Je bekijkt nu Reisverslag: Mijn trip naar Dominica
  • Laatste wijziging in bericht:17/10/2025
  • Leestijd:8 min. lezen

Reisverslag: Mijn trip naar Dominica

Dag 1 – Aankomst op Dominica

Het was nog donker toen ik op Schiphol aankwam, mijn koffer vol zomerkleren en mijn hoofd vol verwachtingen. Dominica stond al jaren op mijn lijstje – niet te verwarren met de Dominicaanse Republiek, maar het ruige, groene eiland tussen Guadeloupe en Martinique. Na een lange reis met een overstap in Parijs en daarna Guadeloupe, kwam ik in de namiddag aan op het kleine vliegveld van Douglas-Charles Airport.

Zodra ik het vliegtuig uitstapte, voelde ik de vochtige tropische lucht op mijn huid. Alles rook naar aarde en zee. Een chauffeur van mijn lodge in de bergen stond me op te wachten. De rit naar mijn verblijf – een eco-lodge net buiten Roseau, de hoofdstad – duurde anderhalf uur en ging door een landschap dat me constant deed verbazen: steile berghellingen bedekt met dicht regenwoud, watervallen langs de weg, en overal het geluid van krekels en stromend water.

Toen ik mijn kamer bereikte, hoorde ik het ruisen van de rivier beneden en het getjirp van nachtelijke vogels. Ik at een eenvoudige maar heerlijke maaltijd van gegrilde vis, rijst en plantains. Terwijl ik in een hangmat zat en de tropennacht langzaam inviel, voelde ik een kalmte die ik in geen tijden had gevoeld.

Dag 2 – Eerste kennismaking met Roseau

Ik werd wakker van het gefluit van vogels en het geluid van regen op het bladerdak. Toen de regen ophield, ging ik op pad naar Roseau, een kleine, levendige stad aan de kust. De straten waren smal, de huizen felgekleurd en overal rook het naar specerijen en fruit.

Ik bezocht de Old Market Plaza, waar vrouwen fruit verkochten dat ik amper kende: soursop, tamarinde, custardappel. Een oudere vrouw gaf me een stuk mango en lachte toen ik het proefde – het was zó zoet dat ik er even stil van werd.

Daarna liep ik naar de Botanical Gardens, een oase van rust met oude bomen en papegaaien. Een lokale gids vertelde dat veel bomen ooit door orkanen zijn omgeblazen, maar dat alles telkens weer terug groeit – net als de mensen hier, zei hij.

’s Middags wandelde ik langs de kust en keek naar de vissers die hun netten binnenhaalden. De zee was niet zo turquoise als in andere Caraïbische landen, maar dieper, krachtiger – bijna mystiek.

Dag 3 – Bezoek aan de Trafalgar Falls

Vandaag stond mijn eerste echte natuuruitstap op het programma: de Trafalgar Falls, twee machtige watervallen in het binnenland. De rit ernaartoe ging door dicht regenwoud; de lucht was zwaar van vocht en de geur van aarde en bloemen was overal.

Vanaf de parkeerplaats liep ik via een kronkelend pad omhoog. Al van ver hoorde ik het bulderen van het water. Toen ik bij het uitzichtpunt aankwam, zag ik ze: de “Mama” en “Papa” waterval, naast elkaar vallend tussen het groen.

Ik klauterde samen met een gids over rotsen naar een natuurlijke warmwaterbron onderaan de val. Het water was heerlijk warm door vulkanische activiteit. Terwijl ik daar zat, half ondergedompeld, keek ik naar de nevel van de waterval en dacht: dit voelt als de aarde in haar puurste vorm.

’s Avonds at ik in een klein restaurant in Roseau waar ze callaloo soup serveerden – een lokale soep van bladgroenten, kokosmelk en kruiden. Het smaakte rijk en vol, precies wat ik nodig had na een dag in de natuur.

Dag 4 – Boiling Lake en het regenwoud

Vroeg op, want vandaag stond een van de meest spectaculaire wandelingen van het eiland op het programma: de tocht naar het Boiling Lake, een van de grootste kokende meren ter wereld.

We vertrokken met een groepje wandelaars en een gids. De tocht begon in het Morne Trois Pitons National Park, dat op de Werelderfgoedlijst staat. Het pad was modderig, glibberig en steil. Onderweg staken we rivieren over en passeerden we dampende zwavelvelden, waar de geur van rotte eieren sterk in de lucht hing.

Na drie uur klimmen bereikten we de rand van het Boiling Lake. Wat ik zag, was bijna onwerkelijk: een groot grijsblauw meer dat letterlijk kookte, met stoompluimen die uit het water oprezen. Het geluid was als een diepe ademhaling van de aarde zelf.

De terugweg was zwaar, maar elke stap waard. Ik voelde me uitgeput, maar ook levend – alsof ik even in het hart van de natuur had gestaan.

’s Avonds dronk ik een koud biertje op het terras van de lodge, terwijl regen begon te vallen. De lucht rook naar natte aarde en vrijheid.

