Je bekijkt nu Klimaat van India Gemiddeld per Regio
  • Laatste wijziging in bericht:06/02/2026
  • Leestijd:6 min. lezen

Klimaat van India Gemiddeld per Regio

Het klimaat van India is uitzonderlijk divers, variërend van tropisch in het zuiden tot alpien in de Himalaya. Het grootste deel van het land heeft een subtropisch moessonklimaat, met een heet, droog voorseizoen, gevolgd door de zomermoesson van juni tot september, die zware regenval brengt. Het noorden en noordwesten kennen hete, droge woestijn- en steppegebieden, terwijl de Himalaya juist koude winters en frisse zomers heeft. De kustregio’s zijn warm en vochtig met een stabieler klimaat. Deze mix van moessonregens, hoogteverschillen en regionale extremen maakt India klimatologisch bijzonder veelzijdig.

Klimaat van India per regio

RegioKlimaattypeZomerWinterNeerslag (mm/jaar)Zonuren/jaar
Himalaya – Ladakh, Kashmir, Himachal PradeshHooggebergte / alpien5–20°C-15–5°C100–800 mm2.800–3.200 uur
Noordelijke Vlaktes – Delhi, Punjab, HaryanaSubtropisch landklimaat35–45°C5–15°C400–800 mm2.800–3.100 uur
Gangesvlakte – Uttar Pradesh, Bihar, West‑BengalenVochtig subtropisch30–40°C8–18°C800–1.500 mm2.600–2.900 uur
Rajasthan – Tharwoestijn (Jodhpur, Jaisalmer)Heet woestijnklimaat38–48°C5–15°C100–300 mm3.200–3.500 uur
Westkust – Mumbai, Goa, KonkanTropisch moessonklimaat28–34°C18–24°C2.000–3.500 mm2.500–2.800 uur
Zuidkust – Kerala, Tamil NaduTropisch warm & vochtig27–33°C20–25°C1.500–3.000 mm2.600–2.900 uur
Oostkust – Chennai, Andhra PradeshTropisch savanne / moesson30–38°C20–24°C900–1.400 mm2.700–3.000 uur
Centrale Hooglanden – Deccan Plateau (Hyderabad, Nagpur)Warm semi‑aride / savanne30–40°C12–20°C500–900 mm2.900–3.200 uur
Northeast – Assam, Meghalaya, NagalandTropisch regenwoud / moesson25–32°C15–20°C2.000–4.000+ mm (Cherrapunji topwaarden)2.000–2.300 uur
Bron: IMD

Het Klimaat van India

India is een van de meest klimaatgevarieerde landen ter wereld. Van de ijzige toppen van de Himalaya tot de vochtige delta’s van de Ganges, van de woestijnen van Rajasthan tot de tropische stranden van Kerala — het klimaat verandert voortdurend, vaak binnen enkele tientallen kilometers. De moesson bepaalt het ritme van het land, maar hoogte, zee, woestijn en jungle geven elke regio een eigen karakter.

1. Het alpiene klimaat van de Himalaya

In het uiterste noorden, rond Ladakh, Leh, Kargil, Srinagar, Shimla, Manali, Gangtok en de bergketens van de Himalaya, heerst een uitgesproken berg‑ en hooggebergteklimaat. De zomers zijn koel en kort, de winters streng met zware sneeuwval. De lucht is dun en droog, en de valleien van Kashmir en Himachal Pradesh hebben mildere zomers, terwijl de hoogtes boven 3.000 meter het hele jaar door fris blijven.

2. Het woestijnklimaat van Rajasthan

In het noordwesten, rond Jaisalmer, Bikaner, Barmer, Jodhpur en de zandduinen van de Thar‑woestijn, heerst een heet en droog woestijnklimaat. De zomers zijn extreem heet, vaak boven de 45°C. De winters zijn mild overdag maar koud ’s nachts. Regen is schaars en onvoorspelbaar, en de woestijn warmt snel op maar koelt ’s avonds af door de droge lucht.

3. Het subtropische klimaat van de Gangesvlakte

In het noorden en centrum, rond Delhi, Agra, Lucknow, Kanpur, Varanasi, Patna en de brede vlaktes van de Ganges, heerst een warm subtropisch klimaat. De zomers zijn heet en droog, met stofstormen. De moesson brengt zware regenval tussen juni en september. De winters zijn koel en helder, met mistige ochtenden. Dit is een van de dichtstbevolkte klimaatzones van India.

4. Het tropische moessonklimaat van Oost‑India

In het oosten, rond Kolkata, Bhubaneswar, Cuttack, Jamshedpur, Guwahati en de delta’s van de Sundarbans, heerst een warm en vochtig tropisch klimaat. De zomers zijn heet en nat, de moesson intens en langdurig, en de winters warm en kort. De regio rond Assam en Meghalaya behoort tot de natste plekken op aarde.

