bijna tastbaar.
’s Middags lunchte ik op een terras aan de Calle El Conde met een bord mofongo – geprakte bakbananen met knoflook en vlees – en een glas koude chinola (passievruchtensap). Ik voelde me helemaal opgenomen in de sfeer van de stad: ontspannen, kleurrijk en muzikaal.
’s Avonds keek ik naar de zonsondergang vanaf de Plaza de España, waar families flaneerden en muzikanten speelden. De warmte, de geuren, het geluid van lachende mensen – het was onmogelijk om niet verliefd te worden op deze stad.
Dag 3 – Dagtocht naar Boca Chica
Vandaag besloot ik de kust op te zoeken en ging ik met een taxi naar Boca Chica, een populaire badplaats op een uurtje rijden van Santo Domingo. De weg ernaartoe liep langs kleine dorpjes en suikerrietvelden, waar kinderen zwaaiden naar voorbijrijdende auto’s.
Het strand van Boca Chica was druk, maar de sfeer was vrolijk en ontspannen. Het water was helder en ondiep, ideaal om te zwemmen. Ik huurde een stoel, dronk kokoswater rechtstreeks uit de noot en liet de tijd even stil staan.
’s Middags at ik verse vis met limoen en rijst bij een strandtentje. De eigenaar, een oudere man met een grote glimlach, vertelde hoe hij elke ochtend zelf zijn vis vangt. Zijn trots was aanstekelijk.
Terug in Santo Domingo liep ik nog een stukje langs de Malecón, de boulevard aan zee, waar de wind zacht over het water streek. De stad straalde een avondrust uit die ik niet had verwacht.
Dag 4 – De moderne stad en de botanische tuin
Vandaag liet ik het historische centrum even achter me en ontdekte ik het moderne deel van Santo Domingo. Brede lanen, winkelcentra en een levendige chaos van verkeer en markten – het contrast met de koloniale wijk kon haast niet groter zijn.
In de Jardín Botánico Nacional vond ik daarna de rust terug. Een enorme tuin vol palmen, bloemen en exotische vogels. Ik liep een uur door de bamboebossen en zat op een bankje terwijl ik luisterde naar het gezang van tropische vogels.
’s Avonds at ik in een lokaal restaurant sancocho, een stevige stoofpot van vlees, yuca en maïs – comfortfood, Caribische stijl. Ik voelde me voldaan en gewend aan het ritme van het land.
Dag 5 – Op naar Puerto Plata
Vandaag stond een reisdag op het programma. Ik vertrok vroeg met de bus naar Puerto Plata, aan de noordkust van het eiland. De rit duurde bijna zes uur, maar voerde door een schitterend landschap van bergen, valleien en kleine dorpjes met gekleurde huisjes.
Aangekomen in Puerto Plata checkte ik in bij een klein pension vlak bij het strand. De zee hier is wilder dan aan de zuidkust, met stevige golven en een frisse wind. Ik maakte een avondwandeling langs de kust en at bij een eenvoudige strandbar pescado frito – gebakken vis met limoen en knapperige plantainchips.
De zon zakte langzaam in de zee, en ik voelde me gelukkig om hier te zijn, ver weg van de drukte.
Dag 6 – De kabelbaan en de berg Isabel de Torres
Na het ontbijt bezocht ik de berg Isabel de Torres, het symbool van Puerto Plata. De kabelbaan bracht me omhoog, met een adembenemend uitzicht over de stad, de kust en de Atlantische Oceaan. Boven stond een replica van het beroemde Christusbeeld van Rio de Janeiro, omringd door tropische tuinen.
Ik wandelde er een tijdje rond en genoot van de koele berglucht. Op de terugweg stopte ik bij een kleine markt waar vrouwen fruit verkochten. Ik kocht een mango en at hem terwijl het sap over mijn handen liep – pure, zoete perfectie.
De middag bracht ik door aan het strand. Het water was verfrissend en de lucht vol zout en zon. ’s Avonds las ik op het balkon van mijn kamer, luisterend naar het geluid van de golven.
Dag 7 – Dagtocht naar Sosúa
Vandaag maakte ik een uitstap naar Sosúa, op ongeveer een halfuur rijden. Het strand lag beschut in een baai, met helder water en kleurrijke vissersboten. Ik huurde een snorkelset en ontdekte een verrassend rijk onderwaterleven.
’s Middags at ik kip met rijst bij een klein restaurantje op het strand en raakte in gesprek met een groep lokale jongeren. Ze vertelden over hun dromen om toeristen te gidsen en de wereld te zien. Hun openheid en humor maakten indruk.
Aan het eind van de dag liep ik langs het strand terwijl de zon onderging achter de palmen. Het was een moment dat ik nooit zal vergeten – de kleuren, het geluid van de zee en het gevoel van totale rust.
Dag 8 – Terug naar Santo Domingo
Vandaag was het tijd om terug te keren naar de hoofdstad. De busrit was lang, maar ik vond het prettig om nog één keer de landschappen van het binnenland te zien. Tegen de avond arriveerde ik weer in Santo Domingo.
Ik besloot mijn laatste dagen in de Zona Colonial door te brengen. Die avond at ik in een klein restaurant waar live muziek werd gespeeld. De zanger zong met zoveel gevoel dat het hele terras stil werd. Het was een van die momenten waarop je voelt dat je precies bent waar je moet zijn.
Dag 9 – Bezoek aan Los Tres Ojos en afsluitende wandeling
Vandaag bezocht ik de Cueva de los Tres Ojos, een grottencomplex net buiten Santo Domingo met drie ondergrondse meren. Het turquoise water glinsterde in het zonlicht dat door openingen in de rotsen viel. De plek voelde mystiek en sereen, bijna alsof de tijd er had stilgestaan.
’s Middags wandelde ik opnieuw door de koloniale wijk, kocht wat souvenirs en dronk koffie op een terras. Ik dacht aan alle indrukken van de afgelopen dagen: de stranden, de bergen, de muziek, de vriendelijke mensen.
’s Avonds genoot ik van mijn laatste diner – garnalen in kokosmelk met rijst en groenten. Daarna liep ik nog één keer door de stad. De geluiden, de geuren, de kleuren – ik wilde alles opslaan.
Dag 10 – Terugvlucht naar Nederland
De dag van vertrek voelde altijd wat weemoedig. Na het ontbijt pakte ik mijn koffers en keek nog een laatste keer uit het raam van mijn hotelkamer over de daken van Santo Domingo. De taxi bracht me naar de luchthaven, waar ik met een mix van tevredenheid en heimwee incheckte voor de terugvlucht.
Toen het vliegtuig steeg, zag ik het eiland langzaam verdwijnen in de verte – de palmen, de zee, de zon. Tien dagen waren veel te kort geweest om alles te ontdekken, maar lang genoeg om de Dominicaanse Republiek in mijn hart te sluiten. Ik wist één ding zeker: ik kom hier ooit terug.
