Het klimaat van Nepal wordt sterk bepaald door hoogteverschillen, waardoor het land meerdere klimaatzones kent binnen korte afstanden. De laaglanden van de Terai zijn heet en vochtig, met tropische zomers en een regenrijk moessonseizoen van juni tot september. De heuvels en valleien, waaronder Kathmandu, hebben een gematigd klimaat met warme zomers, koele winters en aangename tussenseizoenen. In de Himalaya heerst een koud hooggebergteklimaat, met strenge winters, korte zomers en grote temperatuurverschillen. Deze combinatie van moessoninvloeden, hoogte en geografische variatie maakt Nepal klimatologisch bijzonder gelaagd en divers.
Klimaat van Nepal per regio
| Regio | Klimaattype | Zomer | Winter | Neerslag (mm/jaar) | Zonuren/jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Terai‑laaglanden – Biratnagar, Nepalgunj | Subtropisch warm | 30–40°C | 8–20°C | 1.500–2.500 mm | 2.600–2.900 uur |
| Kathmandu‑vallei – Kathmandu, Bhaktapur | Subtropisch hoogland | 25–32°C | 2–12°C | 1.200–1.600 mm | 2.500–2.800 uur |
| Middenheuvels – Pokhara, Bandipur | Vochtig subtropisch / moesson | 25–32°C | 5–15°C | 3.000–4.000 mm (natste regio) | 2.200–2.500 uur |
| Westelijke Heuvels – Surkhet, Dailekh | Subtropisch hoogland | 24–32°C | 4–14°C | 1.500–2.500 mm | 2.300–2.600 uur |
| Hoge Himalaya – Namche Bazaar, Mustang | Koud steppe / alpien | 5–20°C | -15–0°C | 200–600 mm | 2.800–3.200 uur |
| Trans‑Himalaya – Upper Mustang, Dolpo | Hooggelegen woestijnklimaat | 10–25°C | -10–5°C | 100–300 mm | 3.000–3.300 uur |
| Far West – Dhangadhi, Mahendranagar | Subtropisch warm | 30–38°C | 8–18°C | 1.500–2.000 mm | 2.600–2.900 uur |
| Bron: DHM |
Het Klimaat van Nepal
Nepal is een land van hoogteverschillen die nergens ter wereld zo scherp zijn: van de subtropische laaglanden van de Terai tot de ijzige toppen van de Himalaya, van de mistige valleien van Kathmandu tot de droge hoogvlaktes van Mustang en Dolpo.
Het klimaat wordt volledig bepaald door hoogte, moesson en bergketens, waardoor Nepal een van de meest diverse klimaatzones van Azië heeft binnen een relatief klein gebied.
1. Het subtropische laaglandklimaat van de Terai
In het zuiden, rond Biratnagar, Janakpur, Birgunj, Nepalgunj, Dhangadhi en de vlaktes van de Terai, heerst een warm en vochtig subtropisch klimaat.
De zomers zijn heet en drukkend, met temperaturen die boven de 40°C kunnen stijgen.
De moesson brengt zware regenval tussen juni en september.
De winters zijn mild en zonnig, met koele ochtenden en warme middagen.
De lucht is vochtig, de vegetatie dicht en de rivieren breed en traag.
2. Het gematigde klimaat van de Middenheuvels
In de heuvelregio, rond Kathmandu, Pokhara, Hetauda, Tansen, Dharan en de valleien van de Middenheuvels, heerst een mild gematigd klimaat.
De zomers zijn warm en nat, met regelmatige regenbuien.
De winters zijn koel en helder, met frisse ochtenden.
De lente is zacht en bloemrijk, de herfst helder en aangenaam — de twee mooiste seizoenen van Nepal.
De hoogte zorgt voor aangename temperaturen en grote variatie tussen dag en nacht.
3. Het koel‑gematigde klimaat van de hogere heuvels
In de hogere heuvels, rond Bandipur, Gorkha, Ramechhap, Okhaldhunga, Jiri en de uitlopers van de Mahabharat‑keten, wordt het klimaat koeler en frisser.
