Het klimaat van China is enorm gevarieerd door de grote oppervlakte en sterke regionale verschillen. Het noorden kent koude, droge winters en warme zomers met een landklimaat, terwijl het zuiden een vochtig subtropisch klimaat heeft met milde winters en hete, natte zomers. Het westen bestaat uit droge woestijnen en hoogvlaktes met extreme temperatuurverschillen, terwijl het Tibetaanse Plateau een koud hooggebergteklimaat heeft. De oostkust wordt beïnvloed door de moesson, met een regenseizoen van ongeveer juni tot september. Deze mix van moessoninvloeden, hoogteverschillen en continentale extremen maakt China klimatologisch uitzonderlijk divers.
Klimaat van China per regio
| Regio | Klimaattype | Zomer | Winter | Neerslag (mm/jaar) | Zonuren/jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Noordoosten – Harbin, Changchun | Continentaal koud | 20–28°C | -25–-5°C | 400–600 mm | 2.400–2.800 uur |
| Noorden – Beijing, Tianjin, Hebei | Continentaal droog | 28–35°C | -10–5°C | 400–700 mm | 2.600–2.900 uur |
| Oostkust – Shanghai, Nanjing, Hangzhou | Vochtig subtropisch | 28–35°C | 2–10°C | 1.000–1.600 mm | 1.900–2.200 uur |
| Zuid-China – Guangzhou, Shenzhen, Hongkong | Tropisch/subtropisch moesson | 30–35°C | 12–18°C | 1.500–2.500 mm | 1.800–2.100 uur |
| Zuidwest – Chengdu, Chongqing | Vochtig subtropisch / bekkenklimaat | 26–33°C | 5–12°C | 900–1.200 mm | 1.000–1.400 uur (meest bewolkt) |
| Tibetaanse Hoogvlakte – Lhasa, Nagqu | Hooggebergte | 10–22°C | -15–5°C | 200–500 mm | 2.800–3.200 uur |
| Xinjiang – Ürümqi, Turpan | Woestijn / semi‑aride | 30–42°C | -15–0°C | 50–200 mm | 2.800–3.200 uur |
| Binnen-Mongolië – Hohhot, Ordos | Koud steppeklimaat | 22–30°C | -20–-5°C | 200–400 mm | 2.700–3.000 uur |
| Yunnan & Guangxi – Kunming, Guilin | Subtropisch hoogland / moesson | 22–28°C | 5–12°C | 1.000–1.600 mm | 2.000–2.400 uur |
| Bron: CMA |
Het Klimaat van China
China is een van de meest klimaatgevarieerde landen ter wereld. Van de ijzige hoogvlaktes van Tibet tot de tropische eilanden van Hainan, van de woestijnen van Xinjiang tot de mistige bergen van Sichuan — het klimaat verandert voortdurend, vaak binnen enkele tientallen kilometers.
De moesson, de hoogteverschillen en de enorme geografische schaal bepalen samen het ritme van het land.
1. Het alpiene klimaat van Tibet en Qinghai
In het uiterste westen, rond Lhasa, Shigatse, Nagqu, Golmud en de hoogvlaktes van het Tibetaanse Plateau, heerst een uitgesproken hooggebergteklimaat.
De zomers zijn koel en kort, de winters lang en bitterkoud. De lucht is dun en droog, de zon fel en de temperatuurverschillen groot.
De valleien rond Lhasa zijn iets milder, maar boven 4.000 meter blijft het klimaat het hele jaar door fris en winderig.
2. Het woestijn‑ en steppeklimaat van Xinjiang en Binnen‑Mongolië
In het noordwesten, rond Ürümqi, Kashgar, Hotan, Turpan, Hami, Bayan Nur en de vlaktes van Binnen‑Mongolië, heerst een heet en droog woestijn‑ en steppeklimaat.
De zomers zijn extreem heet, vooral in de depressie van Turpan, een van de warmste plekken van Azië.
De winters zijn ijzig, met temperaturen ver onder nul.
Regen is schaars en onregelmatig, en de lucht is helder en droog.
3. Het gematigde landklimaat van Noord‑China
In het noorden, rond Beijing, Tianjin, Shijiazhuang, Harbin, Changchun, Dalian en de vlaktes van Hebei, Liaoning en Heilongjiang, heerst een uitgesproken landklimaat.
De zomers zijn warm en vochtig door de moesson.
De winters zijn koud en droog, met sneeuw en scherpe winden uit Siberië.
De lente is kort en stoffig, de herfst helder en koel.
4. Het subtropische moessonklimaat van Oost‑China
Langs de oostkust, rond Shanghai, Nanjing, Hangzhou, Suzhou, Ningbo, Qingdao en de delta van de Yangtze, heerst een warm en vochtig subtropisch klimaat.