Dag 5 – Rustdag en lokale ontmoeting

Na de inspanning van gisteren besloot ik het vandaag rustig aan te doen. Ik bleef in de omgeving van mijn lodge, las een boek in de hangmat en keek naar kolibries die af en toe langs fladderden.

’s Middags wandelde ik naar een klein dorpje in de buurt, waar ik in gesprek raakte met een man genaamd Simon, een lokale boer. Hij nam me mee naar zijn kleine boerderij waar bananen, cassave en kruiden groeiden. We praatten over het leven op het eiland. Hij zei: “Hier heb je geen haast. Alles groeit op zijn tijd.”

Die avond at ik bij zijn familie thuis – rijst, bonen en kip met pittige saus – en voelde me even geen toerist, maar een gast.

Dag 6 – Bezoek aan Champagne Reef

Vandaag was het tijd om te snorkelen bij het beroemde Champagne Reef, net buiten Roseau. De naam komt van de duizenden kleine luchtbelletjes die uit de zeebodem opstijgen door vulkanische activiteit – alsof je in een glas champagne zwemt.

Toen ik het water in ging, zag ik meteen scholen tropische vissen en stukken koraal. De bubbels voelden als zachte prikjes tegen mijn huid, een rare maar heerlijke sensatie.

’s Middags lag ik nog lang op het strand. Er was geen massa toeristen – alleen een paar locals, een vissersboot en de zee die onverstoorbaar bleef ruisen.

’s Avonds at ik kreeft met kokosrijst en dronk rum punch bij zonsondergang. De lucht kleurde dieprood boven de bergen, en ik voelde me compleet vredig.

Dag 7 – Excursie naar de Indian River

Vandaag ging ik noordwaarts, naar Portsmouth, de tweede stad van het eiland, om de Indian River te verkennen. In een kleine houten roeiboot gleed ik met een gids langzaam over de rivier. De oevers waren dichtbegroeid met mangroven en boomwortels die in het water hingen.

De stilte was intens. Af en toe hoorde ik een vogel of het zachte plonsen van de roeispanen. De gids vertelde dat sommige scènes van de film Pirates of the Caribbean hier waren opgenomen, en ik begreep meteen waarom – het voelde als een andere wereld.

Aan het einde van de tocht dronken we een “jungle rum punch” in een kleine bar aan de rivier. Ik voelde me loom en tevreden, alsof de tijd hier niet bestond.

Dag 8 – Het noorden van het eiland

Vandaag huurde ik een auto om het noorden van Dominica te verkennen. De wegen waren smal en bochtig, maar het uitzicht maakte alles goed: groene heuvels, diepe valleien en hier en daar kleine dorpjes met vrolijke huizen.

Ik stopte bij het strand van Calibishie, waar zwarte vulkanische zandstranden overgaan in helderblauw water. Ik zwom een tijdje en at daarna bij een klein restaurantje vis met kokosmelk.

Later bezocht ik Red Rocks, een bizarre rotsformatie van roodbruine aarde die scherp afsteekt tegen het blauw van de oceaan. De kleuren leken haast onwerkelijk.

Toen ik die avond terugreed, daalde de zon achter de bergen. Het licht was zacht en goudkleurig. Dominica toonde zich van haar meest betoverende kant.

Dag 9 – Watervallen en warmwaterbronnen

Mijn voorlaatste dag bracht ik door met het bezoeken van een paar minder bekende plekken in het binnenland. Eerst ging ik naar de Emerald Pool, een kleine waterval die in een helder groene poel valt, omringd door regenwoud. Ik zwom in het koele water en voelde me als herboren.

Daarna bezocht ik Wotten Waven, een dorpje bekend om zijn natuurlijke warmwaterbronnen. Ik nam een bad in een warme zwavelbron terwijl regen zacht op het water tikte – pure ontspanning.

’s Avonds praatte ik met andere reizigers in mijn lodge over de ongereptheid van Dominica. We waren het er allemaal over eens: dit eiland is nog een van de weinige plekken in het Caribisch gebied waar de natuur echt de baas is.

Dag 10 – Afscheid van het groene eiland

Mijn laatste ochtend begon vroeg. Ik liep nog één keer naar de rivier bij mijn lodge, hoorde de vogels, rook het vochtige groen en probeerde elk detail in me op te nemen.

De rit terug naar het vliegveld was stil. Ik keek uit het raam en zag de bergen langzaam verdwijnen. Dominica had me diep geraakt – niet met luxe of drukke stranden, maar met haar pure, ruige schoonheid.

In het vliegtuig naar huis dacht ik aan de mensen die ik had ontmoet, de regenwouden, de watervallen, de geur van aarde na een tropische bui. Dominica had me iets geleerd: dat natuur niet alleen mooi is, maar ook helend.

En terwijl het vliegtuig opstegen boven het eindeloze blauw van de Caribische Zee, wist ik dat ik dit eiland ooit weer zou willen zien – dat groene hart dat nog klopt op zijn eigen tempo.