De zomers zijn mild en regenrijk, de winters koud maar helder.
De lucht is fris, de bossen dicht en de valleien groen.
De temperatuurverschillen zijn groot door de hoogte.
4. Het alpiene klimaat van de Himalaya‑regio
In de noordelijke berggebieden, rond Namche Bazaar, Lukla, Manang, Langtang, Gosaikunda, Solukhumbu en de valleien van de Himalaya, heerst een uitgesproken alpien klimaat.
De zomers zijn kort en koel, met frisse ochtenden en zonnige middagen.
De winters zijn streng, met sneeuw, ijs en temperaturen ver onder nul.
De lucht is dun en droog, de zon fel en de wind scherp.
De regio rond Everest, Annapurna en Langtang heeft een van de meest extreme klimaten van Azië.
5. Het koude woestijnklimaat van Mustang en Dolpo
In de regenschaduw van de Himalaya, rond Jomsom, Lo Manthang, Upper Mustang, Dolpo, Muktinath en de valleien van de Kali Gandaki, heerst een koud en droog woestijnklimaat.
De zomers zijn mild en zonnig, de winters ijzig en droog.
Regen is schaars door de blokkade van de moesson door de Himalaya.
De landschappen zijn kaal, winderig en bijna Tibetaans van karakter.
6. Het subtropische berg‑ en rivierklimaat van Oost‑Nepal
In het oosten, rond Ilam, Dhankuta, Khotang, Taplejung en de heuvels richting Kangchenjunga, heerst een warm en vochtig subtropisch bergklimaat.
De regenval is hoog, de lucht zwaar en de vegetatie dicht.
De theeheuvels van Ilam hebben een koel microklimaat met mistige ochtenden.
7. Microklimaten
Nepal kent een enorme variatie aan microklimaten dankzij de combinatie van hooglanden, laaglanden, bergen, valleien, rivieren, gletsjers, regenschaduwgebieden en de invloed van de Himalaya en de Indo‑Gangetische vlakte.
De Terai is warm en subtropisch, de Middenheuvels gematigd, de Himalaya alpien, Mustang en Dolpo koud en droog, en Ilam vochtig en groen.
Binnen enkele tientallen kilometers kan het klimaat volledig omslaan.
8. De seizoenen
Nepal kent vier uitgesproken seizoenen:
De lente (maart–mei): mild, helder en bloemrijk.
De zomer/moesson (juni–september): warm, vochtig en regenrijk.
De herfst (oktober–november): helder, koel en stabiel — de beste periode voor trekking.
De winter (december–februari): koud in de heuvels en bergen, mild in de Terai.
De moesson bepaalt het ritme van het land.
9. Klimaatverandering

Nepal voelt de effecten van klimaatverandering sterk.
Gletsjers trekken zich terug in de Himalaya.
Gletsjermeren vormen risico’s op overstromingen.
Regenval wordt onregelmatiger en intenser.
Droogte treft de heuvelregio’s.
Het land investeert in waterbeheer, herbebossing en bescherming van bergecosystemen.
10. Praktische tips voor reizigers
De beste reistijd hangt af van de regio.
Voor Kathmandu, Pokhara en de Middenheuvels zijn oktober–november en maart–april ideaal.
Voor trekking in Everest, Annapurna en Langtang zijn oktober–november en april–mei perfect.
Voor Mustang en Dolpo zijn mei–september het meest aangenaam.
Voor de Terai zijn november–februari ideaal.
Door de vele microklimaten is het verstandig om per hoogtezone te plannen.
11. Conclusie
Het klimaat van Nepal is een harmonie van hoogte, moesson en berg: de Himalaya, de Terai, de Middenheuvels, de Mahabharat‑keten, de regenschaduwgebieden van Mustang, de gletsjervalleien en de subtropische oostelijke heuvels vormen samen een land dat in elk seizoen een andere sfeer heeft.
Van de koele hoogtes van Namche Bazaar tot de warme vlaktes van Birgunj, van de levendige straten van Kathmandu tot de stille valleien van Dolpo — Nepal is een land dat je door zijn klimaat telkens opnieuw leert kennen.
