Het klimaat van India is uitzonderlijk divers, variërend van tropisch in het zuiden tot alpien in de Himalaya. Het grootste deel van het land heeft een subtropisch moessonklimaat, met een heet, droog voorseizoen, gevolgd door de zomermoesson van juni tot september, die zware regenval brengt. Het noorden en noordwesten kennen hete, droge woestijn- en steppegebieden, terwijl de Himalaya juist koude winters en frisse zomers heeft. De kustregio’s zijn warm en vochtig met een stabieler klimaat. Deze mix van moessonregens, hoogteverschillen en regionale extremen maakt India klimatologisch bijzonder veelzijdig.
Klimaat van India per regio
| Regio | Klimaattype | Zomer | Winter | Neerslag (mm/jaar) | Zonuren/jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Himalaya – Ladakh, Kashmir, Himachal Pradesh | Hooggebergte / alpien | 5–20°C | -15–5°C | 100–800 mm | 2.800–3.200 uur |
| Noordelijke Vlaktes – Delhi, Punjab, Haryana | Subtropisch landklimaat | 35–45°C | 5–15°C | 400–800 mm | 2.800–3.100 uur |
| Gangesvlakte – Uttar Pradesh, Bihar, West‑Bengalen | Vochtig subtropisch | 30–40°C | 8–18°C | 800–1.500 mm | 2.600–2.900 uur |
| Rajasthan – Tharwoestijn (Jodhpur, Jaisalmer) | Heet woestijnklimaat | 38–48°C | 5–15°C | 100–300 mm | 3.200–3.500 uur |
| Westkust – Mumbai, Goa, Konkan | Tropisch moessonklimaat | 28–34°C | 18–24°C | 2.000–3.500 mm | 2.500–2.800 uur |
| Zuidkust – Kerala, Tamil Nadu | Tropisch warm & vochtig | 27–33°C | 20–25°C | 1.500–3.000 mm | 2.600–2.900 uur |
| Oostkust – Chennai, Andhra Pradesh | Tropisch savanne / moesson | 30–38°C | 20–24°C | 900–1.400 mm | 2.700–3.000 uur |
| Centrale Hooglanden – Deccan Plateau (Hyderabad, Nagpur) | Warm semi‑aride / savanne | 30–40°C | 12–20°C | 500–900 mm | 2.900–3.200 uur |
| Northeast – Assam, Meghalaya, Nagaland | Tropisch regenwoud / moesson | 25–32°C | 15–20°C | 2.000–4.000+ mm (Cherrapunji topwaarden) | 2.000–2.300 uur |
| Bron: IMD |
Het Klimaat van India
India is een van de meest klimaatgevarieerde landen ter wereld. Van de ijzige toppen van de Himalaya tot de vochtige delta’s van de Ganges, van de woestijnen van Rajasthan tot de tropische stranden van Kerala — het klimaat verandert voortdurend, vaak binnen enkele tientallen kilometers. De moesson bepaalt het ritme van het land, maar hoogte, zee, woestijn en jungle geven elke regio een eigen karakter.
1. Het alpiene klimaat van de Himalaya
In het uiterste noorden, rond Ladakh, Leh, Kargil, Srinagar, Shimla, Manali, Gangtok en de bergketens van de Himalaya, heerst een uitgesproken berg‑ en hooggebergteklimaat. De zomers zijn koel en kort, de winters streng met zware sneeuwval. De lucht is dun en droog, en de valleien van Kashmir en Himachal Pradesh hebben mildere zomers, terwijl de hoogtes boven 3.000 meter het hele jaar door fris blijven.
2. Het woestijnklimaat van Rajasthan
In het noordwesten, rond Jaisalmer, Bikaner, Barmer, Jodhpur en de zandduinen van de Thar‑woestijn, heerst een heet en droog woestijnklimaat. De zomers zijn extreem heet, vaak boven de 45°C. De winters zijn mild overdag maar koud ’s nachts. Regen is schaars en onvoorspelbaar, en de woestijn warmt snel op maar koelt ’s avonds af door de droge lucht.
3. Het subtropische klimaat van de Gangesvlakte
In het noorden en centrum, rond Delhi, Agra, Lucknow, Kanpur, Varanasi, Patna en de brede vlaktes van de Ganges, heerst een warm subtropisch klimaat. De zomers zijn heet en droog, met stofstormen. De moesson brengt zware regenval tussen juni en september. De winters zijn koel en helder, met mistige ochtenden. Dit is een van de dichtstbevolkte klimaatzones van India.
4. Het tropische moessonklimaat van Oost‑India
In het oosten, rond Kolkata, Bhubaneswar, Cuttack, Jamshedpur, Guwahati en de delta’s van de Sundarbans, heerst een warm en vochtig tropisch klimaat. De zomers zijn heet en nat, de moesson intens en langdurig, en de winters warm en kort. De regio rond Assam en Meghalaya behoort tot de natste plekken op aarde.