5. Het tropische regenwoudklimaat van het noordoosten

In het uiterste noordoosten, rond Shillong, Cherrapunji, Mawsynram, Imphal, Aizawl en de heuvels van Nagaland, heerst een warm en extreem vochtig regenwoudklimaat. De regenval is uitzonderlijk hoog, de lucht zwaar en mistig, en de vegetatie dicht en groen. Mawsynram en Cherrapunji behoren tot de natste plaatsen ter wereld.

6. Het tropische savanneklimaat van Centraal‑India

In het centrale deel van het land, rond Nagpur, Raipur, Bhopal, Indore, Jabalpur en de plateaus van Madhya Pradesh en Chhattisgarh, heerst een warm savanneklimaat. De zomers zijn heet en droog, de moesson brengt regen die bossen en graslanden voedt, en de winters zijn mild en zonnig. De plateaus hebben grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht.

7. Het tropische kustklimaat van West‑India

Langs de westkust, rond Mumbai, Goa, Mangalore, Karwar, Ratnagiri en de stranden van de Konkan‑kust, heerst een warm en vochtig tropisch klimaat. De zomers zijn heet en vochtig, de moesson intens met zware regenval, en de winters warm en zonnig. De Arabische Zee brengt vochtige lucht en warme nachten.

8. Het equatoriale klimaat van Zuid‑India

In het zuiden, rond Kochi, Thiruvananthapuram, Madurai, Coimbatore, Puducherry en de heuvels van de West‑Ghats, heerst een warm en vochtig equatoriaal klimaat. De regen valt in twee moessons — de zuidwestelijke en de noordoostelijke — en de lucht is zwaar en tropisch. De temperaturen zijn het hele jaar door warm. De heuvels van Munnar, Wayanad en Ooty hebben een koeler microklimaat.

9. Het tropische eilandklimaat van de Andamanen en Lakshadweep

De eilanden Andamanen, Nicobaren en Lakshadweep hebben een warm, vochtig tropisch klimaat. De zomers zijn heet en nat, de winters warm en droger, en de oceaanlucht brengt constante vochtigheid. De regenwouden en lagunes creëren unieke microklimaten.

10. Microklimaten

India kent een enorme variatie aan microklimaten dankzij de combinatie van woestijnen, hooglanden, regenwouden, savannes, delta’s, kustlijnen, bergen, eilanden en de invloed van de Arabische Zee, de Bengalenbaai en de Himalaya. De Himalaya is koel en alpien, de Thar‑woestijn heet en droog, de Gangesvlakte subtropisch, de oostkust warm en moessongedreven, de westkust vochtig en tropisch, de zuidpunt equatoriaal en de eilanden warm en regenrijk. Binnen één land vind je bijna alle klimaatzones van Azië.

11. De seizoenen

India kent drie hoofdseizoenen: de zomer (maart–juni), heet, droog en intens; de moesson (juni–september), warm, vochtig en regenrijk; en de winter (oktober–februari), mild in het zuiden, koel in het noorden en koud in de Himalaya. De lente brengt stofstormen in Delhi, de zomer maakt de kust van Mumbai zwaar en vochtig, de herfst kleurt de heuvels van Himachal Pradesh helder, en de winter brengt koele ochtenden in Bangalore en Hyderabad.

12. Klimaatverandering

Klimaatverandering

India voelt de effecten van klimaatverandering sterk. Hitterecords nemen toe in de Gangesvlakte, cyclonen worden intenser langs de oostkust, overstromingen komen vaker voor in Assam en Bihar, en droogte treft Rajasthan en delen van Karnataka. Het land investeert in waterbeheer, herbebossing en duurzame energie.

13. Praktische tips voor reizigers

De beste reistijd hangt af van de regio. Voor steden als Delhi, Agra en Jaipur zijn oktober–maart ideaal. Voor stranden zoals Goa, Kochi en Puducherry zijn november–februari perfect. Voor bergen zoals Ladakh, Manali en Sikkim zijn mei–september het meest aangenaam. Voor regenwouden zoals Assam en Meghalaya is december–maart het beste. Door de vele microklimaten is het verstandig om per regio te plannen.

14. Conclusie

Het klimaat van India is een wereld op zich: de Himalaya, de Thar‑woestijn, de Gangesvlakte, de moessonkusten, de regenwouden, de hooglanden en de eilanden vormen samen een land dat in elk seizoen een andere sfeer heeft. Van de koele valleien van Kashmir tot de warme stranden van Goa, van de levendige straten van Mumbai tot de stille theeheuvels van Munnar — India is een land dat je door zijn klimaat telkens opnieuw leert kennen.