Het klimaat van Algerije wordt gedomineerd door enorme contrasten tussen kust, binnenland en woestijn. Langs de Middellandse Zee heerst een Mediterraan klimaat met warme, droge zomers en milde, nattere winters. Verder landinwaarts wordt het snel heter, droger en extremer, met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Het zuiden bestaat uit de uitgestrekte Sahara, waar extreme hitte, zonneschijn en vrijwel geen neerslag het hele jaar door voorkomen. Deze variatie maakt Algerije een land van groene kuststroken, ruige berggebieden en uitgestrekte woestijnlandschappen.
Klimaat van Algerije per regio
| Regio | Klimaattype | Zomer | Winter | Neerslag (mm/jaar) | Zonuren/jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Noordkust – Algiers, Oran, Annaba | Mediterraan | 28–35°C | 8–15°C | 400–800 mm | 2.700–3.000 uur |
| Tell‑Atlas (Blida, Tizi Ouzou) | Mediterraan vochtig | 26–33°C | 5–12°C | 600–1.200 mm | 2.500–2.800 uur |
| Hoogplateaus – Sétif, Batna | Semi‑continentaal | 30–38°C | 0–8°C | 300–500 mm | 2.800–3.100 uur |
| Sahara‑rand – Biskra, Ghardaïa | Woestijnklimaat warm | 38–46°C | 6–15°C | 50–150 mm | 3.200–3.500 uur |
| Centraal‑Sahara – Tamanrasset, In Salah | Hyperaride woestijn | 40–48°C | 5–12°C | 10–50 mm | 3.500–3.800 uur |
| Hoggar‑gebergte (Ahaggar) | Hooggebergte woestijn | 25–35°C | -2–8°C | 50–100 mm | 3.200–3.500 uur |
| Zuidelijke Sahara – Djanet, Bordj Badji Mokhtar | Extreem woestijnklimaat | 42–50°C | 8–18°C | 0–20 mm | 3.600–3.900 uur |
| Bron: ONM |
1. Het mediterrane klimaat van Noord‑Algerije
Langs de noordkust van Algerije, vooral in Algiers, Oran, Annaba, Tlemcen en de kuststroken van Kabylia, heerst een uitgesproken mediterraan klimaat. De zomers zijn warm en droog, met veel zonuren en een zachte zeebries van de Middellandse Zee. De winters zijn mild en vochtig, met regelmatige regenval. De kustgebieden hebben een aangenaam ritme van warme dagen en koele avonden, terwijl de heuvels van Kabylia en de kustbergen iets frissere zomers kennen.
2. Het overgangsklimaat van de Tell‑Atlas
In het centrale deel van Noord‑Algerije, in regio’s als Blida, Médéa, Sétif, Tizi Ouzou en Béjaïa, heerst een overgangsklimaat tussen mediterraan en continentaal. De zomers zijn warm tot heet, terwijl de winters fris zijn en soms sneeuw brengen in de hogere delen van de Tell‑Atlas. De valleien van de Chelif, Soummam en Seybouse creëren microklimaten met mistige ochtenden, warme zomerdagen en koele nachten. De hoogtes rond Djurdjura zorgen voor meer neerslag en lagere temperaturen.
3. Het continentale klimaat van de Hoogvlaktes (Hauts Plateaux)
In de uitgestrekte hoogvlaktes van de Hauts Plateaux, rond steden als Djelfa, M’sila, Tiaret, Laghouat en Batna, wordt het klimaat duidelijk continentaal. De zomers zijn heet en droog, terwijl de winters koud zijn en soms sneeuw brengen. De hoogteverschillen en de open vlaktes zorgen voor grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. De regio vormt een overgangszone tussen het groene noorden en de woestijngebieden van het zuiden.
4. Het woestijnklimaat van de Sahara
Het zuiden van Algerije wordt gedomineerd door de Sahara, een van de heetste en droogste gebieden ter wereld. Steden en oases als Ghardaïa, Timimoun, Adrar, Tamanrasset, Djanet en In Salah ervaren extreme zomertemperaturen die boven de 45°C kunnen uitkomen. De winters zijn mild en helder, met koude nachten. De lucht is droog, de hemel is bijna altijd strakblauw en regen is zeldzaam. De zandduinen van de Grand Erg Occidental en de rotslandschappen van de Hoggar en Tassili n’Ajjer creëren unieke microklimaten met koele nachten en intense zonnestraling overdag.