5. Het tropische regenwoudklimaat van het noordoosten
In het uiterste noordoosten, rond Shillong, Cherrapunji, Mawsynram, Imphal, Aizawl en de heuvels van Nagaland, heerst een warm en extreem vochtig regenwoudklimaat. De regenval is uitzonderlijk hoog, de lucht zwaar en mistig, en de vegetatie dicht en groen. Mawsynram en Cherrapunji behoren tot de natste plaatsen ter wereld.
6. Het tropische savanneklimaat van Centraal‑India
In het centrale deel van het land, rond Nagpur, Raipur, Bhopal, Indore, Jabalpur en de plateaus van Madhya Pradesh en Chhattisgarh, heerst een warm savanneklimaat. De zomers zijn heet en droog, de moesson brengt regen die bossen en graslanden voedt, en de winters zijn mild en zonnig. De plateaus hebben grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht.
7. Het tropische kustklimaat van West‑India
Langs de westkust, rond Mumbai, Goa, Mangalore, Karwar, Ratnagiri en de stranden van de Konkan‑kust, heerst een warm en vochtig tropisch klimaat. De zomers zijn heet en vochtig, de moesson intens met zware regenval, en de winters warm en zonnig. De Arabische Zee brengt vochtige lucht en warme nachten.
8. Het equatoriale klimaat van Zuid‑India
In het zuiden, rond Kochi, Thiruvananthapuram, Madurai, Coimbatore, Puducherry en de heuvels van de West‑Ghats, heerst een warm en vochtig equatoriaal klimaat. De regen valt in twee moessons — de zuidwestelijke en de noordoostelijke — en de lucht is zwaar en tropisch. De temperaturen zijn het hele jaar door warm. De heuvels van Munnar, Wayanad en Ooty hebben een koeler microklimaat.
9. Het tropische eilandklimaat van de Andamanen en Lakshadweep
De eilanden Andamanen, Nicobaren en Lakshadweep hebben een warm, vochtig tropisch klimaat. De zomers zijn heet en nat, de winters warm en droger, en de oceaanlucht brengt constante vochtigheid. De regenwouden en lagunes creëren unieke microklimaten.
10. Microklimaten
India kent een enorme variatie aan microklimaten dankzij de combinatie van woestijnen, hooglanden, regenwouden, savannes, delta’s, kustlijnen, bergen, eilanden en de invloed van de Arabische Zee, de Bengalenbaai en de Himalaya. De Himalaya is koel en alpien, de Thar‑woestijn heet en droog, de Gangesvlakte subtropisch, de oostkust warm en moessongedreven, de westkust vochtig en tropisch, de zuidpunt equatoriaal en de eilanden warm en regenrijk. Binnen één land vind je bijna alle klimaatzones van Azië.
11. De seizoenen
India kent drie hoofdseizoenen: de zomer (maart–juni), heet, droog en intens; de moesson (juni–september), warm, vochtig en regenrijk; en de winter (oktober–februari), mild in het zuiden, koel in het noorden en koud in de Himalaya. De lente brengt stofstormen in Delhi, de zomer maakt de kust van Mumbai zwaar en vochtig, de herfst kleurt de heuvels van Himachal Pradesh helder, en de winter brengt koele ochtenden in Bangalore en Hyderabad.
12. Klimaatverandering

India voelt de effecten van klimaatverandering sterk. Hitterecords nemen toe in de Gangesvlakte, cyclonen worden intenser langs de oostkust, overstromingen komen vaker voor in Assam en Bihar, en droogte treft Rajasthan en delen van Karnataka. Het land investeert in waterbeheer, herbebossing en duurzame energie.
13. Praktische tips voor reizigers
De beste reistijd hangt af van de regio. Voor steden als Delhi, Agra en Jaipur zijn oktober–maart ideaal. Voor stranden zoals Goa, Kochi en Puducherry zijn november–februari perfect. Voor bergen zoals Ladakh, Manali en Sikkim zijn mei–september het meest aangenaam. Voor regenwouden zoals Assam en Meghalaya is december–maart het beste. Door de vele microklimaten is het verstandig om per regio te plannen.
14. Conclusie
Het klimaat van India is een wereld op zich: de Himalaya, de Thar‑woestijn, de Gangesvlakte, de moessonkusten, de regenwouden, de hooglanden en de eilanden vormen samen een land dat in elk seizoen een andere sfeer heeft. Van de koele valleien van Kashmir tot de warme stranden van Goa, van de levendige straten van Mumbai tot de stille theeheuvels van Munnar — India is een land dat je door zijn klimaat telkens opnieuw leert kennen.