De zomers zijn heet en drukkend, met zware regenval en tyfoons.
De winters zijn koel en vochtig, met mistige ochtenden.
De lente en herfst zijn mild en aangenaam, maar kort.
5. Het subtropische bergklimaat van Zuid‑Centraal China
In het binnenland, rond Chongqing, Chengdu, Guiyang, Kunming, Wuhan en de heuvels van Sichuan, Guizhou en Yunnan, heerst een warm en vochtig subtropisch bergklimaat.
De zomers zijn warm en nat, de winters mild en mistig.
Chongqing staat bekend om zijn zware, vochtige hitte, terwijl Kunming een bijna eeuwige lente heeft door de hoogte.
6. Het tropische klimaat van Zuid‑China
In het zuiden, rond Guangzhou, Shenzhen, Zhuhai, Nanning, Haikou, Sanya en de eilanden van Hainan, heerst een warm tropisch klimaat.
De zomers zijn heet en nat, met zware regenval en tyfoons.
De winters zijn warm en zonnig, met zachte avonden.
De luchtvochtigheid is hoog en de vegetatie dicht en groen.
7. Het woestijn‑ en bergklimaat van het westen
In het westen, rond Dunhuang, Jiayuguan, Yining, Altay, Karamay en de bergketens van de Tien Shan, Kunlun en Altai, heerst een complex mengsel van woestijn‑, steppe‑ en bergklimaten.
De zomers zijn heet in de valleien, koel in de bergen.
De winters zijn streng, met sneeuw en ijzige wind.
De lucht is droog en helder, met grote temperatuurverschillen.
8. Het subtropische rivierklimaat van de Yangtze en de Parelrivier
Langs de grote rivieren van China ontstaan unieke microklimaten.
De Yangtze brengt warme, vochtige lucht naar steden als Wuhan, Nanjing, Chongqing en Yichang.
De Parelrivier creëert een subtropisch klimaat rond Guangzhou, Foshan, Zhuhai en Hongkong, met warme winters en drukkende zomers.
De riviercorridors hebben hogere luchtvochtigheid, warmere nachten en langere groene periodes.
9. Microklimaten
China kent een enorme variatie aan microklimaten dankzij de combinatie van hoogvlaktes, woestijnen, bergen, delta’s, kustlijnen, savannes, regenwouden, rivieren en de invloed van de Himalaya, de Gobi, de Arabische Zee, de Gele Zee en de Zuid‑Chinese Zee.
De Himalaya is koud en alpien, Xinjiang heet en droog, Noord‑China landklimaat, Oost‑China subtropisch, Zuid‑China tropisch, Yunnan gematigd en bergachtig.
Binnen één land vind je bijna alle klimaatzones van Azië.
10. De seizoenen
China kent vier duidelijke seizoenen.
De lente is kort, fris en vaak stoffig in het noorden.
De zomer is heet en vochtig in het oosten en zuiden, droog en heet in het westen.
De herfst is helder, koel en aangenaam, vooral rond Beijing en Xi’an.
De winter is koud in het noorden, mild in het zuiden en ijzig op het plateau van Tibet.
11. Klimaatverandering

China voelt de effecten van klimaatverandering sterk.
Hitterecords nemen toe in de oostelijke steden, droogte treft Xinjiang en Binnen‑Mongolië, overstromingen komen vaker voor langs de Yangtze, en tyfoons worden intenser langs de zuidkust.
Het land investeert in herbebossing, waterbeheer, duurzame energie en kustbescherming.
12. Praktische tips voor reizigers
De beste reistijd hangt af van de regio.
Voor steden als Beijing, Xi’an en Shanghai zijn april–juni en september–november ideaal.
Voor tropische regio’s zoals Hainan, Guangzhou en Shenzhen zijn november–maart perfect.
Voor bergen zoals Tibet, Yunnan en Sichuan zijn mei–oktober het meest aangenaam.
Voor woestijngebieden zoals Xinjiang en Gansu zijn april–juni en september–oktober ideaal.
13. Conclusie
Het klimaat van China is een wereld op zich: de Himalaya, de Thar‑woestijn, de Gobi, de Yangtze, de Parelrivier, de hoogvlaktes van Tibet, de tropische kusten van Hainan en de subtropische steden van het oosten vormen samen een land dat in elk seizoen een andere sfeer heeft.
Van de koele valleien van Yunnan tot de warme stranden van Sanya, van de levendige straten van Shanghai tot de stille woestijnen van Xinjiang — China is een land dat je door zijn klimaat telkens opnieuw leert kennen.