5. De berggebieden: Atlas, Aurès en Hoggar
De berggebieden van Algerije hebben hun eigen klimaatdynamiek.
- De Tell‑Atlas en Sahara‑Atlas kennen koude winters en milde zomers, met sneeuw op de hoogste toppen.
- De Aurès, rond Batna en Khenchela, hebben strenge winters en koele zomers.
- De Hoggar, rond Tamanrasset, kent een hooggebergteklimaat met koele zomers, koude winternachten en grote dagelijkse temperatuurverschillen.
Deze berggebieden vormen een wereld op zich binnen het Algerijnse klimaat.
6. De oases en woestijnvalleien
De oases van Algerije, zoals M’zab, Touggourt, Biskra, El Oued en Djanet, hebben een uniek microklimaat. De dadelpalmbossen creëren schaduw en vocht, waardoor de temperaturen draaglijker worden. De valleien van de Oued Righ en Oued Souf hebben warme zomers, milde winters en een subtiel ritme van wind en zand. De oases zijn groene eilanden in een verder dor landschap.
7. Microklimaten
Algerije kent een enorme variatie aan microklimaten dankzij de combinatie van kustlijnen, bergen, hoogvlaktes, oases en de uitgestrekte Sahara.
- De kust is mild en vochtig.
- De hoogvlaktes zijn heet in de zomer en koud in de winter.
- De Sahara is extreem heet en droog, maar kent koele nachten.
- De berggebieden van de Hoggar en Aurès hebben frisse zomers en koude winters.
- De oases hebben een gematigd microklimaat dankzij vegetatie en water.
Binnen enkele honderden kilometers verandert het klimaat volledig.
8. De seizoenen
De seizoenen in Algerije zijn uitgesproken, maar verschillen sterk per regio.
- Lente brengt groene heuvels in Kabylia, aangename temperaturen in Algiers en zachte lucht in de oases.
- Zomer is heet in de Sahara, warm aan de kust en droog op de hoogvlaktes.
- Herfst is mild en zonnig in het noorden, met koele avonden in de bergen.
- Winter varieert van zacht in Oran en Annaba tot koud en sneeuwrijk in de Aurès en de Tell‑Atlas.
De overgangsseizoenen zijn ideaal voor reizen.
9. Klimaatverandering

Algerije voelt de effecten van klimaatverandering sterk.
- Hittegolven worden langer en intenser, vooral in de Sahara en de hoogvlaktes.
- Droogte treft landbouwgebieden in Kabylia, Constantinois en de Hauts Plateaux.
- Zandstormen komen vaker voor in de Sahara.
- Watertekorten vormen een groeiend probleem in stedelijke en landbouwregio’s.
Het land investeert in waterbeheer, ontzilting, herbebossing en duurzame energie, vooral zonne‑energie in de Sahara.
10. Praktische tips voor reizigers
De beste reistijd hangt af van de regio.
- Voor stedentrips naar Algiers, Oran, Constantine of Tlemcen zijn lente en herfst ideaal.
- Voor woestijnreizen naar Tamanrasset, Djanet of Timimoun zijn november tot maart perfect.
- Voor natuur en wandelen zijn de Aurès, de Hoggar en de Tell‑Atlas ideaal in het voorjaar.
- De kust is het aangenaamst van mei tot oktober.
Door de vele microklimaten is het verstandig om lokale weersvoorspellingen te volgen, vooral in woestijn- en berggebieden.
11. Conclusie
Het klimaat van Algerije is een indrukwekkend mozaïek van invloeden: de Middellandse Zee, de Atlasgebergten, de hoogvlaktes, de oases en de uitgestrekte Sahara vormen samen een land dat in elk seizoen een andere sfeer heeft.
Van de zonnige stranden van Oran tot de koele hoogtes van de Hoggar, van de levendige straten van Algiers tot de stille zandduinen van de Grand Erg Occidental — Algerije is een land dat je door zijn klimaat telkens opnieuw leert kennen.
